BESCHIKKING VAN DE PRESIDENT VAN HET HOF

30 juni 2020 (*)

„Doorhaling”

In zaak C‑133/20,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden bij beslissing van 6 maart 2020, ingekomen bij het Hof op 11 maart 2020, in de procedure

European Pallet Association eV

tegen

PHZ BV,

geeft

DE PRESIDENT VAN HET HOF,

advocaat-generaal G. Hogan gehoord,

de navolgende

Beschikking

1        Bij brief van 15 juni 2020, ingekomen ter griffie van het Hof op 17 juni 2020, heeft de Hoge Raad der Nederlanden het Hof meegedeeld dat hij zijn verzoek om een prejudiciële beslissing intrekt.

2        Bijgevolg dient overeenkomstig artikel 100 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof de doorhaling van deze zaak in het register van het Hof te worden gelast.

3        Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.

De president van het Hof beschikt:

Zaak C133/20 wordt doorgehaald in het register van het Hof.

Luxemburg, 30 juni 2020.

De griffier

 

      De president

A. Calot Escobar

 

      K. Lenaerts


* Procestaal: Nederlands.