Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal du travail du Brabant wallon, division Wavre (België) op 24 juli 2020 – PR / Federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers (Fedasil)

(Zaak C-335/20)

Procestaal: Frans

Verwijzende rechter

Tribunal du travail du Brabant wallon, division Wavre

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: PR

Verwerende partij: Federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers (Fedasil)

Prejudiciële vragen

Vormt het door een overheidsinstantie genomen besluit tot wijziging van de verplichte plaats van inschrijving van een asielzoeker in een opvangcentrum, dat hoofdzakelijk bedoeld is om zijn overdracht aan de voor de behandeling van zijn verzoek om bescherming bevoegde lidstaat te vergemakkelijken en dat wordt beschouwd als een maatregel ter voorbereiding van de effectieve overdracht, terwijl hij tegen deze verwijderingsmaatregel een beroep tot nietigverklaring en schorsing heeft ingesteld bij een nationale rechter, reeds de tenuitvoerlegging van deze verwijderingsmaatregel in de zin van de Dublin III-verordening1 ?

Zo ja, vormt het enige beroep dat opschortende werking heeft, namelijk het beroep tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid waarin artikel 39/82, § 4, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen voorziet ten behoeve van een asielzoeker die is aangemaand om zijn verzoek om internationale bescherming in een andere lidstaat te laten behandelen, en dat verband houdt met de imminente tenuitvoerlegging van een verwijderings- of terugdrijvingsmaatregel, een daadwerkelijk rechtsmiddel in de zin van artikel 27 van de Dublin III-verordening?

____________

1 Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB 2013, L 180, blz. 31).