Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Spetsializiran nakazatelen sad (Bulgarije) op 4 september 2020 – Strafzaak tegen M.M.

(Zaak C-414/20 PPU)

Procestaal: Bulgaars

Verwijzende rechter

Spetsializiran nakazatelen sad

Partijen in de strafzaak

M.M.

Prejudiciële vragen

Is een nationale wettelijke regeling volgens welke het Europees aanhoudingsbevel en het nationale besluit op grond waarvan dit is uitgevaardigd, uitsluitend worden vastgesteld door de openbaar aanklager zonder dat de rechter daaraan kan meewerken of vooraf dan wel achteraf toezicht kan uitoefenen, in overeenstemming met artikel 6, lid 1, van kaderbesluit 2002/584?

Is een Europees aanhoudingsbevel dat is uitgevaardigd op grond van het besluit tot inbeschuldigingstelling van de gezochte persoon, zonder dat dit besluit betrekking heeft op de inhechtenisneming van deze persoon, in overeenstemming met artikel 8, lid 1, onder c), van kaderbesluit 2002/584?

In geval van een ontkennend antwoord: indien de rechter niet heeft meegewerkt aan de uitvaardiging van een Europees aanhoudingsbevel, noch de wettigheid ervan heeft getoetst, en het aanhoudingsbevel in kwestie is uitgevaardigd op grond van een nationaal besluit dat niet voorziet in de inhechtenisneming van de gezochte persoon, dat aanhoudingsbevel daadwerkelijk wordt uitgevoerd en de betrokken persoon wordt overgeleverd, moet aan die persoon dan een recht op een doeltreffende voorziening in rechte worden toegekend in het kader van dezelfde strafrechtelijke procedure als die waarin het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd? Impliceert het recht op een doeltreffende voorziening in rechte dat de gezochte persoon in dezelfde positie moet worden geplaatst als die waarin hij zou hebben verkeerd indien de schending niet had plaatsgevonden?

____________