Beroep ingesteld op 12 mei 2006 - Hinderyckx / Raad

(Zaak F-57/06)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoeker: Jacques Hinderyckx (Brussel, België) (vertegenwoordiger: J. A. Martin, advocaat)

Verweerder: Raad van de Europese Unie

Conclusies van verzoeker

nietig te verklaren het besluit om verzoeker in het kader van bevorderingsronde 2005 niet naar de rang B*8 te bevorderen;

verzoeker te bevorderen naar de rang B*8;

verweerder te veroordelen tot betaling aan verzoeker van een bedrag van 2 400 EUR ter vergoeding van alle schade;

verweerder te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Verzoeker, die op 1 april 1994 bij het Europees Parlement in dienst is getreden, is op 16 juli 2004 als ambtenaar van rang B*7 overgeplaatst naar het Secretariaat-generaal van de Raad. Met zijn beroep komt hij op tegen de beslissing van het Tot Aanstelling Bevoegde Gezag (TABG) om hem in het kader van bevorderingsronde 2005 niet naar de rang B*8 te bevorderen.

Verzoeker voert twee middelen aan. In het kader van zijn eerste middel wijst hij op zijn anciënniteit in de rang, in samenhang met zijn uitstekende prestaties bij het Europees Parlement.

In het kader van zijn tweede middel voert verzoeker aan dat het TABG had moeten duidelijk maken hoe in de door de adviescommissie bevorderingen gevolgde procedure rekening is gehouden met de verschillen in structuur tussen het model van beoordelingsrapport van het Europees Parlement en dat van de Raad. Bovendien betoogt verzoeker dat de Raad ter verzekering van de gelijkheid van kansen tussen de sollicitanten uit verschillende instellingen, nauwkeurige en met het Statuut verenigbare bepalingen had moeten vaststellen, die de gelijke behandeling bij de vergelijkende beoordeling van de verdiensten kunnen waarborgen. Bij gebreke van dergelijke bepalingen heeft de Raad zich volgens verzoeker genoopt gezien discretionaire besluiten vast te stellen.

____________