Beroep ingesteld op 19 mei 2008 - Giannini / Commissie

(Zaak F-49/08)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Massimo Giannini (Brussel, België) (vertegenwoordigers: L. Levi en C. Ronzi, advocaten)

Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen

Voorwerp en beschrijving van het geding

Enerzijds, vordering tot nietigverklaring van het besluit om verzoeker te ontslaan en veroordeling van de verwerende partij tot betaling van alle financiële rechten die aan de voortzetting van de overeenkomst zijn verbonden alsmede nietigverklaring van een aantal besluiten houdende weigering om hem in het genot van die financiële rechten te stellen. Anderzijds, vordering tot vergoeding van de materiële en immateriële schade die verzoeker heeft geleden.

Conclusies

nietigverklaring van het op 10 juli 2007 meegedeelde besluit om verzoeker te ontslaan;

voor zover nodig, nietigverklaring van het op 5 februari 2008 ter kennis gebrachte besluit tot afwijzing van de klacht;

veroordeling van de Commissie tot betaling van alle financiële rechten die met de voortzetting van verzoekers overeenkomst verbonden zijn (met name, het basissalaris, met aftrek van de betaalde werkloosheidstoelagen, de toelagen, vergoedingen en terugbetalingen berekend over de contractduur van drie jaar, alsmede de reiskosten van de standplaats naar de plaats van herkomst), vermeerderd met vertragingsrente vanaf de dag waarop elk van die rechten verschuldigd werd en tot de volledige vereffening ervan, berekend op basis van de door de Europese Centrale Bank voor de betrokken periode toegepaste rentevoet voor de basisherfinancieringstransacties, vermeerderd met drie punten;

in elk geval, nietigverklaring van de besluiten van 27 juli 2007 en 20 september 2007 om op verzoekers bezoldiging van augustus 2007 een bedrag van 5 218,22 EUR in te houden als zijnde een deel van de reiskosten van de standplaats naar zijn plaats van herkomst en, derhalve, terugbetaling van het bedrag van 5 218,22 EUR, vermeerderd met vertragingsrente vanaf 15 augustus 2007 en tot de volledige betaling ervan, berekend op basis van de door de Europese Centrale Bank voor de betrokken periode toegepaste rentevoet voor de basisherfinancieringstransacties, vermeerderd met drie punten;

in elk geval, nietigverklaring van het besluit van 28 augustus 2007 om de inrichtingsvergoeding te beperken tot een derde van het in november 2006 ontvangen bedrag en om de andere twee derden, dat wil zeggen 4 278,50 EUR, te verrekenen met de bezoldiging van februari 2006 en, derhalve, de terugbetaling van dat bedrag te gelasten, vermeerderd met vertragingsrente vanaf 15 februari 2008 en tot de volledige betaling ervan, berekend op basis van de door de Europese Centrale Bank voor de betrokken periode toegepaste rentevoet voor de basisherfinancieringstransacties, vermeerderd met drie punten;

toekenning van een vergoeding voor de materiële en immateriële schade die voorlopig op 200 000 EUR wordt geraamd;

verwijzing van de verwerende partij in de kosten van de procedure.

____________