BESCHIKKING VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN

(Eerste kamer)

11 september 2007

Zaak F‑12/07

Elizabeth O’Connor

tegen

Commissie van de Europese Gemeenschappen

„Openbare dienst – Andere personeelsleden – Opeenvolgende overeenkomsten van tijdelijk functionaris, hulpfunctionaris en arbeidscontractant – Maximumperiode voor toekenning van werkloosheidsuitkering – Ontvankelijkheid”

Betreft: Beroep, ingesteld krachtens de artikelen 236 EG en 152 EA en strekkende tot nietigverklaring van het besluit van de Commissie van 5 april 2006 om de periode voor toekenning van werkloosheidsuitkeringen aan verzoekster op maximaal 11 maanden en 25 dagen vast te stellen.

Beslissing: Het beroep wordt deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard. De Commissie zal alle kosten dragen, daaronder begrepen die welke verzoekster eventueel heeft gemaakt in het kader van haar verzoek om rechtsbijstand.

Samenvatting

1.      Ambtenaren – Tijdelijk functionarissen en arbeidscontractanten – Werkloosheidsuitkering – Maximumperiode van betaling

(Regeling andere personeelsleden, art 28 bis, lid 4, 70 en 96, lid 4)

2.      Procedure – Kosten – Beroep deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond

(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht van eerste aanleg, art. 87, lid 3, eerste alinea, en 94, lid 3)

1.      De bepalingen van artikel 28 bis, lid 4, en 96, lid 4, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, die voorzien in de maximumperiode gedurende welke een voormalig tijdelijk functionaris respectievelijk een voormalig arbeidscontractant een door de Gemeenschappen betaalde werkloosheidsuitkering kan krijgen, gelden niet voor een voormalige hulpfunctionaris die krachtens artikel 70 van die Regeling door de instelling die hem tewerkstelt is aangesloten bij een verplicht nationaal stelsel van sociale zekerheid en dus alleen van laatstgenoemd stelsel een werkloosheidsuitkering kan krijgen. De bepalingen van de artikelen 28 bis, lid 4, en 96, lid 4, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden verplichten de instelling dus niet om voor de vaststelling van de maximumperiode van betaling van een werkloosheidsuitkering van de Gemeenschappen, rekening te houden met de periodes gedurende welke het personeelslid als hulpfunctionaris was tewerkgesteld.

(cf. punt 20)

2.      Wanneer het Gerecht een verzoek om rechtsbijstand heeft afgewezen, omdat het dit diende te doen op grond van de bepalingen van artikel 94, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht van eerste aanleg, daar de vordering kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond leek, moeten in het kader van de procedure ten gronde niettemin de bepalingen van artikel 87, lid 3, eerste alinea, van het Reglement voor de procesvoering worden toegepast en moet de administratie, bij wijze van uitzondering, naast haar eigen kosten worden verwezen in alle kosten die de verzoeker heeft gemaakt, daaronder begrepen die welke hij in het kader van zijn verzoek om rechtsbijstand eventueel heeft gemaakt, gelet op zijn economische situatie en de omstandigheid dat het bestreden besluit in casu zonder nadere uitleg in tegenspraak was met de aanwijzingen die de bevoegde dienst eerder had gegeven.

(cf. punten 32 en 33)