Hogere voorziening ingesteld op 9 mei 2012 door Grazer Wechselseitige Versicherung AG tegen het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 28 februari 2012 in zaak T-282/08, Grazer Wechselseitige Versicherung AG / Europese Commissie
(Zaak C-215/12 P)
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirante: Grazer Wechselseitige Versicherung AG (vertegenwoordiger: H. Wollmann, Rechtsanwalt)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
Rekwirante verzoekt het Hof:
het bestreden arrest vernietigen;
de zaak zelf afdoen en beschikking 2008/719 van de Europese Commissie van 30 april 2008 inzake de Oostenrijkse steunmaatregel C 56/06 (ex NN 77/06) voor de privatisering van Bank Burgenland (PB L 239, blz. 32) nietig verklaren en de Commissie verwijzen in de kosten voor het Gerecht en het Hof;
subsidiair ten opzichte van de tweede vordering, de zaak naar het Gerecht terugverwijzen en de beslissing inzake de kosten aanhouden.
Middelen en voornaamste argumenten
De onderhavige hogere voorziening is gericht tegen het arrest van het Gerecht van 28 februari 2012 in zaak T-282/08 - Bank Burgenland. Rekwirante komt op tegen de beslissing arrest van het Gerecht in haar geheel. Het bestreden arrest vertoont procedurele gebreken, die de belangen van rekwirante hebben geschaad. Daarnaast heeft het Gerecht in zijn beslissing in meerdere opzichten het Unierecht geschonden. Rekwirante voert de volgende middelen aan:
Met haar eerste middel voert Grazer Wechselseitige Versicherung AG een schending van het Unierecht aan. Het Gerecht is van oordeel dat het Land Burgenland in het kader van het privatiseringsproces geen rekening had mogen houden met de aansprakelijkheid van het Land Burgenland ingeval Bank Burgenland haar bestaande verplichtingen niet zou nakomen (hierna: "Ausfallhaftung"). De overwegingen dienaangaande geven blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het Gerecht heeft het criterium van de particuliere investeerder verkeerd toegepast. Het Gerecht is eraan voorbij gegaan dat het bij de Ausfallhaftung van het Land Burgenland gaat om een verplichting die het Land Burgenland in zijn hoedanigheid van eigenaar van de bank op zich heeft genomen. Overeenkomstig de rechtspraak van het Hof en de praktijk van het Gerecht in andere zaken, zoals bijvoorbeeld Ryanair, moet met een aansprakelijkheid die een lidstaat in het kader van een economische activiteit op zich neemt, rekening worden gehouden bij de toepassing van het criterium van de particuliere investeerder. Daarenboven is de rechtsopvatting van het Gerecht onverenigbaar met het nuttig effect van het communautaire staatssteunrecht. Het door het Gerecht veronderstelde beginsel dat de EU-lidstaten bij de privatisering van banken er geen rekening mee mogen houden dat de koper de lidstaat van bestaande staatsgaranties ontlast, zou aanzienlijke drempels kunnen opwerpen bij het overwinnen van de huidige financiële en staatsschuldencrisis in Europa.
Met haar tweede middel voert rekwirante aan dat het bestreden arrest een procedureel gebrek vertoont, aangezien het Gerecht ten aanzien van een belangrijk middel geen autonome overwegingen heeft gemaakt, maar "blanco" heeft verwezen naar de uiteenzettingen van de Commissie. Het gaat daarbij om een onjuiste inschatting van de Commissie dat de gebreken die de aanbestedingsvoorwaarden van het Land (vermeend) vertoonden, geen invloed op de hoogte van de ingediende biedingen hebben gehad. Door het klakkeloos overnemen van deze onjuiste beoordeling rechtens heeft het Gerecht bovendien zelf het Unierecht geschonden. Het Gerecht gaat eraan voorbij dat de gebrekkige aanbestedingsvoorwaarden ertoe konden leiden dat de bieders een hoger bod zouden indienen dan bij een aanbesteding zonder voorwaarden. Bij de privatisering van Bank Burgenland heeft het verliezende consortium naar het zich laat aanzien een te hoge koopprijs geboden om de kwalitatieve gebreken van zijn eigen bod (namelijk het gevaar dat bij een verkoop aan dat consortium de Ausfallhaftung van het Land zou worden ingeroepen) te compenseren. Zo het Gerecht het kwalitatieve criterium van de "bevrijding van de Ausfallhaftung" als staatssteunrechtelijk ontoelaatbaar beschouwt, had het niet tegelijkertijd mogen aannemen dat het bod van het consortium een goede benaderingswaarde was voor de - staatssteunvrije - marktprijs voor Bank Burgenland.
Met haar derde middel voert rekwirante een schending van haar recht om te worden gehoord aan. Het Gerecht heeft een belangrijk middel niet beoordeeld. Tussen partijen is niet in geding dat Bank Burgenland vóór de afronding van de privatisering ook bij een verkoop aan het consortium extra obligaties ter waarde van 320 miljoen EUR zou hebben uitgegeven. Deze obligaties zouden van de Ausfallhaftung van het Land hebben geprofiteerd. Rekwirante heeft in haar verzoekschrift van 17 juli 2008 uitdrukkelijk aangevoerd dat het consortium door deze maatregel duidelijk meer bevoordeeld zou zijn geweest dan rekwirante. De Commissie heeft daarmee geen rekening gehouden in haar vergelijking van de beide biedingen. Het Gerecht gaat in het bestreden arrest niet op dit middel in. Daarmee heeft het Gerecht de middelen van rekwirante niet volledig behandeld en de gemeenschapsrechter de mogelijkheid ontnomen om de hem toekomende controle uit te oefenen.
____________1 - Arrest van het Gerecht van 17 december 2008, Ryanair/Commissie, T-196/04, Jurispr. blz. II-3643.