Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato (Italië) op 23 april 2012 - Italia Zuccheri SpA en CoProB/AGEA en Ministero delle Politiche Agricole Alimentari e Forestali

(Zaak C-188/12)

Procestaal: Italiaans

Verwijzende rechter

Consiglio di Stato

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Italia Zuccheri SpA en Cooperativa Produttori Bieticoli società cooperativa agricola (CoProB)

Verwerende partijen: Agenzia per le Erogazioni in Agricoltura (AGEA), Ministero delle Politiche Agricole Alimentari e Forestali

Prejudiciële vragen

Moeten de artikelen 3 en 4 van verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad van 20 februari 20062 en artikel 4 van verordening (EG) nr. 968/2006 van de Commissie van 27 juni 2006 aldus worden uitgelegd dat installaties die door de suikerproducenten worden gebruikt voor opslag en verpakking van suiker met het oog op de verkoop ervan niet onder het begrip "productie-installaties" vallen, en derhalve in geval van installaties als silo's van geval tot geval moet worden onderzocht of zij verband houden met de "productielijn" of met andere activiteiten dan de productie?

Moet artikel 4 verordening nr. 968/2006 van de Commissie van 27 juni 2006 aldus worden uitgelegd dat installaties - zoals silo's - die door suikerproducenten worden gebruikt voor opslag en verpakking van suiker met het oog op uitsluitend de verkoop ervan, en onafhankelijk zijn van de productiecyclus, onder de in punt c en niet onder de in de punten a en b van dat artikel genoemde installaties vallen, in overeenstemming met de tekst en de doelstellingen van verordening nr. 320/2006 en verordening nr. 968/2006, met name punt 4 van de considerans ervan?

Subsidiair, is artikel 4 van verordening (EG) nr. 968/2006 van de Commissie van 27 juni 2006 ongeldig tegen de achtergrond van de artikelen 3 en 4 van verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad van 20 februari 2006 en de hogere voorschriften en beginselen van primair Europees recht, als het aldus wordt uitgelegd dat de in lid 1, sub a en b, bedoelde installaties ook de installaties omvatten die door suikerproducenten worden gebruikt voor de opslag en de verpakking van suiker met het oog op de verkoop ervan, aangezien de evidente doelstelling van verordening nr. 320/2006 is de productiecapaciteit van de suikerproducent af te bouwen en niet de mogelijkheid uit te sluiten dat de producent actief is in de sector van de verkoop ervan met behulp van suikerquota van andere installaties of ondernemingen?

Meer subsidiair, zijn de artikelen 3 en 4 van verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad van 20 februari 2006 en artikel 4 van verordening (EG) van de Commissie van 27 juni 2006 geldig tegen de achtergrond van de hogere voorschriften en beginselen van primair Europees recht, indien zij aldus worden uitgelegd dat het begrip "productie-installaties" of "rechtstreeks verband houden met de productie" zich mede uitstrekt tot installaties die door suikerproducenten worden gebruikt voor de opslag en de verpakking van suiker met het oog op de verkoop ervan?

____________

1 - PB L 58, blz. 42.

2 - PB L 176, blz. 32.