COVID-19 - Informatie

[15/03/2022] 

Evenals de andere instellingen van de Europese Unie is het Hof van Justitie van de Europese Unie wegens de gezondheidscrisis na de uitbraak van het SARS-CoV-2-virus sinds maart 2020 genoodzaakt geweest zijn werkwijze aan te passen. Het pandemische karakter van dit virus heeft het Hof en het Gerecht ertoe gebracht uiterst strenge sanitaire maatregelen te treffen ter bescherming van de gezondheid van al degenen die de gebouwen van de instelling dienden te betreden, en een aantal aanpassingen aan te brengen met betrekking tot zowel de schriftelijke als de mondelinge fase van de procedure, waaronder de mogelijkheid voor vertegenwoordigers van de partijen om per videoconferentie aan hoorzittingen deel te nemen.

De gunstige ontwikkeling van de gezondheidssituatie maakt het thans mogelijk om, overeenkomstig de door de Luxemburgse autoriteiten genomen besluiten, een normalisatie van de situatie te overwegen en met name de pleitzittingen te hervatten onder voorwaarden die vergelijkbaar zijn met die van vóór het begin van de gezondheidscrisis. Dit houdt met name in:

  • het verplichte dragen van toga's en de hervatting van de praktijk van het Hof en het Gerecht om toga's ter beschikking te stellen van vertegenwoordigers van partijen die niet over een eigen toga beschikken en die voor een van die rechterlijke instanties moeten pleiten;
  • de hervatting van de ontmoetingen, vóór het begin van de pleitzitting, van gemachtigden en advocaten met de leden van de rechtsprekende formatie en, in voorkomend geval, de advocaat-generaal die met de zaak is belast;
  • de noodzaak om pleidooien te houden, antwoorden op vragen te geven en eventuele replieken te voeren vanachter de katheder, en niet vanaf de zitplaats, en
  • het wegvallen van de verplichting om tijdens de pleitzittingen een masker te dragen.

De mogelijkheid om per videoconferentie aan de pleitzitting deel te nemen, blijft bestaan. Het blijft vereist dat daartoe een verzoek wordt ingediend, waarin precies wordt aangegeven waarom de vertegenwoordiger van de partij de hoorzitting niet fysiek kan bijwonen. Verder dient aan alle technische vereisten voor deelneming per videoconferentie te worden voldaan.

De vertegenwoordigers van de partijen wordt verzocht de tekst van hun pleitnota of pleitnotities, indien zij daarover beschikken, ten behoeve van de tolkdiensten vóór twaalf uur ‘s middags (Luxemburgse tijd) op de aan de zittingsdatum voorafgaande werkdag te verzenden naar het volgende adres: Interpretation@curia.europa.eu.