Language of document :

Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Rechtbank Gelderland (Nederland) op 20 november 2014 – Aannemingsbedrijf Aertssen NV, Aertssen Terrassements SA tegen VSB Machineverhuur BV e.a.

(Zaak C-523/14)

Procestaal: Nederlands

Verwijzende rechter

Rechtbank Gelderland

Partijen in het hoofdgeding

Verzoeksters: Aannemingsbedrijf Aertssen NV, Aertssen Terrassements SA

Verweerders: VSB Machineverhuur BV, Van Someren Bestrating BV, Jos van Someren

Prejudiciële vragen

Valt de door [verzoeksters] ingestelde klacht met burgerlijke partij stelling, als bedoeld in artikel 63 en volgende van het Belgische Wetboek van Strafvordering, gelet op de wijze van indiening en het stadium waarin de procedure zich bevindt, onder het materiële toepassingsgebied van de EEX-verordening?1

Zoja:

Moet artikel 27, lid 1, EEX-verordening zo worden uitgelegd dat een vordering voor een buitenlands (Belgisch) gerecht in de zin van deze bepaling ook aanhangig is in het geval dat voor de Belgische onderzoeksrechter een klacht met burgerlijke partij stelling is ingediend en het gerechtelijk vooronderzoek nog niet is voltooid?

Zo ja, op welk tijdstip wordt de zaak die aanhangig is gemaakt door het indienen van een klacht met burgerlijke partij stelling voor de toepassing van de artikelen 27, lid 1 en 30, EEX-verordening geacht aanhangig te zijn en/ofte zijn aangebracht?

Zo nee, moet artikel 27, lid 1, EEX-verordening zo worden uitgelegd dat indiening van een klacht met burgerlijke partij stelling ertoe kan leiden dat een vordering voor een Belgisch gerecht later alsnog aanhangig wordt in de zin van die bepaling?

Zo ja, op welk tijdstip wordt de zaak dan voor de toepassing van de artikelen 27, lid 1, en 30, EEX-verordening geacht aanhangig te zijn geworden en/of te zijn aangebracht?

Indien een klacht met burgerlijke partij stelling is ingediend maar daarmee op het moment van indiening nog niet een vordering als bedoeld in artikel 27, lid 1, EEX-verordening aanhangig is en in de loop van de behandeling van de ingediende klacht later alsnog met terugwerkende kracht tot het moment van de indiening van de klacht aanhangig kan worden, vloeit dan uit artikel 27, lid 1, EEX-verordening voort dat de rechter bij wie een vordering aanhangig is gemaakt nadat de klacht met burgerlijke partij stelling bij de Belgische rechter is ingediend, zijn uitspraak moet aanhouden totdat vaststaat of een vordering als bedoeld in artikel 27, lid 1, [EEX-verordening] voor de Belgische rechter aanhangig is?

____________

____________

1     Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB 2001, L 012, blz. 1).