Language of document :

Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 21 maart 2019 – Europese Commissie / Italiaanse Republiek

(Zaak C-498/17)1

(Niet-nakoming – Richtlijn 1999/31/EG – Artikel 14, onder b) en c) – Storten van afvalstoffen – Bestaande stortplaatsen – Schending)

Procestaal: Italiaans

Partijen

Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: G. Gattinara, F. Thiran en E. Sanfrutos Cano, gemachtigden)

Verwerende partij: Italiaanse Republiek (vertegenwoordigers: G. Palmieri, gemachtigde, bijgestaan door G. Palatiello, avvocato dello Stato)

Dictum

De Italiaanse Republiek is de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 14, onder b) en c), van richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen door met betrekking tot de stortplaatsen van Avigliano (Serre Le Brecce), Ferrandina (Venita), Genzano di Lucania (Matinella), Latronico (Torre), Lauria (Carpineto), Maratea (Montescuro), Moliterno (Tempa La Guarella), de twee stortplaatsen van Potenza (Montegrosso-Pallareta), de stortplaatsen van Rapolla (Albero in Piano), Roccanova (Serre), Sant’Angelo Le Fratte (Farisi), Campotosto (Reperduso), Capistrello (Trasolero), Francavilla (Valle Anzuca), L’Aquila (Ponte delle Grotte), Andria (D’Oria G. & C. Snc), Canosa (CO.BE.MA), Bisceglie (CO.GE.SER), Andria (F.lli Acquaviva), Trani (BAT-Igea Srl), Torviscosa (società Caffaro), Atella (Cafaro), Corleto Perticara (Tempa Masone), Marsico Nuovo (Galaino), Matera (La Martella), Pescopagano (Domacchia), Rionero in Volture (Ventaruolo), Salandra (Piano del Governo), San Mauro Forte (Priati), Senise (Palomabara), Tito (Aia dei Monaci), Tito (Valle del Forno), Capestrano (Tirassegno), Castellalto (Colle Coccu), Castelvecchio Calvisio (Termine), Corfinio (Cannucce), Corfinio (Case querceto), Mosciano S. Angelo (Santa Assunta), S. Omero (Ficcadenti), Montecorvino Pugliano (Parapoti), San Bartolomeo in Galdo (Serra Pastore), Trivigano (voorheen Cava Zof) en Torviscosa (La Valletta), niet alle maatregelen te hebben getroffen die noodzakelijk zijn om de stortplaatsen waarvoor niet overeenkomstig artikel 8 van deze richtlijn een vergunning tot voortzetting van de exploitatie is verleend, zo spoedig mogelijk te sluiten overeenkomstig artikel 7, onder g), en artikel 13 van deze richtlijn, of niet de maatregelen te hebben getroffen die noodzakelijk zijn om de stortplaatsen waarvoor wel een vergunning tot voortzetting van de exploitatie is verleend, in overeenstemming te brengen met deze richtlijn, onverminderd de voorwaarden van bijlage I, punt 1, bij deze richtlijn.

De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten.

____________

1 PB C 338 van 9.10.2017.