Language of document :

Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 2 augustus 2016 – Mommer / Commissie

(Zaak F-74/13)1

(Openbare dienst – Ambtenaren – Pensioenen – Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut betreffende de overdracht van pensioenrechten – Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere regelingen verworven pensioenrechten – Besluit tot erkenning van extra pensioenjaren waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut – Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering – Beroep deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Anne Mommer (Brussel, België) (vertegenwoordigers: aanvankelijk S. Orlandi, J.-N. Louis en D. de Abreu Caldas, advocaten, vervolgens S. Orlandi, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk C. Ehrbar en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, en ten slotte G. Gattinara, gemachtigde)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit betreffende de overdracht van verzoeksters pensioenrechten aan de pensioenregeling van de Unie, waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut

Dictum

Het beroep wordt deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.

Elke partij draagt haar eigen kosten.

____________

1 PB C 274 van 21.9.2013, blz. 33.