Language of document :

Beroep ingesteld op 7 januari 2013 – ZZ / Commissie

(Zaak F-2/13)

Procestaal: Italiaans

Partijen

Verzoekende partij: ZZ (vertegenwoordiger: G. Cipressa, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie

Voorwerp en beschrijving van het geding

Nietigverklaring van het stilzwijgend besluit tot afwijzing van verzoekers verzoek om op het salaris dat hij heeft ontvangen vanaf mei 2001 tot het eind van zijn tewerkstelling in Angola de aanpassingscoëfficiënt toe te passen bedoeld in de artikelen 12 en 13 van bijlage X bij het Ambtenarenstatuut

Conclusies van de verzoekende partij

het in welke vorm dan ook genomen besluit van de Commissie tot afwijzing van het verzoek van 24 oktober 2011 nietig verklaren;

voor zover nodig, het in welke vorm dan ook genomen besluit nietig verklaren waarbij de Commissie de klacht heeft afgewezen die verzoeker op 12 mei 2012 had ingediend tegen de afwijzing van zijn verzoek van 24 oktober 2011, strekkende tot nietigverklaring van die afwijzing en toewijzing van het verzoek;

voor zover nodig, de nota van 14 augustus 2012 nietig verklaren;

de Commissie veroordelen tot betaling aan hem, voor elke maand vanaf mei 2001 en tot en met de laatste maand van zijn tewerkstelling, zij het ook slechts de iure, bij de persdienst van de delegatie van de Commissie in Angola, van het verschil tussen het bedrag dat hij had moeten ontvangen indien de aanpassingscoëfficiënt voor Angola, vastgesteld krachtens artikel 64 van het Statuut en de artikelen 12 en 13 van bijlage X bij het Statuut, op de juiste wijze op zijn maandsalaris was toegepast, en het bedrag dat hij krachtens artikel 62 van het Statuut daadwerkelijk heeft ontvangen (hierna: „bezoldigingsverschil”);

de Commissie veroordelen tot betaling aan verzoeker van 10 % vertragingsrente over het bezoldigingsverschil, met jaarlijkse kapitalisatie, vanaf de dag waarop hem zijn maandsalaris is betaald of had moeten worden betaald, en tot aan de dag waarop het bezoldigingsverschil daadwerkelijk zal zijn betaald;

de Commissie veroordelen tot betaling aan verzoeker over elk verschil in bezoldiging van een vergoeding voor het verlies aan koopkracht op grond van de jaarlijkse wijziging van de index voor de kosten van levensonderhoud van Brussel, waarnaar in artikel 1 van bijlage XI bij het Statuut wordt verwezen als het „internationaal indexcijfer voor Brussel”, dan wel elke andere index die het Gerecht redelijk en billijk zal achten om in deze zaak toe te passen, met jaarlijkse kapitalisatie, met ingang van de dag waarop elk maandsalaris van verzoeker is betaald of had moeten worden betaald en tot aan de dag waarop de vergoeding daadwerkelijk is betaald;

de Commissie verwijzen in de kosten.