Language of document : ECLI:EU:C:2017:457

Zaak C‑75/16

Livio MeninienMaria Antonia Rampanelli

tegen

Banco Popolare Società Cooperativa

(verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Tribunale Ordinario di Verona)

„Prejudiciële verwijzing – Bescherming van de consument – Alternatieve beslechting van consumentengeschillen (ADR) – Richtlijn 2008/52/EG – Richtlijn 2013/11/EU – Artikel 3, lid 2 – Verzet door de consument gedaan in het kader van een door een kredietinstelling ingeleide procedure tot verkrijging van een betalingsbevel – Recht op toegang tot de rechter – Nationale wettelijke regeling die het gebruik van een bemiddelingsprocedure verplicht stelt – Verplichte bijstand van een advocaat – Voorwaarde voor de ontvankelijkheid van het beroep in rechte”

Samenvatting – Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 14 juni 2017

Bescherming van de consument – Rechten van de consument – Alternatieve beslechting van consumentengeschillen (ADR) – Richtlijn 2013/11 – Nationale regeling die het gebruik van een bemiddelingsprocedure verplicht stelt als ontvankelijkheidsvoorwaarde voor de vordering in rechte – Toelaatbaarheid – Voorwaarde – Nationale regeling volgens welke de consument in het kader van een procedure van bemiddeling/mediation moet worden bijgestaan door een advocaat en zich slechts uit die procedure kan terugtrekken indien hij aantoont dat daarvoor een geldige reden bestaat – Ontoelaatbaarheid

(Richtlijn 2013/11 van het Europees Parlement en de Raad, art. 2, lid 1)

Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van verordening (EG) nr. 2006/2004 en richtlijn 2009/22/EG (richtlijn ADR consumenten) moet aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzet tegen een nationale regeling zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding, die met betrekking tot geschillen die onder artikel 2, lid 1, van deze richtlijn vallen, het volgen van een procedure van bemiddeling/mediation oplegt als voorwaarde voor de ontvankelijkheid van de vordering in rechte met betrekking tot die geschillen, voor zover die verplichting partijen niet belet hun recht van toegang tot de rechter uit te oefenen.

Daarentegen moet die richtlijn aldus worden uitgelegd dat zij zich verzet tegen een nationale regeling zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding, volgens welke de consument in het kader van een dergelijke bemiddeling/mediation moet worden bijgestaan door een advocaat en zich slechts uit een bemiddelingsprocedure kan terugtrekken indien hij aantoont dat daarvoor een geldige reden bestaat.

(zie punt 71 en dictum)