Language of document : ECLI:EU:F:2013:111

BESCHIKKING VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
VAN DE EUROPESE UNIE

(Derde kamer)

2 juli 2013

Zaak F‑64/12 DEP

Guillermo Martinez Erades

tegen

Europese Dienst voor extern optreden (EDEO)

„Openbare dienst – Procedure – Begroting van proceskosten”

Betreft:      Verzoek om begroting van de invorderbare kosten uit hoofde van artikel 92 van het Reglement voor de procesvoering, door Martinez Erades bij het Gerecht ingediend krachtens artikel 92, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering.

Beslissing:      Het bedrag van de invorderbare kosten die Martinez Erades uit hoofde van zaak F‑64/12 bij de Europese Dienst voor extern optreden kan invorderen wordt vastgesteld op 5 700 EUR, te vermeerderen met de eventueel verschuldigde btw over dat bedrag. Elke partij draagt haar eigen kosten van de onderhavige procedure voor de begroting van kosten.

Samenvatting

1.      Gerechtelijke procedure – Kosten – Begroting – Invorderbare kosten – Begrip – Door partijen gemaakte noodzakelijke kosten – Overlegging van stukken om echtheid van kosten aan te tonen

(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken, art. 91, sub b)

2.      Gerechtelijke procedure – Kosten – Begroting – Invorderbare kosten – Begrip – Belasting over de toegevoegde waarde – Daaronder begrepen in geval van niet-belastingplichtige

(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken, art. 91, sub b)

3.      Gerechtelijke procedure – Kosten – Invorderbare kosten – Kosten gemaakt in het kader van procedure voor begroting van kosten – Afdoening zonder beslissing

(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken, art. 86 en 92)

1.      Uit artikel 91, sub b, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken volgt dat alleen de kosten die enerzijds in verband met de procedure voor het Gerecht zijn gemaakt, en anderzijds daartoe noodzakelijk waren, invorderbaar zijn.

Het staat weliswaar aan de verzoeker om de bewijsstukken over te leggen aan de hand waarvan de echtheid kan worden aangetoond van de kosten waarvan vergoeding wordt gevraagd, doch uit het feit dat een advocaat het verzoekschrift heeft ingediend en na een akkoord tussen partijen een akte van afstand heeft neergelegd, kan worden afgeleid dat die advocaat wel degelijk de handelingen en prestaties heeft verricht die noodzakelijk zijn voor de procedure voor het Gerecht. In deze omstandigheden kan het Gerecht vaststellen ter hoogte van welk bedrag de kosten waarvan de advocaat van een partij vergoeding vraagt, kunnen worden ingevorderd bij de partij die de kosten draagt.

(cf. punten 16, 20 en 21)

Referentie:

Gerecht voor ambtenarenzaken: 10 november 2009, X/Parlement, F‑14/08 DEP, punt 21; 8 november 2011, U/Parlement, F‑92/09 DEP, punt 37 en aldaar aangehaalde rechtspraak; 22 maart 2012, Brune/Commissie, F‑5/08 DEP, punt 19

2.      Een verzoeker die niet onderworpen is aan de belasting over de toegevoegde waarde beschikt niet over de mogelijkheid om de belasting die hij heeft betaald over diensten die hem door zijn advocaten in rekening zijn gebracht, terug te krijgen. De belasting over de toegevoegde waarde die is betaald over de noodzakelijk geachte honoraria vormt voor hem dus kosten die voor de procedure zijn gemaakt in de zin van artikel 91, sub b, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken.

(cf. punt 28)

Referentie:

Gerecht van eerste aanleg: 8 juli 2004, De Nicola/EIB, T‑7/98 DEP, T‑208/98 DEP en T‑109/99 DEP, punt 37

Gerecht voor ambtenarenzaken: 25 oktober 2012, Missir Mamachi di Lusignano/Commissie, F‑50/09 DEP, punt 31

3.      Artikel 92 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken betreffende het geschil over de kosten bepaalt in tegenstelling tot artikel 86 van dat Reglement niet dat ten aanzien van de proceskosten wordt beslist in het arrest of de beschikking waardoor een einde aan het geding komt. Indien het Gerecht op grond van artikel 92 van het Reglement voor de procesvoering uitspraak deed over het geschil over de kosten van een hoofdprocedure en, afzonderlijk, over de nieuwe kosten die in het kader van dat geschil over de kosten zijn ontstaan, zou later immers eventueel een nieuw geschil over nieuwe kosten aanhangig kunnen worden gemaakt.

Er behoeft dus niet afzonderlijk uitspraak te worden gedaan over de kosten en honoraria die voor de procedure voor de begroting van kosten voor het Gerecht zijn gemaakt. Bij de bepaling van de invorderbare kosten moet het Gerecht echter rekening houden met alle omstandigheden van de zaak tot het moment waarop de beschikking houdende begroting van kosten wordt gegeven.

(cf. punten 33‑35)

Referentie:

Gerecht voor ambtenarenzaken: 12 december 2012, Kerstens/Commissie, F‑12/10 DEP, punt 49; U/Parlement, reeds aangehaald, punt 65