Language of document : ECLI:EU:C:2004:273

Zaak C‑224/02

Heikki Antero Pusa

tegen

Osuuspankkien Keskinäinen Vakuutusyhtiö

(verzoek van de Korkein oikeus om een prejudiciële beslissing)

„Burgerschap van Unie – Artikel 18 EG – Recht om vrij in lidstaten te reizen en te verblijven – Beslag op loon – Modaliteiten”

Samenvatting van het arrest

Burgerschap van de Europese Unie – Recht om vrij op grondgebied van lidstaten te reizen en te verblijven – Nationale wettelijke regeling waarin voor beslag vatbare gedeelte van pensioen wordt bepaald door hierop nationale bronbelasting op pensioen in mindering te brengen – Niet-inaanmerkingneming van in woonstaat van ontvanger over pensioen verschuldigde belasting – Ontoelaatbaarheid – Nationale wettelijke regeling waarin voor dergelijke inaanmerkingneming als voorwaarde wordt gesteld dat schuldenaar in andere lidstaat daadwerkelijk betaalde belasting bewijst – Toelaatbaarheid – Voorwaarden

(Art. 18 EG)

Het gemeenschapsrecht verzet zich in beginsel tegen een wettelijke regeling van een lidstaat krachtens welke het voor beslag vatbare gedeelte van een in deze staat periodiek aan een schuldenaar uitgekeerd pensioen wordt bepaald door de in deze staat te betalen bronbelasting in mindering te brengen op het pensioen, terwijl bij de bepaling van de voor beslag vatbare gedeelten van dit pensioen geen rekening wordt gehouden met de belasting die de ontvanger van dit pensioen later daarop moet betalen in de lidstaat waar hij woont.

Het gemeenschapsrecht verzet zich daarentegen niet tegen een dergelijke nationale wettelijke regeling wanneer deze voorschrijft dat met een dergelijke belasting rekening moet worden gehouden, maar daarbij als voorwaarde stelt dat de schuldenaar bewijst dat hij in de lidstaat waar hij woont, daadwerkelijk een specifiek bedrag aan inkomstenbelasting heeft betaald of binnen een bepaalde termijn moet betalen. Dat geldt echter alleen voorzover, in de eerste plaats, het recht van de betrokken schuldenaar om met deze belasting rekening te laten houden, duidelijk blijkt uit deze wettelijke regeling, in de tweede plaats, de regels volgens welke met deze belasting rekening wordt gehouden, waarborgen dat de voor beslag vatbare gedeelten van het pensioen van de betrokkene jaarlijks op dezelfde wijze kunnen worden aangepast als indien een dergelijke belasting aan de bron was geheven in de lidstaat die deze wettelijke regeling heeft vastgesteld, en, in de derde plaats, deze regels niet tot gevolg hebben dat de uitoefening van dit recht in de praktijk onmogelijk of uiterst moeilijk wordt.

(cf. punten 35, 48, dictum 1‑2)