Language of document : ECLI:EU:T:2018:63

Zaak T611/15

Edeka-Handelsgesellschaft Hessenring mbH

tegen

Europese Commissie

„Toegang tot documenten – Verordening (EG) nr. 1049/2001 – Inhoudsopgave van het dossier van de Commissie betreffende een procedure op grond van artikel 101 VWEU – Weigering van toegang – Motiveringsplicht – Verplichting om de openstaande beroepsmogelijkheden te vermelden – Uitzondering inzake de bescherming van het doel van onderzoeken – Algemeen vermoeden van vertrouwelijkheid”

Samenvatting – Arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 5 februari 2018

1.      Instellingen van de Europese Unie – Recht van toegang van het publiek tot documenten – Verordening nr. 1049/2001 – Uitzonderingen op het recht van toegang tot documenten – Weigering van toegang – Motiveringsplicht – Omvang – Verwijzing naar een bevestigend besluit dat is vastgesteld in het kader van een andere procedure die verzoeker bekend is – Toelaatbaarheid – Voorwaarden

(Art. 296 VWEU; verordening nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad, art. 4)

2.      Instellingen van de Europese Unie – Recht van toegang van het publiek tot documenten – Verordening nr. 1049/2001 – Verplichting om verzoeker te herinneren aan de openstaande beroepsmogelijkheden tegen een besluit houdende weigering van toegang – Niet-inachtneming – Verwijzing naar een bevestigend besluit dat is vastgesteld in het kader van een andere procedure die verzoeker bekend is – Toelaatbaarheid

(Verordening nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad, art. 8, lid 1)

3.      Instellingen van de Europese Unie – Recht van toegang van het publiek tot documenten – Verordening nr. 1049/2001 – Uitzonderingen op het recht van toegang tot documenten – Bescherming van de doelstellingen van inspecties, onderzoeken en audits – Bescherming van commerciële belangen – Toepassing op administratieve dossiers inzake procedures van toezicht op de eerbiediging van de mededingingsregels – Algemeen vermoeden dat de openbaarmaking van bepaalde documenten uit dergelijke dossiers afdoet aan de bescherming van de in een dergelijke procedure aan de orde zijnde belangen – Grenzen

(Art. 101 VWEU; verordening nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad, art. 4, lid 2, eerste en derde streepje)

4.      Instellingen van de Europese Unie – Recht van toegang van het publiek tot documenten – Verordening nr. 1049/2001 – Uitzonderingen op het recht van toegang tot documenten – Bescherming van de doelstellingen van inspecties, onderzoeken en audits – Bescherming van commerciële belangen – Toepassing op administratieve dossiers inzake procedures van toezicht op de eerbiediging van de mededingingsregels – Algemeen vermoeden dat de openbaarmaking van bepaalde documenten uit dergelijke dossiers afdoet aan de bescherming van de in een dergelijke procedure aan de orde zijnde belangen – Verzoek om toegang dat niet het volledige dossier betreft – Geen invloed

(Art. 101 VWEU; verordening nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad, art. 4, lid 2, eerste en derde streepje; verordening nr. 1/2003 van de Raad; verordening nr. 773/2004 van de Commissie)

5.      Instellingen van de Europese Unie – Recht van toegang van het publiek tot documenten – Verordening nr. 1049/2001 – Uitzonderingen op het recht van toegang tot documenten – Bescherming van de doelstellingen van inspecties, onderzoeken en audits – Bescherming van commerciële belangen – Toepassing op administratieve dossiers inzake procedures van toezicht op de eerbiediging van de mededingingsregels – Algemeen vermoeden dat de openbaarmaking van bepaalde documenten uit dergelijke dossiers afdoet aan de bescherming van de in een dergelijke procedure aan de orde zijnde belangen – Toepassing op inhoudsopgaven

(Art. 101 VWEU; verordening nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad, art. 4, lid 2, eerste en derde streepje)

6.      Instellingen van de Europese Unie – Recht van toegang van het publiek tot documenten – Uitzonderingen op het recht van toegang tot documenten – Hoger openbaar belang dat de openbaarmaking van documenten gebiedt – Begrip – Vordering tot vergoeding van schade die is geleden door een schending van de mededingingsregels – Daarvan uitgesloten – Privébelang

(Art. 101 VWEU; verordening nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad, art. 4, lid 2)

7.      Instellingen van de Europese Unie – Recht van toegang van het publiek tot documenten – Verordening nr. 1049/2001 – Uitzonderingen op het recht van toegang tot documenten – Verplichting om gedeeltelijke toegang te verlenen tot gegevens die niet onder de uitzonderingen vallen – Toepassing op documenten van een categorie waarvoor een algemeen vermoeden van weigering van toegang geldt – Daarvan uitgesloten

(Verordening nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad, art. 4, lid 6)

1.      Het is niet noodzakelijk dat alle relevante feitelijke en juridische gegevens in de motivering worden gespecificeerd, aangezien bij de beoordeling van de vraag of de motivering van een handeling aan de vereisten van artikel 296 VWEU voldoet, niet alleen acht moet worden geslagen op de bewoordingen ervan, maar ook op de context en op het geheel van rechtsregels die de betrokken materie beheersen. In dit verband kan een motivering in de vorm van een verwijzing volstaan. Voorts moet de verwijzing in een handeling naar een afzonderlijke handeling worden beoordeeld in het licht van artikel 296 VWEU en levert deze verwijzing geen niet-nakoming op van de op de instellingen van de Unie rustende motiveringsplicht.

De gedeeltelijke verwijzing, in een besluit waarbij de toegang tot documenten wordt geweigerd, naar de motivering van het bevestigende besluit na een eerder verzoek om toegang tot documenten, kan niet worden beschouwd als een niet-nakoming van de motiveringsplicht, aangezien het oorspronkelijke besluit en het bevestigende besluit in de eerste procedure vastgesteld zijn in een context die verzoeker bekend was, het bevestigende besluit in de eerste procedure reeds ter kennis van verzoeker was gebracht vóór de indiening van haar verzoek om toegang in de tweede procedure, en verzoeker de gelegenheid had om kennis te nemen van de redenen voor de weigering van toegang waarmee zij werd geconfronteerd en om deze op zinvolle wijze aan te vechten bij de Unierechter.

(zie punten 31, 32, 35, 37, 38, 41)

2.      De niet-nakoming van de verplichting voor de instelling die de toegang tot een document geheel of gedeeltelijk weigert om verzoeker te herinneren aan de openstaande beroepsmogelijkheden, kan niet worden aangemerkt als een onwettigheid die op dit punt kan leiden tot de nietigverklaring van het besluit houdende weigering van toegang, wanneer in dat besluit wordt verwezen naar de motivering van het bevestigende besluit dat is vastgesteld na een eerder verzoek om toegang tot documenten, en verzoeker kennis heeft kunnen nemen van de beroepsmogelijkheden tegen dat besluit en een beroep tot nietigverklaring heeft kunnen instellen.

(zie punt 49)

3.      Zie de tekst van de beslissing.

(zie punten 59‑63, 88)

4.      Het algemeen vermoeden van vertrouwelijkheid betreffende de documenten van het administratieve dossier van de Commissie in een procedure op grond van artikel 101 VWEU, kan van toepassing zijn ongeacht het aantal documenten waarop het verzoek om toegang betrekking heeft. In dit verband is toegestaan dat wordt uitgegaan van een algemeen vermoeden van vertrouwelijkheid, ongeacht het aantal documenten waarop het verzoek om toegang betrekking had en zelfs indien het verzoek één enkel document betreft. Of een algemeen vermoeden van weigering geldt, hangt immers af van een kwalitatief criterium, namelijk het feit dat de documenten op eenzelfde procedure betrekking hebben, en niet van een kwantitatief criterium, namelijk het aantal documenten waarop het verzoek om toegang betrekking heeft. Ongeacht het aantal documenten waarop het verzoek om toegang betrekking heeft, kan de toegang tot documenten van een procedure op grond van artikel 101 VWEU niet worden toegekend zonder rekening te houden met dezelfde strikte voorschriften van verordeningen nr. 1/2003 en nr. 773/2004 betreffende procedures van de Commissie op grond van de artikelen 101 en 102 VWEU, inzake de behandeling van informatie die in het kader van een dergelijke procedure is verkregen of opgesteld.

Voorts berust het algemeen vermoeden van vertrouwelijkheid dat van toepassing is op documenten uit het administratieve dossier in een procedure op grond van artikel 101 VWEU in wezen op een uitlegging van de in artikel 4 van verordening nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie neergelegde uitzonderingen op het recht van toegang tot documenten, die rekening houdt met de strikte voorschriften van verordeningen nr. 1/2003 en nr. 773/2004 betreffende procedures van de Commissie op grond van de artikelen 101 en 102 VWEU, inzake de behandeling van informatie die in het kader van een dergelijke procedure is verkregen of opgesteld. Dit vermoeden berust met andere woorden op de premisse dat de betrokken procedure een bijzondere regeling voor de toegang tot de documenten behelst. Het bestaan van een dergelijke regeling laat toe aan te nemen dat de openbaarmaking van die documenten in beginsel afbreuk kan doen aan het doel van de procedure waarvan zij deel uitmaken.

De omstandigheid dat het document waarvan de openbaarmaking wordt gevraagd deel uitmaakt van het administratieve dossier in een procedure op grond van artikel 101 VWEU volstaat derhalve om de toepassing te rechtvaardigen van het vermoeden van vertrouwelijkheid van documenten inzake die procedure, ongeacht het aantal documenten waarop het verzoek betrekking heeft.

(zie punten 71‑74)

5.      Wat de toegang van het publiek tot documenten betreft, kan de inhoudsopgave van het administratieve dossier van de Commissie in een procedure op grond van artikel 101 VWEU onder het algemeen vermoeden van weigering van toegang vallen, ongeacht de bijzondere aard van dit document. De inhoudsopgave is weliswaar een document met bijzondere kenmerken, daar zij geen eigen inhoud heeft in zoverre zij de inhoud van het dossier slechts samenvat. Toch gaat het ten eerste om een document dat vorm geeft aan het dossier betreffende de betrokken procedure, en op die manier deel uitmaakt van het samenstel van de desbetreffende documenten. Ten tweede gaat het om een document waarbij de lijst wordt vastgesteld van alle documenten in het dossier, en deze worden benoemd en geïdentificeerd. Ten derde vormt de inhoudsopgave, voor zover zij verwijst naar elk document in het dossier, een document dat het samenstel van documenten van het dossier omvat alsook bepaalde gegevens over de inhoud van die documenten. Ten vierde maakt de inhoudsopgave het mogelijk om alle stappen van de Commissie in de procedure inzake mededingingsregelingen te zien. Zo kan de inhoudsopgave van het dossier inzake mededingingsregelingen relevante en precieze informatie bevatten betreffende de inhoud van het dossier.

Hieruit volgt dat de mededeling van gegevens uit de inhoudsopgave – net als de openbaarmaking van de documenten zelf – afbreuk kan doen aan de belangen die beschermd zijn door de uitzonderingen van artikel 4, lid 2, eerste en derde streepje, van verordening nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, voor zover zij ertoe leidt dat aan een derde commercieel gevoelige informatie of informatie over het lopende onderzoek ter kennis wordt gebracht.

(zie punten 75‑77)

6.      Zie de tekst van de beslissing.

(zie punten 95‑99)

7.      Zie de tekst van de beslissing.

(zie punt 110)