Language of document :

Beroep ingesteld op 20 februari 2020 – BSEF/Commissie

(Zaak T-113/20)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Bromine Science Environnemental Forum (BSEF) (Brussel, België) (vertegenwoordigers: R. Cana, E. Mullier en H. Widemann, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

Verordening (EU) 2019/2021 van de Commissie van 1 oktober 2019 tot vaststelling van eisen inzake ecologisch ontwerp voor elektronische beeldschermen overeenkomstig richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad, tot wijziging van verordening (EG) nr. 1275/2008 van de Commissie en tot intrekking van verordening (EG) nr. 642/2009 van de Commissie, nietig verklaren voor zover daarbij gehalogeneerde brandvertragers worden verboden;

verweerster verwijzen in de kosten van de procedure.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster zeven middelen aan.

Eerste middel: door vaststelling van de bestreden verordening heeft de Commissie inbreuk gemaakt op artikel 1, lid 4, en artikel 15, lid 2, onder c), i), van de richtlijn inzake ecologisch ontwerp1 , ultra vires gehandeld en haar bevoegdheden overschreden, en afbreuk gedaan aan het effet utile van andere Unierechtelijke maatregelen.

Tweede middel: de Commissie heeft de rechten van verdediging van verzoekster geschonden door bij de bestreden verordening gehalogeneerde brandvertragers voor gebruik in elektronische beeldschermen te verbieden.

Derde middel: de Commissie heeft een kennelijke beoordelingsfout gemaakt, niet alle informatie in aanmerking genomen, artikel 15, lid 1, van de richtlijn inzake ecologisch ontwerp geschonden, en niet voldaan aan de op haar rustende verplichting om een passende effectbeoordeling uit te voeren wanneer zij gehalogeneerde brandvertragers verbiedt bij de bestreden verordening.

Vierde middel: de bestreden verordening is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, aangezien verzoekster in een situatie van onaanvaardbare rechtsonzekerheid is geplaatst.

Vijfde middel: met de bestreden verordening wordt het evenredigheidsbeginsel geschonden, aangezien het verbod van gehalogeneerde brandvertragers verder gaat dan passend is, niet noodzakelijk is om de gestelde doelen te bereiken, en niet de minst belastende maatregel is die de Commissie had kunnen nemen.

Zesde middel: met de bestreden verordening wordt het beginsel van gelijke behandeling geschonden, aangezien het verbod van gehalogeneerde brandvertragers discriminerend is ten aanzien van andere categorieën producten en andere stoffen.

Zevende middel: door de bestreden verordening vast te stellen heeft de Commissie inbreuk gemaakt op artikel 15, lid 1, van de richtlijn inzake ecologisch ontwerp en op artikel 5 bis, lid 1 tot en met lid 4, en de artikelen 7 en 8 van besluit 1999/468/EG2 , en heeft zij ultra vires gehandeld.

____________

1 Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (PB 2009, L 285, blz. 10).

2 Besluit van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (PB 1999, L184, blz. 23).