Language of document : ECLI:EU:C:2022:390

BESCHIKKING VAN DE PRESIDENT VAN HET HOF

29 april 2022 (*)

„Doorhaling”

In zaak C‑637/21,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Raad van State (Nederland) bij beslissing van 13 oktober 2021, ingekomen bij het Hof op 18 oktober 2021, in de procedure

K.R.,

andere partij in de procedure:

Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

geeft

DE PRESIDENT VAN HET HOF,

gezien de stukken,

gelet op de opmerkingen van:

–        K.R., vertegenwoordigd door J. B. Bierbach, advocaat,

–        de Nederlandse regering, vertegenwoordigd door J. M. Hoogveld en M. Bulterman als gemachtigden,

–        de Deense regering, vertegenwoordigd door V. Pasternak Jørgensen, M. Søndahl Wolff en Y. Thyregod Kollberg als gemachtigden,

–        de Europese Commissie, vertegenwoordigd door E. Montaguti en S. Noë als gemachtigden,

advocaat-generaal M. Szpunar gehoord,

de navolgende

Beschikking

1        Bij brief van 12 april 2022, ingekomen ter griffie van het Hof op 14 april 2022, heeft de Raad van State (Nederland) het Hof meegedeeld dat hij zijn verzoek om een prejudiciële beslissing intrekt.

2        Bijgevolg dient krachtens artikel 100 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof de doorhaling van deze zaak in het register van het Hof te worden gelast.

3        Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

De president van het Hof beschikt :

Zaak C637/21 wordt doorgehaald in het register van het Hof.

Luxemburg, 29 april 2022.

De griffier

 

De president

A. Calot Escobar

 

K. Lenaerts


* Procestaal: Nederlands.