Language of document : ECLI:EU:F:2014:229

BESCHIKKING VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
VAN DE EUROPESE UNIE

(Tweede kamer)

30 september 2014

Zaak F‑35/12

DM

tegen

Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec)

„Openbare dienst – Arbeidscontractant – Aanstellingsvoorwaarden – Medisch onderzoek bij aanstelling – Artikel 100 RAP – Medisch voorbehoud – Ontslag aan het einde van de proeftijd – Vordering tot nietigverklaring zonder voorwerp geraakt – Medisch voorbehoud bij de aanstelling van de betrokkene door een ander agentschap van de Europese Unie – Geen invloed – Afdoening zonder beslissing”

Betreft:      Beroep, ingesteld krachtens artikel 270 VWEU, waarmee DM vraagt om nietigverklaring van het besluit van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec) van 2 december 2011 tot afwijzing van zijn klacht tegen het besluit van 6 mei 2011 om ten aanzien van hem vanaf de datum van zijn indiensttreding het medisch voorbehoud te maken voorzien in artikel 100 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie, in de op het geschil toepasselijke versie (hierna: „RAP”) en, voor zover nodig, om nietigverklaring van het besluit van 6 mei 2011.

Beslissing:      Er behoeft geen uitspraak meer te worden gedaan over het beroep. Het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie zal zijn eigen kosten dragen en wordt verwezen in de kosten van DM.

Samenvatting

1.      Beroepen van ambtenaren – Beroep tegen besluit tot afwijzing van de klacht – Ontvankelijkheid – Verplichting om uitspraak te doen over de vordering gericht tegen het besluit tot afwijzing van de klacht – Vordering die geen zelfstandige inhoud heeft of louter bevestigend besluit – Geen verplichting

(Ambtenarenstatuut, art. 90 en 91)

2.      Beroepen van ambtenaren – Arbeidscontractanten – Procesbelang – Beroep van een voormalig functionaris gericht tegen een besluit van een agentschap van de Unie waarbij ten aanzien van hem een medisch voorbehoud wordt gemaakt – Beëindiging van de aansluiting van de functionaris bij de regeling van gemeenschappelijke ziektekostenverzekering in de loop van het geding – Afdoening zonder beslissing – Nieuw medisch voorbehoud bij de aanstelling van de functionaris door een ander agentschap van de Unie – Geen invloed

(Ambtenarenstatuut, art. 72, 90 en 91; Regeling andere personeelsleden, art. 96, lid 5, derde alinea, en 100, eerste alinea)

1.      Aangezien de betrokkene in het stelsel van het Statuut een klacht moet indienen tegen het door hem betwiste besluit en beroep moet instellen tegen het besluit tot afwijzing van die klacht, is het beroep ontvankelijk, of het slechts tegen het oorspronkelijk betwiste besluit, tegen het besluit tot afwijzing van de klacht, dan wel tegen beide besluiten tezamen is gericht, voor zover de klacht en het beroep binnen de in de artikelen 90 en 91 van het Statuut voorgeschreven termijnen zijn ingediend respectievelijk ingesteld. Overeenkomstig het beginsel van proceseconomie kan de rechter echter beslissen dat hij niet specifiek uitspraak hoeft te doen over de vordering gericht tegen het besluit tot afwijzing van de klacht, wanneer hij vaststelt dat deze geen zelfstandige inhoud heeft en in wezen samenvalt met de vordering gericht tegen het besluit waartegen de klacht is ingediend. Dit kan met name het geval zijn wanneer de Unierechter vaststelt dat het besluit tot afwijzing van de klacht, eventueel omdat het stilzwijgend is, louter een bevestiging vormt van het besluit waartegen de klacht is ingediend, zodat de nietigverklaring van het besluit tot afwijzing van de klacht voor de rechtspositie van de betrokkene geen ander gevolg heeft dan hetgeen voortvloeit uit de nietigverklaring van het besluit waartegen de klacht was gericht.

Gaat het om een besluit tot afwijzing van de klacht dat geen heronderzoek van de situatie van de betrokkene op basis van nieuwe elementen rechtens of feitelijk bevat, dan is het de rechtmatigheid van het oorspronkelijk bezwarende besluit die moet worden onderzocht door rekening te houden met de motivering in het besluit tot afwijzing van de klacht, daar die motivering wordt geacht samen te vallen met het oorspronkelijke besluit.

(cf. punten 30 en 31)

Referentie:

Hof: arrest Vainker/Parlement, 293/87, EU:C:1989:8, punten 7 en 8

Gerecht van de Europese Unie: arresten Commissie/Birkhoff, T‑377/08 P, EU:T:2009:485, punten 58 en 59 en aldaar aangehaalde rechtspraak, en Adjemian e.a./Commissie, T‑325/09 P, EU:T:2011:506, punt 33

2.      Het voorwerp van het beroep moet, op straffe van niet-ontvankelijkheid, bestaan in het stadium van de instelling van het beroep en moet, op straffe van afdoening zonder beslissing, voortbestaan tot aan de uitspraak van de rechterlijke beslissing. Dit veronderstelt dat de uitkomst van het beroep in het voordeel kan zijn van de partij die het heeft ingesteld.

Wat een beroep betreft van een voormalig arbeidscontractant tegen het besluit van een agentschap van de Unie om bij zijn aanstelling ten aanzien van hem het medisch voorbehoud te maken voorzien in artikel 100, eerste alinea, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, impliceert de omstandigheid dat de verzoeker in de loop van de procedure is ontslagen niet dat het medisch voorbehoud ten aanzien van hem automatisch is beëindigd. De contractuele verhouding van verzoeker met het agentschap is na afloop van de opzegtermijn weliswaar beëindigd, doch dit neemt niet weg dat hij vervolgens gedurende een bepaalde periode recht heeft op werkloosheidsuitkeringen en aansluiting bij de gemeenschappelijke regeling van ziektekostenverzekering zonder daaraan bijdragen te betalen. Gedurende die periode heeft de toepassing van het medisch voorbehoud tot gevolg dat hij niet de waarborgen op het gebied van invaliditeit en overlijden geniet voor de gevolgen van de ziekte of handicap die reden was voor de toepassing daarvan. Deze omstandigheid betekent echter niet dat het beroep tot nietigverklaring zijn voorwerp behoudt na de datum waarop de aansluiting van de verzoeker bij de gemeenschappelijke regeling van ziektekostenverzekering is beëindigd.

Aan deze conclusie wordt overigens niet afgedaan door de omstandigheid dat die functionaris vervolgens werd aangeworven door een ander Europees agentschap, dat ten aanzien van hem eveneens het medisch voorbehoud heeft gemaakt. Aangezien een arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken enkel gevolgen heeft ten aanzien van de partijen bij een geschil, kan de nietigverklaring van het bestreden besluit niet leiden tot de nietigverklaring van het besluit om na het medisch onderzoek voorafgaande aan zijn aanstelling door een ander agentschap van de Unie artikel 100 van de Regeling op de betrokken functionaris toe te passen, daar die nietigverklaring slechts kan worden verkregen door de instelling van een beroep door de verzoeker tegen laatstgenoemd besluit.

(cf. punten 33, 36‑39 en 44)

Referentie:

Gerecht voor ambtenarenzaken: arrest Mische/Parlement, F‑93/05, EU:F:2011:168, punt 27 en aldaar aangehaalde rechtspraak