Language of document :

Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel (België) op 30 april 2012 - Essent Belgium NV tegen Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG)

(Zaak C-204/12)

Procestaal: Nederlands

Verwijzende rechter

Rechtbank van eerste aanleg te Brussel

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekster:     Essent Belgium NV

Verweerster:     Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG)

Andere partijen:     Vlaamse Gewest

    Vlaamse Gemeenschap

Prejudiciële vragen

Is een nationale regeling, zoals vervat in het Vlaamse Decreet van 17 juli 2000 houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, zoals uitgevoerd door het Besluit van de Vlaamse regering van 5 maart 2004, gewijzigd door het Besluit van de Vlaamse regering van 25 februari 2005 inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen, waarbij

aan leveranciers van elektriciteit aan eindafnemers aangesloten op het distributienet of het transmissienet de verplichting wordt opgelegd om jaarlijks een bepaald aantal groenestroomcertificaten in te leveren bij de Reguleringsinstatie (artikel 23 van voormeld decreet);

aan leveranciers van elektriciteit aan eindafnemers aangesloten op het distributienet of het transmissienet een administratieve geldboete wordt opgelegd door de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG), wanneer deze leverancier onvoldoende groenestroomcertificaten heeft ingeleverd ten einde te voldoen aan een opgelegde quotumverplichting inzake groenestroomcertificaten (artikel 37, § 2, van voormeld decreet);

de Reguleringsinstantie geen garanties van oorsprong uit Noorwegen en Nederland kan of wil in aanmerking nemen en dit bij gebrek aan uitvoeringsmaatregelen van de Vlaamse regering, die de gelijkheid of gelijkwaardigheid van de aflevering van deze certificaten heeft erkend (artikel 25 van voormeld decreet en artikel 15, § 1, van het Besluit van 5 maart 2004), zonder dat de gelijkheid of gelijkwaardigheid in concreto werd onderzocht door de Reguleringsinstantie;

in feite gedurende de hele tijd dat het decreet van 17 juli 2000 in werking was enkel certificaten voor de productie van groene stroom opgewekt in het Vlaamse Gewest in aanmerking werden genomen om na te gaan of was voldaan aan de quotumverplichting, terwijl er voor leveranciers van elektriciteit aan eindafnemers aangesloten op het distributienet of het transmissienet geen enkele mogelijkheid bestond om aan te tonen dat de ingeleverde garanties van oorsprong voldeden aan de voorwaarde van het bestaan van gelijke of gelijkwaardige garanties inzake de toekenning van dergelijke certificaten,

verenigbaar met artikel 34 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie en artikel 11 van de EER-Overeenkomst en/of artikel 36 van dit verdrag en artikel 13 van de EER-Overeenkomst?

Is een nationale regeling zoals bedoeld sub 1 verenigbaar met artikel 5 van de toenmalige Europese richtlijn 2001/77/EG2 van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt?

Is een nationale regeling zoals bedoeld sub 1 verenigbaar met het gelijkheidsbeginsel en verbod tot discriminatie zoals onder meer vervat in artikel 18 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 3 van de toenmalige richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 1996 betreffende de gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van richtlijn 96/92/EG?

____________

1 - PB L 283, blz. 33.

2 - PB L 176, blz. 37.