Language of document :

Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 17 september 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Förvaltningsrätt i Stockholm - Zweden) – Skandia America Corporation (USA), filial Sverige/Skatteverket

(Zaak C-7/13)1

(Prejudiciële verwijzing – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde – Richtlijn 2006/112/EG – Btw-groep – Interne facturering voor de diensten die door een hoofdvennootschap met zetel in een derde land zijn verricht voor een filiaal dat lid is van een btw-groep in een lidstaat – Belastbaarheid van de verrichte diensten)

Procestaal: Zweeds

Verwijzende rechter

Förvaltningsrätten i Stockholm

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Skandia America Corporation (USA), filial Sverige

Verwerende partij: Skatteverket

Dictum

De artikelen 2, lid 1, 9 en 11 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, moeten aldus worden uitgelegd dat de diensten die een in een derde land gevestigd hoofdkantoor verricht voor zijn filiaal in een lidstaat, belastbare handelingen vormen indien dat filiaal lid is van een groep personen die voor de belasting over de toegevoegde waarde als één belastingplichtige kunnen worden aangemerkt.

De artikelen 56, 193 en 196 van richtlijn 2006/112 moeten aldus worden uitgelegd dat een groep personen in een lidstaat die voor de belasting over de toegevoegde waarde als één belastingplichtige kunnen worden aangemerkt, in een situatie als in het hoofdgeding, waarin een in een derde land gevestigd hoofdkantoor van een vennootschap diensten onder bezwarende titel verricht voor een filiaal van dezelfde vennootschap dat gevestigd is in die lidstaat en lid is van die groep, als afnemer van de diensten de tot voldoening van de verschuldigde belasting over toegevoegde waarde gehouden persoon wordt.

____________

1 PB C 55 van 23.2.2013.