Language of document :

Beroep ingesteld op 9 september 2019 – Deutsche Telekom / Commissie

(Zaak T-610/19)

Procestaal: Duits

Partijen

Verzoekende partij: Deutsche Telekom AG (Bonn, Duitsland) (vertegenwoordigers: P. Linsmeier, U. Soltész, C. von Köckritz en P. Lohs, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

het Commissiebesluit van 28 juni 2019 waarbij de Commissie het verzoek om betaling van vertragingsrente heeft afgewezen, nietig verklaren volgens artikel 263, lid 4, VWEU;

de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, ertoe veroordelen verzoekster een vergoeding te betalen ter hoogte van 2 580 374,07 EUR voor de schade die verzoekster heeft geleden doordat zij in de periode van 16 januari 2015 tot en met 19 februari 2019 het onverschuldigd betaalde bedrag niet kon aanwenden, zodat zij niet in staat was het rendement te verkrijgen dat zij normaal gesproken met dit bedrag zou behalen dan wel haar kapitaalkosten dienovereenkomstig te verlagen, of

subsidiair, voor het geval het Gerecht het tweede middel afwijst, verzoekster een vergoeding betalen ter hoogte van 1 750 522,83 EUR voor de schade die verzoekster heeft geleden doordat de Commissie heeft geweigerd haar voor de periode van 16 januari 2015 tot en met 19 februari 2019 vertragingsrente te betalen over het bedrag van 12 039 019 EUR, en wel tegen de voor de periode van 16 januari 2015 tot en met 19 februari 2019 geldende rentevoet van de Europese Centrale Bank voor basisherfinancieringstransacties vermeerderd met 3,5 procent, of – meer subsidiair – ter hoogte van een ander door het Gerecht passend geacht bedrag, berekend op basis van de rentevoet voor vertragingsrente die het Gerecht passend acht;

vaststellen dat over het door de Commissie overeenkomstig het tweede en derde middel te betalen bedrag over het tijdvak lopende vanaf de datum waarop in de onderhavige procedure het arrest wordt gewezen tot de volledige betaling door de Commissie eveneens rente moet worden betaald op basis van de rentevoet van de Europese Centrale Bank voor basisherfinancieringstransacties vermeerderd met 3,5 procent, of subsidiair rente moet worden betaald ter hoogte van een andere door het Gerecht passend geachte rentevoet voor vertragingsrente, en

de Commissie en de Europese Unie verwijzen in de kosten van verzoekster.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster de volgende middelen aan.

Eerste middel (vordering tot nietigverklaring): door te weigeren verzoekster vertragingsrente te betalen, heeft de Commissie niet voldaan aan haar plicht tot uitvoering van het arrest van 13 december 2018, Deutsche Telekom/Commissie (T-827/14, EU:T:2018:930), welke plicht werd bevestigd in het arrest van 5 september 2019, Europese Unie/Guardian Europe (C-447/17 P, EU:C:2019:672), en daardoor artikel 266, lid 1, VWEU geschonden.

Tweede middel (vordering tot nietigverklaring): schending van de motiveringsplicht krachtens artikel 296, lid 2, VWEU

Verzoekster voert dienaangaande aan dat het afwijzende besluit onvoldoende is gemotiveerd aangezien hierin niet voldoende is aangegeven om welke reden verzoeksters vordering tot betaling van vertragingsrente werd afgewezen. Het blijft onduidelijk of de Commissie van de veronderstelling uitgaat dat artikel 90 van gedelegeerde verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie1 ook een uitputtende regeling bevat van het recht op vertragingsrente uit hoofde van artikel 266, lid 1, VWEU en hoe een dergelijke uitlegging te verenigen is met de vaste rechtspraak over de verplichting van de Commissie om vertragingsrente te betalen uit hoofde van artikel 266, lid 1, VWEU.

Derde middel (vordering tot schadevergoeding): door verzoekster geleden schade wegens door haar misgelopen mogelijkheden gebruik te maken van het te veel betaalde deel van de onrechtmatige geldboete volgens artikel 266, lid 2, artikel 268, en artikel 340, lid 2, VWEU en, subsidiair, wegens de geweigerde uitbetaling van vertragingsrente.

____________

1     Gedelegeerde verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB 2012, L 362, blz. 1).