Language of document :

Beroep ingesteld op 23 oktober 2020 – Roemenië / Europees Parlement, Raad van de Europese Unie

(Zaak C-546/20)

Procestaal: Roemeens

Partijen

Verzoekende partij: Roemenië (vertegenwoordigers: E. Gane, L. Liţu en M. Chicu, gemachtigden)

Verwerende partijen: Europees Parlement, Raad van de Europese Unie

Conclusies

verordening (EU) 2020/1054 gedeeltelijk nietig verklaren, wat betreft:

artikel 1, punt 6, onder c), waarbij artikel 8, lid 8, van verordening (EG) nr. 561/2006 is gewijzigd, en

artikel 1, punt 6, onder d), waarbij aan artikel 8 van verordening (EG) nr. 561/2006 lid 8 bis is toegevoegd;

subsidiair, indien het Hof oordeelt dat deze bepalingen onlosmakelijk verbonden zijn met andere bepalingen van verordening (EU) 2020/1054 of betrekking hebben op de kern van deze verordening, deze wetgevende handeling van de Unie in haar geheel nietig verklaren;

het Parlement en de Raad verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van het beroep voert Roemenië drie middelen aan:

1. Eerste middel: schending van het in artikel 5, lid 4, VEU neergelegde evenredigheidsbeginsel

Roemenië meent dat de in artikel 1, punt 6, onder c), vervatte maatregel – namelijk dat de normale wekelijkse rusttijden en wekelijkse rusttijden van meer dan 45 uur ter compensatie van eerdere verkorte wekelijkse rusttijden, niet in een voertuig mogen worden genomen – niet geschikt is om de doelstellingen te bereiken, met name de verbetering van de verkeersveiligheid en de arbeidsvoorwaarden voor bestuurders. Bovendien neemt die maatregel de door de Commissie vastgestelde risico’s en belemmeringen niet weg.

Voorts waren de medewetgevers op het moment van de vaststelling van die maatregel op de hoogte van de data en gegevens waaruit bleek dat die maatregel kennelijk ongeschikt is.

Daarnaast is Roemenië van mening dat de in artikel 1, punt 6, onder d), vervatte maatregel – inzake de terugkeer van bestuurders binnen elke periode van vier opeenvolgende weken (vóór het begin van de normale wekelijkse rusttijd van meer dan 45 uur die, na twee verkorte wekelijkse rusttijden, ter compensatie wordt genomen) naar de exploitatievestiging van de werkgever in diens lidstaat van vestiging, of naar de woonplaats van de bestuurder – kennelijk ongeschikt is, met name gelet op de nieuwe administratieve verplichtingen, de aanzienlijke kosten voor vervoerders, de beperking van hun handelsactiviteiten en het feit dat die maatregel geen overeenkomstige bescherming van bestuurders verzekert.

Bovendien lijken al deze elementen niet te zijn meegenomen in de impactanalyse, waardoor de medewetgevers niet in staat waren om alle relevante omstandigheden in aanmerking te nemen.

2. Tweede middel: ongerechtvaardigde beperking van het in artikel 49 VWEU vastgelegde recht van vestiging

Roemenië is van mening dat de in artikel 1, punt 6, onder d), vervatte maatregel voor vervoerders in de perifere gebieden van de Unie leidt tot nieuwe administratieve verplichtingen, aanzienlijke kosten en een beperking van de handelsactiviteiten, wat zal leiden tot hervestiging en een afschrikkend effect heeft voor de oprichting van nieuwe vervoersondernemingen in die lidstaten.

Derhalve vormt die maatregel een (ongerechtvaardigde) beperking van de in artikel 49 VWEU neergelegde vrijheid van vestiging.

3. Derde middel: schending van het in artikel 18 VWEU neergelegde verbod van discriminatie op grond van nationaliteit

Roemenië is van oordeel dat de in artikel 1, punt 6, onder c), vervatte maatregel duidelijke nadelen creëert voor de lidstaten in de perifere gebieden van de Unie, in het bijzonder gelet op de bijzondere kenmerken van het netwerk van parkeerplaatsen en verblijfsmogelijkheden.

Daarnaast leidt het verzekeren van de terugkeer van bestuurders overeenkomstig artikel 1, punt 6, onder d), volgens Roemenië tot aanzienlijke verliezen voor de ondernemingen in de perifere gebieden van de Europese Unie – die hoe dan ook groter zijn dan in de lidstaten nabij het vervoerscentrum van de Unie.

Bovendien zijn de maatregelen die zijn vervat in verordening (EU) 2020/1054, verordening (EU) 2020/10551 en richtlijn (EU) 2020/10572 (inzake de aanvullende beperking van cabotage, de terugkeer van het voertuig naar de exploitatievestiging in de lidstaat van vestiging na acht weken, de terugkeer van de bestuurder na vier weken, het verbod om de normale wekelijkse rusttijd in het voertuig door te brengen en de detachering van bestuurders) bedoeld als onderdelen van een geïntegreerd wetgevingspakket, zodat uitsluitend een analyse van de gecumuleerde effecten daarvan de reële impact ervan op de vervoersmarkt kan aantonen.

____________

1 Regulamentul (UE) 2020/1055 al Parlamentului European și al Consiliului din 15 iulie 2020 de modificare a Regulamentelor (CE) nr. 1071/2009, (CE) nr. 1072/2009 și (UE) nr. 1024/2012 în vederea adaptării acestora la evoluțiile sectorului transportului rutier, publicat în Jurnalul Oficial al Uniunii Europene nr. L 249 din 31 iulie 2020, pagina 17.

2 Directiva (UE) 2020/1057 a Parlamentului European și a Consiliului din 15 iulie 2020 de stabilire a unor norme specifice cu privire la Directiva 96/71/CE și la Directiva 2014/67/UE privind detașarea conducătorilor auto în sectorul transportului rutier și de modificare a Directivei 2006/22/CE în ceea ce privește cerințele de control și a Regulamentului (UE) nr. 1024/2012, publicată în Jurnalul Oficial al Uniunii Europene nr. L 249 din 31 iulie 2020, pagina 49.