Language of document :

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Okręgowy w Opolu (Polen) op 22 juli 2020 – Skarb Państwa - Starosta Nyski/New Media Development & Hotel Services

(Zaak C-327/20)

Procestaal: Pools

Verwijzende rechter

Sąd Okręgowy w Opolu

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Skarb Państwa - Starosta Nyski

Verwerende partij: New Media Development & Hotel Services Sp. z o.o.

Prejudiciële vragen

Moeten de bepalingen van artikel 2, punt 1), van richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties (herschikking)1 aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een uitlegging van artikel 2 en artikel 4, punt 1), van de ustawa o przeciwdziałaniu nadmiernym opóźnieniom w transakcjach handlowych (wet betreffende de bestrijding van buitensporige vertragingen bij handelstransacties) van 8 maart 2013, volgens welke het begrip „goederen” geen betrekking heeft op onroerende goederen en het begrip „levering van goederen” geen betrekking heeft op de verlening van het zakelijke recht van użytkowanie wieczyste op een onroerend goed in de zin van artikel 232 en volgende van de kodeks cywilny (burgerlijk wetboek) en, eventueel, een dergelijke handeling niet als verrichting van een dienst kan worden beschouwd?

Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord: moeten de bepalingen van artikel 2, punt 1), van richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties (herschikking) (PB 2011, L 48, blz. 1) aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een uitlegging van artikel 71 en volgende van de ustawa o gospodarce nieruchomościami (wet op het beheer van onroerende goederen) van 21 augustus 1997 en van artikel 238 van de kodeks cywilny, volgens welke de inning van de jaarlijkse canon voor het zakelijke recht van użytkowanie wieczyste door de Skarb Państwa (schatkist) van entiteiten die een economische activiteit uitoefenen maar die niet de oorspronkelijke entiteiten waren ten gunste waarvan de Skarb Państwa het recht van użytkowanie wieczyste heeft gevestigd maar die dit recht van andere rechthebbenden hebben verworven, niet wordt bestreken door de begrippen „handelstransactie” en „overheidsinstantie” in de zin van artikel 2, punten 1) en 2), van voornoemde richtlijn en van artikel 2 en artikel 4, punt 1), van de ustawa o przeciwdziałaniu nadmiernym opóźnieniom w transakcjach handlowych van 8 maart 2013, en, eventueel, een dergelijke activiteit niet binnen de werkingssfeer van de hierboven genoemde richtlijn en wet valt?

Indien de eerste en de tweede vraag bevestigend worden beantwoord: moeten de bepalingen van artikel 12, lid 4, van richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties (herschikking) (PB 2011, L 48, blz. 1) en van artikel 6, lid 3, onder b), van richtlijn 2000/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een uitlegging van artikel 15 van de ustawa o przeciwdziałaniu nadmiernym opóźnieniom w transakcjach handlowych van 8 maart 2013 en van artikel 12 van de ustawa o terminie zapłaty w transakcjach handlowych (wet betreffende de betalingstermijn bij handelstransacties) van 12 juni 2003 die uitsluit dat de bepalingen van voornoemde richtlijn en van de wet ter uitvoering daarvan worden toegepast op overeenkomsten betreffende de verkoop van het zakelijke recht van użytkowanie wieczyste aan de huidige rechthebbende, die gehouden is tot betaling van een jaarlijkse vergoeding daarvoor, indien deze overeenkomsten zijn gesloten na 28 april 2013 en 1 januari 2004 maar de oorspronkelijke verlening van het recht van użytkowanie wieczyste op de grond door de Skarb Państwa ten gunste van de andere entiteit heeft plaatsgevonden vóór 28 april 2013 en 1 januari 2004?

____________

1 PB 2011, L 48, blz. 1.