Language of document :

Arrest van het Hof (Derde kamer) van 26 april 2007 - Commissie van de Europese Gemeenschappen / Italiaanse Republiek

(Zaak C-135/05)1

(Niet-nakoming - Beheer van afvalstoffen - Richtlijnen 75/442/EEG, 91/689/EEG en 1999/31/EG)

Procestaal: Italiaans

Partijen

Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: D. Recchia en M. Konstantinidis, gemachtigden)

Verwerende partij: Italiaanse Republiek (vertegenwoordigers: I. M. Braguglia, en G. Fiengo, gemachtigden)

Voorwerp

Niet-nakoming - Schending van de artikelen 4, 8 en 9 van richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen (PB L 194, blz. 39), zoals gewijzigd bij richtlijn 91/156/EEG van de Raad van 18 maart 1991 (PB L 78, blz. 32) - Schending van artikel 2, lid 1, van richtlijn 91/689/EEG van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen (PB L 377, blz. 20) - Schending van artikel 14, sub a, b en c, van richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (PB L 182, blz. 1)

Dictum

Door niet alle maatregelen te nemen die nodig zijn:

-    om ervoor te zorgen dat de nuttige toepassing of de verwijdering van de afvalstoffen plaatsvindt zonder gevaar voor de gezondheid van de mens en zonder dat procedés of methoden worden aangewend die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, en om het onbeheerd achterlaten of het ongecontroleerd lozen of verwijderen van afvalstoffen te verbieden;

-    om ervoor te zorgen dat iedere houder van afvalstoffen deze afgeeft aan een particuliere of openbare ophaler of een onderneming die de handelingen voor de verwijdering of de nuttige toepassing verricht, of zelf zorg draagt voor de nuttige toepassing of de verwijdering van de afvalstoffen in overeenstemming met de bepalingen van richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/156/EEG van de Raad van 18 maart 1991;

-    om ervoor te zorgen dat iedere inrichting of onderneming die verwijderingshandelingen verricht, een vergunning moet hebben van de bevoegde instantie;

-    om ervoor te zorgen dat op elke plaats waar gevaarlijke afvalstoffen worden gestort, deze afvalstoffen worden geregistreerd en geïdentificeerd, en

-    om ervoor te zorgen dat de exploitant van een stortplaats waarvoor op 16 juli 2001 een vergunning was verleend of die toen reeds in gebruik was, vóór 16 juli 2002 bij de bevoegde instantie een door hem opgesteld aanpassingsplan met de gegevens betreffende de vergunningsvoorwaarden alsmede de door hem nodig geachte corrigerende maatregelen ter goedkeuring indient, en dat na de indiening van het aanpassingsplan de bevoegde instantie definitief beslist of de exploitatie al dan niet mag worden voortgezet, waarbij stortplaatsen waarvoor geen vergunning tot voortzetting van de exploitatie is verleend, zo spoedig mogelijk worden gesloten, of toestemming wordt gegeven voor de noodzakelijke werkzaamheden en een overgangsperiode wordt bepaald voor de uitvoering van het plan,

is de Italiaanse Republiek de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens de artikelen 4, 8 en 9 van richtlijn 75/442, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/156/EEG, artikel 2, lid 1, van richtlijn 91/689/EEG van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen, en artikel 14, sub a tot en met c, van richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen.

De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten.

____________

1 - PB C 132 van 28.5.2005.