Language of document : ECLI:EU:C:2013:635

Zaak C‑170/12

Peter Pinckney

tegen

KDG Mediatech AG

[verzoek van de Cour de cassation (Frankrijk) om een prejudiciële beslissing]

„Verordening (EG) nr. 44/2001 – Rechterlijke bevoegdheid – Verbintenissen uit onrechtmatige daad – Vermogensrechten van auteur – Drager waarop beschermd werk wordt gekopieerd – Terbeschikkingstelling via internet – Bepaling van plaats waar schade is ingetreden”

Samenvatting – Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 3 oktober 2013

1.        Prejudiciële vragen – Ontvankelijkheid – Voorwaarden – Vragen die verband houden met reëel geschil of met voorwerp van geding

(Art. 267 VWEU)

2.        Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken – Rechterlijke bevoegdheid en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken – Verordening nr. 44/2001 – Begrippen gebruikt in deze verordening – Autonome uitlegging

(Verordening nr. 44/2001 van de Raad, art. 5, punt 3)

3.        Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken – Rechterlijke bevoegdheid en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken – Verordening nr. 44/2001 – Bijzondere bevoegdheden – Strikte uitlegging

(Verordening nr. 44/2001 van de Raad, art. 5, punt 3)

4.        Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken – Rechterlijke bevoegdheid en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken – Verordening nr. 44/2001 – Bijzondere bevoegdheden – Bevoegdheid inzake verbintenissen uit onrechtmatige daad – Plaats waar schade is ingetreden en plaats van schade veroorzakende gebeurtenis – Inbreuken door middel van internet, waardoor schade op verschillende plaatsen kan intreden

(Verordening nr. 44/2001 van de Raad, art. 5, punt 3)

5.        Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken – Rechterlijke bevoegdheid en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken – Verordening nr. 44/2001 – Bijzondere bevoegdheden – Bevoegdheid inzake verbintenissen uit onrechtmatige daad – Plaats waar schade veroorzakend feit zich heeft voorgedaan – Inbreuk op aan auteursrecht verbonden vermogensrecht door reproductie van werk op materiële drager die vervolgens wordt verkocht via een website – Bevoegdheid van gerechten van de lidstaat waar de verkoopsite toegankelijk is – Grenzen – Schade veroorzaakt op het grondgebied van de lidstaat van het aangezochte gerecht

(Verordening nr. 44/2001 van de Raad, art. 5, punt 3; richtlijn 2001/29 van het Europees Parlement en de Raad)

1.        Zie de tekst van de beslissing.

(cf. punten 19, 20)

2.        Zie de tekst van de beslissing.

(cf. punt 23)

3.        Zie de tekst van de beslissing.

(cf. punt 25)

4.        Zie de tekst van de beslissing.

(cf. punten 26, 31, 32)

5.        Artikel 5, punt 3, van verordening nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een inbreuk wordt aangevoerd op aan het auteursrecht verbonden vermogensrechten die worden gewaarborgd door de lidstaat van de aangezochte rechterlijke instantie, deze bevoegd is kennis te nemen van een door de auteur van een werk ingestelde aansprakelijkheidsvordering tegen een in een andere lidstaat gevestigde onderneming die daar dat werk heeft gekopieerd op een materiële drager die vervolgens door in een derde lidstaat gevestigde vennootschappen is verkocht via een website die ook toegankelijk is in het rechtsgebied van de aangezochte rechterlijke instantie. Die rechterlijke instantie mag slechts uitspraak doen over de schade die is veroorzaakt op het grondgebied van zijn lidstaat.

Vermogensrechten van een auteur zijn weliswaar territoriaal gebonden, maar moeten met name op grond van richtlijn 2001/29 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij automatisch worden beschermd in alle lidstaten en kunnen dus – naargelang het toepasselijke materiële recht – in elk van de lidstaten worden geschonden.

Wat de vermeende schending van een aan het auteursrecht verbonden vermogensrecht betreft, is de aangezochte rechterlijke instantie bevoegd om kennis te nemen van een vordering inzake onrechtmatige daad zodra de lidstaat op het grondgebied waarvan die rechterlijke instantie zich bevindt, de door de eiser ingeroepen vermogensrechten beschermt en de gestelde schade in het rechtsgebied van de aangezochte rechterlijke instantie kan intreden. Dat risico op schade bestaat met name wanneer een kopie van het werk waaraan de door de eiser ingeroepen rechten zijn verbonden, kan worden aangeschaft via een website die toegankelijk is in het rechtsgebied van de aangezochte rechterlijke instantie.

(cf. punten 39, 43, 44, 47 en dictum)