Language of document :

Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 20 januari 2022 – Roemenië / Europese Commissie, Hongarije

(Zaak C-899/19 P)1

[Hogere voorziening – Institutioneel recht – Burgerinitiatief – Verordening (EU) nr. 211/2011 – Artikel 4, lid 2, onder b) – Registratie van een voorgesteld burgerinitiatief – Voorwaarde dat dit burgerinitiatief niet zichtbaar valt buiten het kader van de bevoegdheden van de Europese Commissie om een voorstel in te dienen voor een rechtshandeling ter uitvoering van de Verdragen – Besluit (EU) 2017/652 – Burgerinitiatief ‚Minority SafePack – one million signatures for diversity in Europe’ – Gedeeltelijke registratie – Artikel 5, lid 2, VEU – Beginsel van bevoegdheidstoedeling – Artikel 296 VWEU – Motiveringsplicht – Beginsel van hoor en wederhoor)]

Procestaal: Roemeens

Partijen

Rekwirant: Roemenië (vertegenwoordigers: E. Gane, L. Liţu, M. Chicu en L.‑E. Baţagoi, gemachtigden)

Andere partijen in de procedure: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk I. Martínez del Peral, H. Stancu en H. Krämer, vervolgens I. Martínez del Peral en H. Stancu, gemachtigden), Hongarije (vertegenwoordigers: M. Z. Fehér en K. Szíjjártó, gemachtigden)

Dictum

De hogere voorziening wordt afgewezen.

Roemenië wordt verwezen in zijn eigen kosten en in die van de Europese Commissie.

Hongarije draagt zijn eigen kosten.

____________

1 PB C 54 van 17.2.2020.