Language of document :

Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 2 augustus 2016 – Urena de Poznanski / Commissie

(Zaak F-102/13)1

(Openbare dienst – Ambtenaren – Pensioenen – Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut – Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere pensioenregelingen verworven pensioenrechten – Besluit tot erkenning van extra pensioenjaren waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut – Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering – Beroep deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Soldimar Urena de Poznanski (Brussel, België) (vertegenwoordiger: S. Orlandi, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk C. Ehrbar en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, en ten slotte G. Gattinara, gemachtigde)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit om de extra vóór indiensttreding verworven pensioenrechten te berekenen op basis van de nieuwe AUB, welk besluit betrekking heeft op de overdracht van verzoeksters pensioenrechten aan de pensioenregeling van de Unie en waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut

Dictum

Het beroep wordt deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.

Elke partij draagt haar eigen kosten.

____________

1 PB C 24 van 25.1.2014, blz. 40.