Language of document : ECLI:EU:C:2008:376

Zaak C‑49/07

Motosykletistiki Omospondia Ellados NPID (MOTOE)

tegen

Elliniko Dimosio

(verzoek van het Dioikitiko Efeteio Athinon om een prejudiciële beslissing)

„Artikelen 82 EG en 86 EG – Begrip ‚onderneming’ – Vereniging zonder winstoogmerk die in Griekenland Internationale Motorrijdersfederatie vertegenwoordigt – Begrip ‚economische activiteit’ – Bijzonder recht krachtens wet om gunstig advies te geven over vergunningaanvragen die worden ingediend met oog op organisatie van motorwedstrijden – Parallelle uitoefening van activiteiten zoals organisatie van motorwedstrijden en sluiten van sponsor‑, reclame‑ en verzekeringsovereenkomsten”

Samenvatting van het arrest

1.        Mededinging – Gemeenschapsregels – Onderneming – Begrip

(Art. 81 EG en 82 EG)

2.        Mededinging – Openbare bedrijven en ondernemingen waaraan lidstaten bijzondere of uitsluitende rechten verlenen

(Art. 82 EG en 86 EG)

1.        Een rechtspersoon die sportwedstrijden organiseert en in dat kader sponsor‑, reclame‑ en verzekeringsovereenkomsten sluit teneinde deze wedstrijden commercieel te exploiteren, waarbij deze activiteiten voor die rechtspersoon een bron van inkomsten vormen, moet worden gekwalificeerd als een onderneming in de zin van het mededingingsrecht van de Gemeenschap. De omstandigheid dat een economische activiteit met sport te maken heeft, staat niet in de weg aan de toepassing van de regels van het Verdrag, waaronder die welke de mededinging regelen.

De omstandigheid dat deze rechtspersoon bevoegd is om gunstig advies te verlenen over vergunningaanvragen die met het oog op de organisatie van wedstrijden bij de overheid worden ingediend, doet niet af aan deze conclusie, daar de betrokkenheid van deze rechtspersoon bij het besluitvormingsproces van de overheid moet worden onderscheiden van de economische activiteiten die hij uitoefent, zoals de organisatie en de commerciële exploitatie van wedstrijden. Het ontbreken van een winstoogmerk bij de rechtspersoon doet evenmin af aan deze conclusie, aangezien zijn aanbod van goederen en diensten concurreert met dat van andere marktdeelnemers. In dit verband kunnen verenigingen zonder winstoogmerk die goederen of diensten op een bepaalde markt aanbieden, in onderlinge concurrentie staan. Op lange termijn hangt het succes of het economische overleven van zulke organisaties immers af van hun vermogen, de prestaties die zij aanbieden op de betreffende markt te verkopen, ten koste van de prestaties die de andere marktdeelnemers aanbieden.

(cf. punten 22‑23, 26-28)

2.        De artikelen 82 EG en 86 EG verzetten zich tegen een nationale regeling die een rechtspersoon die sportwedstrijden organiseert en in dat kader sponsor‑, reclame‑ en verzekeringsovereenkomsten sluit, de bevoegdheid verleent om een gunstig advies uit te brengen over de vergunningaanvragen die worden ingediend met het oog op de organisatie van dergelijke wedstrijden, zonder dat de uitoefening van deze bevoegdheid beperkt, gebonden en aan controle onderworpen is.

Een stelsel van onvervalste mededinging, zoals dat waarin het Verdrag voorziet, kan immers slechts worden gewaarborgd indien wordt gezorgd voor gelijke kansen voor de onderscheiden marktdeelnemers. Wanneer aan een rechtspersoon, die zelf sportwedstrijden organiseert en commercieel exploiteert, de opdracht wordt toevertrouwd, aan de bevoegde autoriteit een gunstig advies te geven over vergunningaanvragen die worden ingediend met het oog op de organisatie van dergelijke wedstrijden, komt dit er in feite op neer dat hem de bevoegdheid wordt gegeven, de personen aan te duiden die deze wedstrijden mogen organiseren en de omstandigheden vast te stellen waarin deze wedstrijden worden georganiseerd, zodat aan deze rechtspersoon een duidelijk voordeel ten opzichte van zijn concurrenten wordt toegekend. Een dergelijk recht kan dus de onderneming die erover beschikt, ertoe brengen, de andere marktdeelnemers de toegang tot de betrokken markt te ontzeggen of de mededinging te vervalsen door de wedstrijden die zij organiseert of aan de organisatie waarvan zij deelneemt, te begunstigen.

(cf. punten 51‑53 en dictum)