Language of document :

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberste Gerichtshof (Oostenrijk) op 13 november 2020 – UE / ShareWood Switzerland AG, VF

(Zaak C-595/20)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Oberster Gerichtshof

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij tot „Revision”: UE

Verwerende partij in „Revision”: ShareWood Switzerland AG, VF

Prejudiciële vraag

Moet artikel 6, lid 4, onder c), van verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst1 aldus worden uitgelegd dat overeenkomsten tussen een onderneming en een consument voor de aankoop van teak- en balsabomen, die beogen de bomen in eigendom te verwerven, te beheren, te oogsten en met winst te verkopen en ten behoeve daarvan zowel een huurovereenkomst als een dienstenovereenkomst bevatten, moeten worden beschouwd als „overeenkomsten die een zakelijk recht op een onroerend goed of de huur van een onroerend goed tot onderwerp hebben” in de zin van deze bepaling?

____________

1 PB 2008, L 177, blz. 6.