Language of document :

Arrest van het Hof (Voltallige kamer) van 16 februari 2022 – Republiek Polen / Europees Parlement, Raad van de Europese Unie

(Zaak C-157/21)1

[Beroep tot nietigverklaring – Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 – Algemeen conditionaliteitsstelsel ter bescherming van de begroting van de Unie – Bescherming van de begroting van de Unie in geval van schending van de beginselen van de rechtsstaat in een lidstaat – Rechtsgrondslag – Artikel 322, lid 1, onder a), VWEU – Artikel 311 VWEU – Artikel 312 VWEU – Gestelde omzeiling van artikel 7 VEU en artikel 269 VWEU – Gestelde schendingen van artikel 4, lid 1, artikel 5, lid 2, artikel 13, lid 2, VEU, artikel 296, tweede alinea, VWEU, protocol (nr. 2) betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, alsmede van de beginselen van bevoegdheidstoedeling, rechtszekerheid, evenredigheid en gelijkheid van de lidstaten voor de Verdragen – Gesteld misbruik van bevoegdheid]

Procestaal: Pools

Partijen

Verzoekende partij: Republiek Polen (vertegenwoordigers: B. Majczyna en S. Żyrek, gemachtigden)

Interveniënt aan de zijde van verzoekende partij: Hongarije (vertegenwoordigers: M. Z. Fehér en M. M. Tátrai, gemachtigden)

Verwerende partijen: Europees Parlement (vertegenwoordigers: R. Crowe, F. Drexler, U. Rösslein, T. Lukácsi en A. Pospíšilová Padowska, gemachtigden), Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: A. de Gregorio Merino, E. Rebasti, A. Tamás en A. Sikora-Kalėda, gemachtigden)

Interveniënten aan de zijde van verwerende partijen: Koninkrijk België (vertegenwoordigers: M. Jacobs, C. Pochet en L. Van den Broeck, gemachtigden), Koninkrijk Denemarken (vertegenwoordigers: aanvankelijk M. Søndahl Wolff en J. Nymann-Lindegren, vervolgens M. Søndahl Wolff en V. Pasternak Jørgensen, gemachtigden), Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: J. Möller en R. Kanitz, gemachtigden), Ierland (vertegenwoordigers: M. Browne, J. Quaney en A. Joyce, gemachtigden, bijgestaan door D. Fennelly, BL), Koninkrijk Spanje (vertegenwoordigers: aanvankelijk J. Rodríguez de la Rúa Puig en S. Centeno Huerta, vervolgens J. Rodríguez de la Rúa Puig en A. Gavela Llopis, gemachtigden), Franse Republiek (vertegenwoordigers: A.-L. Desjonquères, A.–C. Drouant en E. Leclerc, gemachtigden), Groothertogdom Luxemburg (vertegenwoordigers: aanvankelijk A. Germeaux en T. Uri, vervolgens A. Germeaux, gemachtigden), Koninkrijk der Nederlanden (vertegenwoordigers: M. K. Bulterman en J. Langer, gemachtigden), Republiek Finland (vertegenwoordigers: H. Leppo en S. Hartikainen, gemachtigden), Koninkrijk Zweden (vertegenwoordigers: O. Simonsson, J. Lundberg en C. Meyer-Seitz, A. Runeskjöld, H. Shev, M. Salborn Hodgson, H. Eklinder en R. Shahsavan Eriksson, gemachtigden), Europese Commissie (vertegenwoordigers: D. Calleja Crespo, J.-P. Keppenne, J. Baquero Cruz en K. Herrmann, gemachtigden)

Dictum

Het beroep wordt verworpen.

De Republiek Polen wordt verwezen in haar eigen kosten en in die van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie.

Het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, Ierland, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, Hongarije, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden en de Europese Commissie zullen hun eigen kosten dragen.

____________

1 PB C 138 van 19.4.2021.