Language of document :

Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 12 september 2019 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landesverwaltungsgericht Steiermark - Oostenrijk) – Zoran Maksimovic (C-64/18), Humbert Jörg Köfler (C-140/18, C-146/18 en C-148/18), Wolfgang Leitner (C-140/18 en C-148/18), Joachim Schönbeck (C-140/18 en C-148/18), Wolfgang Semper (C-140/18 en C-148/18) / Bezirkshauptmannschaft Murtal

(Gevoegde zaken C-64/18, C-140/18, C-146/18 en C-148/18)1

(Prejudiciële verwijzing – Artikel 56 VWEU – Vrij verrichten van diensten – Terbeschikkingstelling van werknemers – Bewaring en vertaling van de loonadministratie – Werkvergunning – Sancties – Evenredigheid – Boetes waarvan het minimumbedrag vooraf is bepaald – Cumulatie – Geen maximum – Gerechtskosten – Vervangende hechtenis)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Landesverwaltungsgericht Steiermark

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Zoran Maksimovic (C-64/18), Humbert Jörg Köfler (C-140/18, C-146/18 en C-148/18), Wolfgang Leitner (C-140/18 en C-148/18), Joachim Schönbeck (C-140/18 en C-148/18), Wolfgang Semper (C-140/18 en C-148/18)

Verwerende partij: Bezirkshauptmannschaft Murtal

in tegenwoordigheid van: Finanzpolizei

Dictum

Artikel 56 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling als aan de orde in het hoofdgeding, die bij niet-nakoming van arbeidsrechtelijke verplichtingen inzake de verkrijging van vergunningen en de bewaring van loonbescheiden voorziet in het opleggen van boetes:

–    die niet lager mogen zijn dan een vooraf bepaald minimumbedrag;

–    die cumulatief per betrokken werknemer en zonder maximum worden opgelegd;

–    met daarbovenop een bijdrage in de proceskosten van 20 % van de opgelegde boetes indien het beroep tegen het besluit houdende oplegging van de boetes wordt verworpen, en

–    die bij niet-betaling ervan worden omgezet in vervangende hechtenis.

____________

1 PB C 259 van 23.7.2018.