Language of document : ECLI:EU:C:2015:764

Zaak C‑325/14

SBS Belgium NV

tegen

Belgische Vereniging van Auteurs, Componisten en Uitgevers (SABAM)

(verzoek om een prejudiciële beslissing,
ingediend door het Hof van beroep te Brussel)

„Prejudiciële verwijzing – Richtlijn 2001/29/EG – Artikel 3, lid 1 – Mededeling aan het publiek – Begrippen ,mededeling’ en ,publiek’ – Distributie van televisieprogramma’s – ,Directe injectie’-techniek”

Samenvatting – Arrest van het Hof (Negende kamer) van 19 november 2015

Harmonisatie van de wetgevingen – Auteursrecht en naburige rechten – Richtlijn 2001/29 – Harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij – Mededeling aan het publiek – Begrip – Doorgifte van uitgezonden werken aan ondernemers, waarna de door deze laatsten aan hun abonnees verrichte distributie daarvan plaatsvindt als een zelfstandige dienst onder bezwarende titel – Daaronder begrepen

(Richtlijn 2001/29 van het Europees Parlement en de Raad, art. 3, lid 1)

Artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij moet aldus worden uitgelegd dat een omroeporganisatie geen mededeling aan het publiek in de zin van deze bepaling doet wanneer zij haar programma dragende signalen uitsluitend aan de distributeurs van signalen doorgeeft zonder dat die signalen tijdens en naar aanleiding van die doorgifte toegankelijk zijn voor het publiek, en die distributeurs de signalen vervolgens naar hun respectieve abonnees sturen, zodat deze de programma’s kunnen bekijken, tenzij de tussenkomst van de distributeurs slechts een technisch middel is, hetgeen ter beoordeling staat van de nationale rechter.

Het begrip mededeling aan het publiek als bedoeld in artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 verbindt immers twee cumulatieve elementen met elkaar, namelijk een handeling bestaande in een mededeling van een werk en de mededeling van dit werk aan een publiek. Wat de mededeling aan het publiek betreft, is het zo dat het begrip publiek ziet op een onbepaald aantal potentiële kijkers en voorts een vrij groot aantal personen impliceert. In een situatie waarin de omroeporganisatie de programma dragende signalen doorgeeft aan bepaalde individuele distributeurs zonder dat potentiële kijkers daar toegang toe kunnen hebben, worden de door die omroeporganisatie doorgegeven werken niet meegedeeld aan het „publiek” in de zin van artikel 3, lid 1, maar wel aan bepaalde individuele ondernemers.

Niettemin kan niet van meet af worden uitgesloten dat in bepaalde omstandigheden de abonnees van de distributeurs kunnen worden aangemerkt als het publiek waarvoor de oorspronkelijke doorgifte door de omroeporganisatie bestemd is. Dat is het geval wanneer de abonnees de televisieprogramma’s kunnen bekijken door tussenkomst van die distributeurs en de door een ondernemer verrichte distributie van het uitgezonden werk een zelfstandige dienst vormt waarmee winst wordt beoogd, namelijk de abonnementsprijs die aan de ondernemer wordt betaald voor de toegang tot de betrokken mededeling en daarmee tot de beschermde werken. Een door een ondernemer onder deze omstandigheden verrichte doorgifte is niet slechts een technisch middel om de ontvangst van de oorspronkelijke uitzending in het ontvangstgebied mogelijk te maken of te verbeteren.

(cf. punten 15, 21‑23, 25, 29‑31, 34 en dictum)