Language of document :

Beroep ingesteld op 2 oktober 2020 – Egis Bâtiments International en InCA/Parlement

(Zaak T-610/20)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partijen: Egis Bâtiments International (Montreuil, Frankrijk) en InCA - Ingénieurs Conseils Associés Sàrl (Niederanven, Luxemburg) (vertegenwoordigers: A. Rodesch en R. Jazbinsek, advocaten)

Verwerende partij: Europees Parlement

Conclusies

het onderhavige beroep ontvankelijk verklaren;

de drie middelen van het beroep gegrond verklaren;

derhalve vaststellen dat het Europees Parlement de volgende voor publicatie bestemde verklaringen niet kon afleggen tegenover de pers zonder artikel 8 van de tussen partijen ondertekende schikkingsovereenkomst van 9 april 2019 te schenden, dan wel zonder tekort te schieten in zijn verplichting om overeenkomsten te goeder trouw uit te voeren:

[vertrouwelijk]1

vaststellen dat deze in gepubliceerde persartikelen overgenomen verklaringen schendingen vormen van de vertrouwelijkheidsclausule in artikel 8 van de tussen partijen ondertekende schikkingsovereenkomst van 9 april 2019, dan wel verklaren dat de persverklaringen indruisen tegen de uitvoering te goeder trouw van die schikkingsovereenkomst op basis van artikel 1134 van het Luxemburgs burgerlijk wetboek;

bijgevolg, primair de Europese Unie, vertegenwoordigd door het Europees Parlement, veroordelen tot betaling van 100 000 EUR, oftewel het bedrag van de contractueel bepaalde vergoeding, dan wel subsidiair haar veroordelen tot betaling van een ex aequo et bono te bepalen bedrag ter vergoeding van de schade die verzoeksters hebben geleden door de gelaakte publicaties en met name door de inbreuk op het portretrecht van de twee verzoekende vennootschappen, welk bedrag hoofdelijk moet worden betaald aan de société par actions simplifiée (vereenvoudigde aandelenvennootschap) EGIS Bâtiment International SAS en de société à responsabilité limitée (vennootschap met beperkte aansprakelijkheid) INCA Ingénieurs Conseils Associas SARL, waarbij de twee verzoeksters optreden als vennoten van de association momentanée (tijdelijke vennootschap) EGIS Bâtiment International – Inca Ingénieurs Conseils Associés die door hen wordt vertegenwoordigd, plus de contractuele rente of de toepasselijke wettelijke rente vanaf 27 juni 2019, de datum van publicatie van de artikelen, vanaf 16 juli 2019, de datum van de eerste ingebrekestelling, of vanaf het onderhavige beroep;

door de weigering van het Europees Parlement om zijn fout te erkennen, zagen verzoeksters zich genoodzaakt om een rechtsvordering in te stellen en zich door een advocaat te laten vertegenwoordigen;

gelet op de huidige Luxemburgse rechtspraak heeft de justitiabele recht op vergoeding voor de advocaatkosten op grond van het recht op volledige vergoeding van de geleden schade;

zo heeft de Luxemburgse Cour d’appel (hof van beroep) erkend dat „overeenkomstig een algemeen rechtsbeginsel de schade als gevolg van een fout moet worden vergoed door degene die de fout heeft begaan en dat de vergoeding volledig moet zijn”. De kosten van verdediging vormen uiteraard schade die voor vergoeding in aanmerking komt en de schadeloosstelling van het slachtoffer zou niet volledig zijn indien zij niet deze kosten van verdediging zou omvatten of indien de justitiabele kosten zou moeten maken om zijn recht te doen gelden. Het recht op volledige schadeloosstelling rechtvaardigt de verhaalbaarheid van de kosten van verdediging, waaronder de advocaatkosten” [Cour d’appel, 4 januari 2012, Pas. (Pasicrisie) 35, blz. 848];

in zijn arrest van 9 februari 2012 heeft de Luxemburgse Cour de cassation (hoogste rechterlijke instantie) daarenboven het beginsel vastgelegd van cumulatie van de vergoeding van proceskosten op grond van risicoaansprakelijkheid, met de volledige vergoeding van de advocatenhonoraria als schadevergoeding op grond van schuldaansprakelijkheid [Cour de cassation, 9 februari 2012, nr. 5/12 J.T.L. (Journal des Tribunaux Luxembourg) 2012, blz. 54];

de Europese Unie dientengevolge op grond van de volledige schadeloosstelling veroordelen tot betaling van 5 000 EUR voor de advocaatkosten van de uit de twee verzoeksters bestaande association momentanée EGIS Bâtiment International – Inca Ingénieurs Conseils Associés, plus de contractuele rente of de toepasselijke wettelijke rente vanaf 27 juni 2019, de datum van de publicatie van de artikelen, vanaf 16 juli 2019, de datum van de eerste ingebrekestelling, of vanaf het onderhavige beroep;

verzoeksters alle andere rechten, aanspraken, middelen en vorderingen voorbehouden;

verweerder op grond van artikel 134, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering verwijzen in alle kosten van de procedure.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoeksters drie middelen aan.

Het eerste middel is ontleend aan de toepassing van artikel 8 van de schikkingsovereenkomst van 9 april 2019 juncto artikel 2044 van het Luxemburgs burgerlijk wetboek, aangezien het Europees Parlement persverklaringen heeft afgelegd die strijdig zijn met het vertrouwelijkheidsbeginsel dat door de partijen nochtans is onderschreven in de schikkingsovereenkomst tot beëindiging van de overeenkomst die zij hadden gesloten.

Het tweede middel is gebaseerd op de toepassing van de schikkingsovereenkomst van 9 april 2019 juncto artikel 1134 van het Luxemburgs burgerlijk wetboek, omdat de verklaringen van het Parlement tegenover de pers in strijd waren met de aan de uitvoering van overeenkomsten inherente verplichting van goede trouw. Het Parlement heeft tegenover de pers het gebrek aan deskundigheid van verzoeksters bij het uitvoeren van hun taak als projectmanager voor de monitoring van de werkzaamheden alsmede bij de hervatting en de voltooiing van de studies voor het project voor de uitbreiding en modernisering van het gebouw Konrad Adenauer (KAD) van het Parlement te Luxemburg aan de kaak gesteld door hen verantwoordelijk te stellen voor de extra kosten en de vertragingen op de bouwplaats van het KAD. Verzoeksters achten dit gedrag foutief in een context waarin deze fouten werden betwist en een vergoeding is ontvangen voor de ongerechtvaardigde beëindiging van de overeenkomst.

Het derde middel berust op artikel 134, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering, volgens hetwelk de in het ongelijk gestelde partij wordt verwezen in de kosten. De vergoeding voor de gemaakte rechtsbijstandskosten wordt ook gevorderd in het kader van het recht op volledige vergoeding van de schade.

____________

1 Weggelaten vertrouwelijke gegevens.