Language of document :

Beroep ingesteld op 15 februari 2021 – Portugal/Commissie

(Zaak T-95/21)

Procestaal: Portugees

Partijen

Verzoekende partij: Portugese Republiek (Lissabon, Portugal) (vertegenwoordigers: L. Inez Fernandes, P. Barros da Costa, M. J. Marques, L. Borrego en A. M. Soares de Freitas, gemachtigden, bijgestaan door M. Gorjão-Henriques en A. Saavedra, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

–    de toevoeging aan het dossier gelasten van documenten uit de administratieve procedure die heeft geleid tot de vaststelling van het bestreden besluit, zoals in dit verzoekschrift wordt gevorderd;

–    nietigverklaring van artikel 1 alsook van de artikelen 4 tot en met 6 van besluit C(2020)8550 final van de Commissie van 4 december 2020 betreffende steunregeling SA.21259 (2018/C) (ex 2018/NN) door Portugal ten uitvoer gelegd ten gunste van de vrijhandelszone van Madeira (Zona Franca da Madeira, ZFM) – Regeling III;

verwijzing van de Commissie in alle kosten van de procedure.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster zeven middelen aan:

Eerste middel: onjuiste rechtsopvatting, aangezien de maatregel in kwestie een maatregel van algemene strekking is en niet selectief is, zodat die maatregel geen overheidssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU vormt.

Tweede middel: hoe dan ook heeft de Commissie niet aangetoond dat is voldaan aan het criterium dat de mededinging wordt verstoord en aan het criterium dat het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig wordt beïnvloed.

Derde middel: onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot de toepassing van artikel 108 VWEU en de artikelen 21 tot en met 23 van verordening (EU) 2015/1589, aangezien het gaat om bestaande steun.

Vierde middel: in het besluit is blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting omdat de zogeheten regeling III voor de vrijhandelszone van Madeira (ZFM) in overeenstemming met de beschikking van de Commissie van 2007 en het besluit van de Commissie van 2013 alsmede met de artikelen 107 en 108 VWEU tot uitvoering is gebracht.

Vijfde middel: fout in de feitelijke uitgangspunten van het besluit en/of ontoereikende motivering van het besluit, aangezien de vereisten van de fiscale regeling en het toezicht daarop door de nationale autoriteiten geschikt zijn om regeling III voor de ZFM te controleren.

Zesde middel: fout in de feitelijke uitgangspunten van het besluit en/of gebrek aan motivering, aangezien de Portugese Republiek controles in verband met het scheppen/behouden van banen heeft verricht.

Zevende middel: schending van algemene beginselen van Unierecht. Verzoekster voert onder meer aan dat de rechten van de verdediging, het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van behoorlijk bestuur geschonden zijn en dat er sprake is van een motiveringsgebrek.

____________