Language of document : ECLI:EU:C:2018:964

BESCHIKKING VAN DE PRESIDENT VAN HET HOF

15 november 2018 (*)

„Doorhaling”

In zaak C‑586/17,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Raad van State (Nederland) bij beslissing van 4 oktober 2017, ingekomen bij het Hof op 6 oktober 2017, in de procedure

Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

tegen

D.

en

I.

tegen

Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

geeft

DE PRESIDENT VAN HET HOF,

advocaat-generaal G. Pitruzzella gehoord,

de navolgende


Beschikking

1        Bij brief van 8 oktober 2018 heeft de griffie van het Hof aan de verwijzende rechter het arrest van 4 oktober 2018, Ahmedbekova (C‑652/16, EU:C:2018:801), toegezonden en hem verzocht te kennen te geven of hij in het licht van dat arrest zijn verzoek om een prejudiciële beslissing wenste te handhaven.

2        Bij brief van 5 november 2018, ingekomen ter griffie van het Hof op 8 november 2018, heeft de Raad van State (Nederland) het Hof laten weten dat hij dit verzoek om een prejudiciële beslissing niet wenste te handhaven.

3        In deze omstandigheden moet overeenkomstig artikel 100 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof de doorhaling van deze zaak in het register van het Hof worden gelast.

4        Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

De president van het Hof beschikt:

Zaak C‑586/17 wordt doorgehaald in het register van het Hof.

Luxemburg, 15 november 2018.

De griffier

 

De president

A. Calot Escobar

 

K. Lenaerts


* Procestaal: Nederlands.