Language of document :

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesverfassungsgericht (Duitsland) op 10 februari 2014 – Peter Gauweiler e.a.

(Zaak C-62/14)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Bundesverfassungsgericht

Partijen in het hoofdgeding

I)    Verfassungsbeschwerdeprocedure

Verzoekende partijen: Peter Gauweiler, Bruno Bandulet, Wilhelm Hankel, Wilhelm Nölling, Albrecht Schachtschneider, Joachim Starbatty, Roman Huber e.a., Johann Heinrich von Stein e.a.

Interveniërende partijen: Deutscher Bundestag, Bundesregierung

II)     Organstreitprocedure

Verzoekende partij: fractie DIE LINKE in de Bundestag

Verwerende partij: Deutscher Bundestag

Interveniërende partij: Bundesregierung

Prejudiciële vragen

a)    Is het besluit van de Raad van bestuur van de Europese Centrale Bank van 6 september 2012 betreffende de technische kenmerken van rechtstreekse monetaire transacties (Technical features of Outright Monetary Transactions) onverenigbaar met de artikelen 119 en 127, leden 1 en 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en met de artikelen 17 tot en met 24 van het Protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, omdat het de grenzen van het in voornoemde bepalingen geregelde mandaat van de Europese Centrale Bank inzake het monetair beleid overschrijdt en inbreuk maakt op de bevoegdheden van de lidstaten?

Worden de grenzen van het mandaat van de Europese Centrale Bank met name overschreden omdat het besluit van de Raad van bestuur van de Europese Centrale Bank van 6 september 2012

aa)    een verband legt met programma’s voor economische hulpverlening van de Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit of het Europees Stabiliteitsmechanisme (voorwaardelijkheid)?

bb)    slechts voorziet in de aankoop van staatsobligaties van bepaalde lidstaten (selectiviteit)?

cc)    voorziet in de aankoop van staatsobligaties van programmalanden boven op de hulpprogramma’s van de Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit of het Europees Stabiliteitsmechanisme (parallellisme)?

dd)    beperkingen en voorwaarden van de hulpprogramma’s van de Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit of het Europees Stabiliteitsmechanisme zou kunnen omzeilen (omzeiling)?

b)    Is het besluit van de Raad van bestuur van de Europese Centrale Bank van 6 september 2012 betreffende de technische kenmerken van rechtstreekse monetaire transacties onverenigbaar met het in artikel 123 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie neergelegde verbod van monetaire begrotingsfinanciering?

Staat aan de verenigbaarheid met artikel 123 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met name in de weg dat het besluit van de Raad van bestuur van de Europese Centrale Bank van 6 september 2012

aa)    niet voorziet in kwantitatieve beperkingen voor de aankoop van staatsobligaties (volume)?

bb)    niet voorziet in een periode tussen de emissie van staatsobligaties op de primaire markt en de aankoop ervan door het Europees Stelsel van centrale banken op de secundaire markt (marktprijsvorming)?

cc)    toestaat dat alle aangekochte staatsobligaties worden aangehouden tot de vervaldatum (ingreep in de marktlogica)?

dd)    geen specifieke eisen stelt aan de boniteit van de aan te kopen staatsobligaties (risico van in gebreke blijven)?

ee)    voorziet in een gelijke behandeling van het Europees Stelsel van centrale banken en particuliere en andere houders van staatsobligaties (kwijtschelding van schuld)?

Subsidiair, voor het geval dat het Hof van Justitie van oordeel zou zijn dat het besluit van de Raad van bestuur van de Europese Centrale Bank van 6 september 2012 betreffende de technische kenmerken van rechtstreekse monetaire transacties, als handeling van een instelling van de Europese Unie, niet voorwerp kan zijn van een verzoek krachtens artikel 267, eerste alinea, sub b, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie:

Moeten de artikelen 119 en 127 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de artikelen 17 tot en met 24 van het Protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank aldus worden uitgelegd dat zij het Eurosysteem – alternatief of cumulatief – in staat stellen,

aa)    de aankoop van staatsobligaties afhankelijk te stellen van het bestaan en de naleving van programma’s voor economische hulpverlening van de Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit of het Europees Stabiliteitsmechanisme (voorwaardelijkheid)?

bb)    slechts staatsobligaties van bepaalde lidstaten aan te kopen (selectiviteit)?

cc)    staatsobligaties van programmalanden aan te kopen boven op de hulpprogramma’s van de Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit of het Europees Stabiliteitsmechanisme (parallellisme)?

dd)    beperkingen en voorwaarden van de hulpprogramma’s van de Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit of het Europees Stabiliteitsmechanisme te omzeilen (omzeiling)?

Dient artikel 123 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, gelet op het verbod van monetaire begrotingsfinanciering, aldus te worden uitgelegd dat het het Eurosysteem – alternatief of cumulatief – is toegestaan,

aa)    zonder kwantitatieve beperkingen staatsobligaties aan te kopen (volume)?

bb)    staatsobligaties aan te kopen zonder dat een minimumperiode is verstreken vanaf de emissie ervan op de primaire markt (marktprijsvorming)?

cc)    alle aangekochte staatsobligaties aan te houden tot de vervaldatum (ingreep in de marktlogica)?

dd)    staatsobligaties aan te kopen zonder minimumeisen te stellen aan de boniteit (risico van in gebreke blijven)?

ee)    te aanvaarden dat het Europees Stelsel van centrale banken op dezelfde wijze wordt behandeld als particuliere en andere houders van staatsobligaties (kwijtschelding van schuld)?

ff)    invloed uit te oefenen op de prijsvorming door rond hetzelfde tijdstip als de emissie van staatsobligaties door lidstaten van de eurozone het voornemen te uiten om staatsobligaties aan te kopen of anderszins op te treden (aanmoediging van de initiële aankoop)?