Language of document : ECLI:EU:C:2012:141

Zaak C‑162/10

Phonographic Performance (Ireland) Limited

tegen

Ierland en Attorney General

[verzoek van de High Court (Commercial Division) (Ierland) om een prejudiciële beslissing]

„Auteursrechten en naburige rechten — Richtlijn 2006/115/EG — Artikelen 8 en 10 — Begrippen ‚gebruiker’ en ‚mededeling aan het publiek’ — Uitzending van fonogrammen door middel van in hotelkamers geïnstalleerde televisie‑ en/of radiotoestellen”

Samenvatting van het arrest

1.        Harmonisatie van wetgevingen — Auteursrecht en naburige rechten — Richtlijn 2006/115 — Verhuur‑ en uitleenrecht voor beschermde werken — Uitzending en mededeling aan publiek — Gebruiker die mededeling doet aan publiek — Begrip

(Richtlijn 2006/115 van het Europees Parlement en de Raad, art. 8, lid 2)

2.        Harmonisatie van wetgevingen — Auteursrecht en naburige rechten — Richtlijn 2006/115 — Verhuur‑ en uitleenrecht voor beschermde werken — Uitzending en mededeling aan publiek — Billijke vergoeding

(Richtlijn 2006/115 van het Europees Parlement en de Raad, art. 8, lid 2)

3.        Harmonisatie van wetgevingen — Auteursrecht en naburige rechten — Richtlijn 2006/115 — Verhuur‑ en uitleenrecht voor beschermde werken — Uitzending en mededeling aan publiek — Gebruiker die mededeling doet aan publiek — Begrip

(Richtlijn 2006/115 van het Europees Parlement en de Raad, art. 8, lid 2)

4.        Harmonisatie van wetgevingen — Auteursrecht en naburige rechten — Richtlijn 2006/115 — Verhuur‑ en uitleenrecht voor beschermde werken — Uitzending en mededeling aan publiek — Billijke vergoeding — Grenzen — Privégebruik

(Richtlijn 2006/115 van het Europees Parlement en de Raad, art. 8, lid 2, en 10, lid 1, sub a)

1.        Een hotelexploitant die zijn gastenkamers uitrust met televisie‑ en/of radiotoestellen waaraan hij een uitgezonden signaal doorgeeft, is een gebruiker die uitgezonden fonogrammen meedeelt aan het publiek in de zin van artikel 8, lid 2, van richtlijn 2006/115 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom.

Hotelgasten kunnen, ook al bevinden zij zich in het ontvangstgebied van het dragersignaal van fonogrammen, slechts dankzij de bewuste tussenkomst van deze hotelexploitant van de fonogrammen genieten. De hotelexploitant speelt dus een centrale rol. Verder vormen de gasten van een dergelijk hotel een onbepaald aantal potentiële ontvangers, aangezien hun toegang tot de hoteldiensten in beginsel voortvloeit uit hun eigen keuze en slechts wordt beperkt door de opvangcapaciteit van hun hotel. In een dergelijk geval gaat het dus wel degelijk om „personen in het algemeen”. Overigens vormen hotelgasten een vrij groot aantal personen, zodat deze als een publiek kunnen worden aangemerkt. Tot slot kunnen hotelgasten worden aangemerkt als een „bewust gekozen” en „ontvankelijke” doelgroep. Dat een hotelexploitant zijn gasten toegang verschaft tot de uitgezonden werken, kan immers worden aangemerkt als een bijkomende dienst die van invloed is op de standing van dit hotel en dus ook op de prijzen van de kamers. Deze handeling kan bovendien extra hotelgasten aantrekken die in deze bijkomende dienst zijn geïnteresseerd. Daaruit volgt dat de hotelexploitant een winstoogmerk heeft met het doorgeven van fonogrammen.

(cf. punten 40‑45, 47, dictum 1)

2.        Een hotelexploitant die zijn gastenkamers uitrust met televisie‑ en/of radiotoestellen waaraan hij een uitgezonden signaal doorgeeft, is, naast de billijke vergoeding die de omroeporganisatie betaalt, krachtens artikel 8, lid 2, van richtlijn 2006/115 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom ook zelf gehouden een billijke vergoeding te betalen voor de doorgifte van een uitgezonden fonogram.

Een hotelexploitant die in zijn gastenkamers een uitgezonden fonogram meedeelt, gebruikt dit fonogram namelijk op autonome wijze en geeft het door aan een bijkomend publiek dat verschilt van het publiek waarvoor de oorspronkelijke mededeling was bedoeld. Een hotelexploitant haalt uit deze uitzending daarenboven andere economische voordelen dan die welke de omroeporganisatie of de producent van fonogrammen hebben verkregen.

Door in artikel 8, lid 2, van de richtlijn de woorden „een enkele” te gebruiken, heeft de Uniewetgever willen benadrukken dat de lidstaten niet gehouden zijn te bepalen dat de gebruiker meerdere onderscheiden vergoedingen voor dezelfde mededeling aan het publiek dient te betalen, maar dat deze enkele billijke vergoeding, zoals duidelijk volgt uit de tweede zin van deze bepaling, wordt verdeeld tussen de uitvoerende kunstenaars en de producenten van fonogrammen die ze ontvangen. Voorts dient het nevenschikkend voegwoord „of” in de bewoordingen „via de ether of voor enigerlei mededeling aan het publiek” aldus te worden uitgelegd dat zowel voor een uitzending via de ether als voor een mededeling aan het publiek een vergoeding is verschuldigd.

(cf. punten 51, 54‑55, dictum 2)

3.        Een hotelexploitant die zijn gastenkamers niet uitrust met televisie‑ en/of radiotoestellen waaraan hij een uitgezonden signaal doorgeeft, maar met andere afspeelapparatuur voor fonogrammen, en er fonogrammen in fysieke of digitale vorm beschikbaar stelt die door middel van zulke toestellen kunnen worden afgespeeld of gehoord, is een gebruiker die fonogrammen meedeelt aan het publiek in de zin van artikel 8, lid 2, van richtlijn 2006/115 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom. Bijgevolg is hij gehouden een „billijke vergoeding” in de zin van deze bepaling te betalen voor de doorgifte van deze fonogrammen.

(cf. punt 69, dictum 3)

4.        De lidstaten mogen op grond van artikel 10, lid 1, sub a, van richtlijn 2006/115 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom, dat een beperking stelt aan het in artikel 8, lid 2, van deze richtlijn bedoelde recht op een billijke vergoeding wanneer het om privégebruik gaat, een hotelexploitant die fonogrammen meedeelt aan het publiek in de zin van artikel 8, lid 2, van deze richtlijn, niet vrijstellen van de verplichting om een dergelijke vergoeding te betalen.

In dit verband komt het voor de beoordeling of een hotelexploitant zich op de beperking ten aanzien van „privégebruik” in de zin van artikel 10, lid 1, sub a, van die richtlijn kan beroepen, er niet op aan of het gebruik door hotelgasten als privégebruik moet worden aangemerkt, maar wel of het gebruik door de hotelexploitant zelf als privégebruik kan worden beschouwd.

(cf. punten 71, 77, dictum 4)