Language of document : ECLI:EU:F:2014:13

ARREST VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
VAN DE EUROPESE UNIE

(Eerste kamer)

11 februari 2014

Zaak F‑65/12

Enrico Maria Armani

tegen

Europese Commissie

„Openbare dienst – Bezoldiging – Gezinstoelagen – Recht op toelage voor een kind ten laste – Kind ten laste – Kind van verzoekers echtgenote”

Betreft:      Beroep, ingesteld krachtens artikel 270 VWEU, van toepassing op het EGA-Verdrag op grond van artikel 106 bis ervan, waarmee Armani het Gerecht verzoekt om nietigverklaring van het besluit van de Europese Commissie om hem geen recht op een toelage voor een kind ten laste toe te kennen voor het kind van zijn echtgenote.

Beslissing:      Het besluit van de Europese Commissie van 17 augustus 2011 houdende weigering om Armani ten behoeve van het kind van zijn echtgenote een toelage voor een kind ten laste te geven, wordt nietig verklaard. Het beroep wordt verworpen voor het overige. De Europese Commissie draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van Armani.

Samenvatting

Ambtenaren – Bezoldiging – Gezinstoelagen – Toelage voor kind ten laste – Voorwaarden voor toekenning – Daadwerkelijk onderhoud – Begrip

(Ambtenarenstatuut, bijlage VII, art. 2, lid 2)

Het begrip „daadwerkelijk onderhouden van een kind”, dat is neergelegd in artikel 2, lid 2, eerste alinea, van bijlage VII bij het Statuut, komt overeen met de daadwerkelijke volledige of gedeeltelijke voorziening in de wezenlijke behoeften van het kind, met name voor wat betreft huisvesting, voeding, kleding, onderwijs en medische verzorging en kosten.

Bijgevolg moet worden aangenomen dat een ambtenaar die daadwerkelijk volledig of gedeeltelijk voorziet in de wezenlijke behoeften van het kind van zijn echtgenoot, dit kind daadwerkelijk onderhoudt, zodat dit kind dus te zijnen laste komt in de zin van artikel 2, lid 2, eerste alinea, van bijlage VII bij het Statuut. In dit verband is het recht van een ambtenaar op een toelage voor een kind ten laste ten behoeve van het kind van zijn echtgenoot, noch op grond van de tekst van deze bepaling, noch op grond van de tekst van enige andere bepaling van het Statuut onderworpen aan de voorwaarde dat die echtgenoot geen ambtenaar of functionaris bij de Unie is. Een dergelijke voorwaarde kan evenmin worden afgeleid uit de opzet van de bepalingen van het Statuut.

(cf. punten 31, 32, 40 en 41)

Referentie:

Gerecht van eerste aanleg: 11 juli 2000, Skrzypek/Commissie, T‑134/99, punt 69; 10 oktober 2006, Arranz Benitez/Parlement, T‑87/04, punt 42