Language of document :

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Kecskeméti Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság (Hongarije) op 4 november 2015 – Farkas Tibor / Nemzeti Adó- és Vámhivatal Dél-alfödi Regionális Adó Főigazgatósága

(Zaak C-564/15)

Procestaal: Hongaars

Verwijzende rechter

Kecskeméti Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Farkas Tibor

Verwerende partij: Nemzeti Adó- és Vámhivatal Dél-alfödi Regionális Adó Főigazgatósága

Prejudiciële vragen

Is de op de bepalingen van de Hongaarse btw-wet gebaseerde praktijk van de belastingadministratie op grond waarvan deze een belastingtoeslag oplegt aan de koper van een goed (of de ontvanger van een dienst) wanneer de verkoper van het goed (of de dienstverrichter) een factuur voor een aan de verleggingsregeling onderworpen transactie uitschrijft volgens de normale belastingregeling en de over die factuur verschuldigde belasting aangeeft en betaalt aan de fiscus, en de koper van het goed (of de ontvanger van de dienst) de over de factuur betaalde btw in aftrek brengt, zonder evenwel zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen voor de btw waarvoor hem een toeslag is opgelegd, verenigbaar met de bepalingen van de btw-richtlijn1 , met name met het beginsel dat fiscale maatregelen evenredig moeten zijn aan het doel de fiscale neutraliteit te verzekeren en fiscale fraude te voorkomen?

Vormt de belastingtoeslag die wordt opgelegd omdat een onjuiste belastingmethode is gekozen, en die tevens leidt tot de oplegging van een fiscale boete van 50 %, een evenredige sanctie wanneer de fiscus geen inkomsten heeft gederfd en er evenmin aanwijzingen van misbruik zijn?

____________

1 Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1).