Language of document : ECLI:EU:C:2016:847

Zaak C504/14

Europese Commissie

tegen

Helleense Republiek

„Niet-nakoming – Milieu – Natuurbescherming – Richtlijn 92/43/EEG – Artikel 6, leden 2 en 3, en artikel 12, lid 1, onder b) en d) – Wilde flora en fauna –Instandhouding van de natuurlijke habitats – Zeeschildpad Caretta caretta – Bescherming van zeeschildpadden in de Golf van Kyparissia – Gebied van communautair belang ‚Duinen van Kyparissia’ – Bescherming van soorten”

Samenvatting – Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 10 november 2016

1.        Milieu – Instandhouding van de natuurlijke habitats en van de wilde flora en fauna – Richtlijn 92/43 – Specialebeschermingszones – Verplichtingen van de lidstaten – Verbod van verslechtering van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten – Niet-nakoming – Bewijslast rustend op de Commissie – Omvang

(Richtlijn 92/43 van de Raad, art. 6, leden 2 en 4)

2.        Milieu – Instandhouding van de natuurlijke habitats en van de wilde flora en fauna – Richtlijn 92/43 – Specialebeschermingszones – Verplichtingen van de lidstaten – Vaststelling van de nodige instandhoudingsmaatregelen – Verzuim om voor een gebied voorlopige beschermingsmaatregelen te treffen in afwachting van de beëindiging van gerechtelijke procedures over een bouwproject met schadelijke gevolgen – Niet-nakoming

(Richtlijn 92/43 van de Raad, art. 6, lid 2)

3.        Beroep wegens niet-nakoming – Onderzoek van de gegrondheid door het Hof – Situatie die in aanmerking moet worden genomen – Situatie bij het verstrijken van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn

(Art. 258 VWEU)

4.        Milieu – Instandhouding van de natuurlijke habitats en van de wilde flora en fauna – Richtlijn 92/43 – Specialebeschermingszones – Verplichtingen van de lidstaten – Verbod van verslechtering van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten – Afwijking ten behoeve van projecten die worden gerechtvaardigd door dwingende redenen van groot openbaar belang – Noodzaak om minder schadelijke alternatieven te onderzoeken en om de betrokken belangen af te wegen

(Richtlijn 92/43 van de Raad, art. 6, leden 2‑4)

5.        Milieu – Instandhouding van de natuurlijke habitats en van de wilde flora en fauna – Richtlijn 92/43 – Specialebeschermingszones – Verplichtingen van de lidstaten – Verbod van verslechtering van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten – Omvang – Toepassing zowel op nieuwe als op bestaande schadelijke activiteiten

(Richtlijn 92/43 van de Raad, art. 4, lid 2, en 6, lid 2)

6.        Beroep wegens niet-nakoming – Bewijs van de niet-nakoming – Bewijslast rustend op de Commissie – Elementen die de niet-nakoming aantonen

(Art. 258 VWEU)

7.        Milieu – Instandhouding van de natuurlijke habitats en van de wilde flora en fauna – Richtlijn 92/43 – Specialebeschermingszones – Verplichtingen van de lidstaten – Beoordeling van de gevolgen van een project voor een gebied – Niet-toepasselijkheid van de verplichting wanneer een activiteit wordt verricht zonder toestemming van de betrokken lidstaat

(Richtlijn 92/43 van de Raad, art. 6, lid 3)

8.        Milieu – Instandhouding van de natuurlijke habitats en van de wilde flora en fauna – Richtlijn 92/43 – Strikte bescherming van in bijlage IV, punt a), vermelde diersoorten – Maatregelen die noodzakelijk zijn voor instelling van een systeem van bescherming

[Richtlijn 92/43 van de Raad, art. 12, lid 1, b) en d), en bijlage IV, punt a)]

9.        Milieu – Instandhouding van de natuurlijke habitats en van de wilde flora en fauna – Richtlijn 92/43 – Bescherming van soorten – Verplichtingen van de lidstaten – Begrip opzettelijk verstoren

(Richtlijn 92/43 van de Raad, art. 12, lid 1)

1.      Een activiteit kan alleen dan worden beschouwd in overeenstemming te zijn met artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, indien is gegarandeerd dat zij niet leidt tot een verstoring die significante gevolgen kan hebben voor de doelen van richtlijn 92/43, met name die welke deze nastreeft op het vlak van de instandhouding van natuurlijke habitats, fauna en flora. Om vast te stellen of artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 is geschonden, moet de Commissie rechtens genoegzaam aantonen dat de betrokken lidstaat geen passende beschermingsmaatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat de activiteiten van exploitatie van projecten, voor zover deze plaatsvonden na de aanwijzing van het betrokken gebied, leiden tot verslechteringen van de kwaliteit van de habitats van de betrokken soorten en tot verstoringen van deze soorten die significante gevolgen kunnen hebben voor de doelstelling van deze richtlijn om die soorten in stand te houden.

De Commissie hoeft evenwel voor de vaststelling van een schending van artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 geen causaal verband aan te tonen tussen de exploitatie van installaties die voortkomen uit een project, en een significante verstoring van de betrokken soorten. Het volstaat immers dat deze instelling aantoont dat het waarschijnlijk is of dat het risico bestaat dat door deze exploitatie dergelijke storende factoren optreden. Het bewijs door de Commissie dat dit waarschijnlijk is of dat een dergelijk risico bestaat, sluit evenwel niet uit dat de betrokken lidstaat kan aantonen dat de betrokken maatregel voldoet aan de in artikel 6, lid 4, van richtlijn 92/43 gestelde voorwaarden en dat een beoordeling is gemaakt van de gevolgen van deze maatregel voor de doelstellingen van instandhouding van het beschermde gebied.

(zie punten 28‑30)

2.      Hoewel een lidstaat het openen van wegen binnen een specialebeschermingszone in de zin van richtlijn 92/43 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna niet heeft toegestaan en evenmin heeft verricht, heeft deze lidstaat, door zich ten eerste te beperken tot het inleiden van strafprocedures tegen de verantwoordelijken van het bedrijf dat de betrokken wegen heeft aangelegd, en tot het bestuursrechtelijk bestraffen van dat bedrijf, en door ten tweede voor de nationale rechterlijke instanties aan te voeren dat deze wegen onwettig zijn en moeten worden verwijderd, niet voldaan aan de specifieke verplichting die artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 hem oplegt.

Door te hebben verzuimd voor dit gebied voorlopige beschermingsmaatregelen te treffen om het gebruik van de betrokken toegangswegen te beperken tot de beëindiging van de aanhangige gerechtelijke procedures over de wettigheid en de eventuele verwijding van deze toegangswegen, terwijl niets erop wijst dat dergelijke maatregelen rechtens of feitelijk onmogelijk zouden zijn geweest, is de betrokken lidstaat de krachtens artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 op hem rustende verplichtingen immers niet nagekomen.

(zie punten 54, 55, 57)

3.      Zie de tekst van de beslissing.

(zie punt 69)

4.      Hoewel een op een strand in een specialebeschermingszone gebouwd platform ter vergemakkelijking van de verplaatsing van gehandicapten in beginsel kan worden aangemerkt als te zijn gebouwd om dwingende redenen van groot openbaar belang in verband met de menselijke gezondheid, in de zin van artikel 6, lid 4, van richtlijn 92/43 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, veronderstelt een dergelijke rechtvaardiging met name dat wordt onderzocht of er minder schadelijke alternatieven bestaan, en dat de betrokken belangen worden afgewogen op basis van een analyse, krachtens artikel 6, lid 3, van deze richtlijn, van de gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van het beschermde gebied. Bij het ontbreken van elke toelichting door de betrokken lidstaat daarover, vormt de toestemming voor een dergelijk platform schending van artikel 6, lid 2, van die richtlijn.

(zie punt 77)

5.      Krachtens richtlijn 92/43 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna blijft het daarin vervatte verbod van verslechtering niet beperkt tot de verplichting voor de betrokken lidstaat om alleen nieuwe schadelijke activiteiten te verbieden of te doen ophouden. Door niet de passende beschermingsmaatregelen te hebben getroffen om vanaf de opname van een specialebeschermingszone op de lijst van gebieden van communautair belang te voorkomen dat de bestaande openbare verlichting de zeeschildpad Caretta caretta verstoort, is de betrokken lidstaat de krachtens artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.

(zie punten 100, 101)

6.      Zie de tekst van de beslissing.

(zie punt 111)

7.      Met artikel 6, lid 3, van richtlijn 92/43 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna is een beoordelingsprocedure ingevoerd die is bedoeld om door middel van een voorafgaande controle te garanderen dat voor een plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het betrokken gebied, maar dat voor dat gebied significante gevolgen kan hebben, alleen toestemming wordt verleend voor zover het de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Daaruit volgt dat deze bepaling slechts relevant is wanneer de bevoegde nationale autoriteiten toestemming geven voor een project, daar deze toestemming in dat geval moet worden voorafgegaan door een passende beoordeling van de gevolgen van dit project voor het betrokken gebied.

Bij elke activiteit waarvoor toestemming moest worden verkregen, maar die reeds is verwezenlijkt zonder toestemming, op illegale wijze dus, vindt artikel 6, lid 3, van richtlijn 92/43 derhalve geen toepassing.

(zie punten 120‑122)

8.      Zie de tekst van de beslissing.

(zie punten 140, 141, 148)

9.      Zie de tekst van de beslissing.

(zie punt 159)