Language of document : ECLI:EU:C:2015:86

Zaak C‑396/13

Sähköalojen ammattiliitto ry

tegen

Elektrobudowa Spółka Akcyjna

(verzoek van de Satakunnan käräjäoikeus om een prejudiciële beslissing)

„Prejudiciële verwijzing – Artikelen 56 VWEU en 57 VWEU – Richtlijn 96/71/EG – Artikelen 3, 5 en 6 – Werknemers van een vennootschap met zetel in lidstaat A die ter beschikking worden gesteld voor werkzaamheden in lidstaat B – Minimumloon waarin de collectieve arbeidsovereenkomsten van lidstaat B voorzien – Procesbevoegdheid van een vakbond met zetel in lidstaat B – Regeling van lidstaat A die de overdracht van loonaanspraken aan een derde verbiedt”

Samenvatting – Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 12 februari 2015

1.        Vrij verrichten van diensten – Terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten – Richtlijn 96/71 – Arbeidsvoorwaarden en ‑omstandigheden – Nationale regeling van de lidstaat van herkomst die de overdracht van loonaanspraken van werknemers of schuldvorderingen uit een arbeidsverhouding aan een derde verbiedt

(Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 47; richtlijn 96/71 van het Europees Parlement en de Raad, art. 3, lid 1, tweede alinea)

2.        Vrij verrichten van diensten – Terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten – Richtlijn 96/71 – Arbeidsvoorwaarden en ‑omstandigheden – Minimumloon waarin de collectieve arbeidsovereenkomsten van de lidstaat van ontvangst voorzien – Berekening van het minimumuurloon en/of het minimumloon voor stukwerk die is gebaseerd op de indeling van de werknemers in loongroepen – Eerbiediging van bindende en transparante regels bij die berekening en indeling – Toetsing door de nationale rechter

(Art. 56 VWEU en 57 VWEU; richtlijn 96/71 van het Europees Parlement en de Raad, art. 3, leden 1 en 7)

3.        Vrij verrichten van diensten – Terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten – Richtlijn 96/71 – Arbeidsvoorwaarden en ‑omstandigheden – Minimumloon waarin de collectieve arbeidsovereenkomsten van de lidstaat van ontvangst voorzien – Dagvergoeding – Daaronder begrepen – Dagelijkse reistijdvergoeding – Daaronder begrepen – Jaarlijks vakantiegeld – Daaronder begrepen

[Art. 56 VWEU en 57 VWEU; Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 31, lid 2; richtlijn 96/71 van het Europees Parlement en de Raad, art. 3, leden 1, tweede streepje, b), en 7, tweede alinea]

4.        Vrij verrichten van diensten – Terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten – Richtlijn 96/71 – Arbeidsvoorwaarden en ‑omstandigheden – Minimumloon waarin de collectieve arbeidsovereenkomsten van de lidstaat van ontvangst voorzien – Bekostiging van de huisvesting van de ter beschikking gestelde werknemers – Daarvan uitgesloten – Toeslag in de vorm van maaltijdbonnen die aan die werknemers worden verstrekt – Daarvan uitgesloten

[Art. 56 VWEU en 57 VWEU; richtlijn 96/71 van het Europees Parlement en de Raad, art. 3, leden 1, tweede streepje, b), en 7, tweede alinea]

1.        Richtlijn 96/71 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, gelezen in samenhang met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, staat eraan in de weg dat een regeling van de lidstaat waar de onderneming is gevestigd die werknemers naar een andere lidstaat heeft gedetacheerd – volgens welke de overdracht van schuldvorderingen uit arbeidsverhoudingen verboden is – een procesbevoegde vakbond kan beletten een beroep in te stellen bij een rechterlijke instantie van de tweede van deze lidstaten, waar de werkzaamheden worden verricht, om ten behoeve van de gedetacheerde werknemers voldoening te verkrijgen van aan hem overgedragen loonaanspraken die betrekking hebben op het minimumloon in de zin van richtlijn 96/71, aangezien die overdracht in overeenstemming is met het recht dat in laatstbedoelde lidstaat geldt.

(cf. punten 20, 26, dictum 1)

2.        Artikel 3, leden 1 en 7, van richtlijn 96/71 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, gelezen in samenhang met de artikelen 56 VWEU en 57 VWEU, moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een berekening van het minimumuurloon en/of het minimumloon voor stukwerk die is gebaseerd op de indeling van de werknemers in loongroepen zoals die in de relevante collectieve arbeidsovereenkomsten van de lidstaat van ontvangst van de gedetacheerde werknemers is vastgesteld, mits die berekening en die indeling volgens bindende en transparante regels worden verricht. Het staat aan de nationale rechter na te gaan of aan deze voorwaarde is voldaan.

(cf. punten 40‑45, dictum 2, eerste streepje)

3.        Artikel 3, leden 1 en 7, van richtlijn 96/71 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, gelezen in samenhang met de artikelen 56 VWEU en 57 VWEU, moet aldus worden uitgelegd dat:

–        een dagvergoeding die de sociale bescherming van de betrokken werknemers beoogt te verzekeren, voor zover zij een compensatie vormt voor de nadelen van de terbeschikkingstelling die verband houden met het feit dat de betrokkenen zich ver van hun gewone omgeving bevinden, als een deel van het minimumloon moet worden aangemerkt onder dezelfde voorwaarden als die waaronder de betrokken vergoeding begrepen is in het minimumloon dat wordt betaald aan lokale werknemers die binnen de betrokken lidstaat worden gedetacheerd. Een dergelijke vergoeding moet worden aangemerkt als een „toeslag in verband met de terbeschikkingstelling” in de zin van artikel 3, lid 7, tweede alinea, van die richtlijn;

–        een dagelijkse reistijdvergoeding die aan de werknemers wordt uitgekeerd mits de reis die zij dagelijks naar en van hun werkplek maken, meer dan een uur in beslag neemt, moet worden aangemerkt als een deel van het minimumloon van de gedetacheerde werknemers voor zover aan deze voorwaarde is voldaan; het staat aan de nationale rechterlijke instantie na te gaan of dat het geval is. Een dergelijke vergoeding moet worden aangemerkt als een „toeslag in verband met de terbeschikkingstelling” in de zin van artikel 3, lid 7, tweede alinea, van die richtlijn;

–        het jaarlijks vakantiegeld dat aan de gedetacheerde werknemers moet worden toegekend voor het minimumaantal betaalde vakantiedagen, overeenkomt met het minimumloon waarop zij in de referentieperiode recht hebben.

(cf. punten 48‑52, 56, 57, dictum 2, tweede, derde en zesde streepje)

4.        Artikel 3, leden 1 en 7, van richtlijn 96/71 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, gelezen in samenhang met de artikelen 56 VWEU en 57 VWEU, moet aldus worden uitgelegd dat:

–        de bekostiging van de huisvesting van die werknemers niet mag worden aangemerkt als een bestanddeel van hun minimumloon;

–        een toeslag in de vorm van aan die werknemers verstrekte maaltijdbonnen niet mag worden aangemerkt als een deel van hun minimumloon.

Die toeslagen worden uitgekeerd ter vergoeding van de kosten van levensonderhoud die de werknemers daadwerkelijk in verband met hun terbeschikkingstelling maken.

(cf. punten 60, 62, 63, dictum 2, vierde en vijfde streepje)