Language of document :

Arrest van het Hof (Grote kamer) van 10 juli 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Korkein hallinto-oikeus - Finland) – Procedure ingesteld door Tietosuojavaltuutettu

(Zaak C-25/17)1

(Prejudiciële verwijzing – Bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens – Richtlijn 95/46/EG – Werkingssfeer van die richtlijn – Artikel 3 – Verzamelen van persoonsgegevens door de leden van een geloofsgemeenschap in het kader van hun van-huis-tot-huisverkondiging – Artikel 2, onder c) – Begrip ‚bestand van persoonsgegevens’ – Artikel 2, onder d) – Begrip ‚voor de verwerking verantwoordelijke’ – Artikel 10, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie)

Procestaal: Fins

Verwijzende rechter

Korkein hallinto-oikeus

Partijen in het hoofdgeding

Tietosuojavaltuutettu

in tegenwoordigheid van: Jehovan todistajat – uskonnollinen yhdyskunta

Dictum

Artikel 3, lid 2, van richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, gelezen tegen de achtergrond van artikel 10, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, moet in die zin worden uitgelegd dat het verzamelen van persoonsgegevens door leden van een geloofsgemeenschap in het kader van een van-huis-tot-huisverkondiging en de latere verwerking van die gegevens geen verwerking van persoonsgegevens met het oog op de uitoefening van activiteiten als bedoeld in artikel 3, lid 2, eerste streepje, van deze richtlijn en evenmin een verwerking van persoonsgegevens die door natuurlijke personen in activiteiten met uitsluitend persoonlijke of huishoudelijke doeleinden wordt verricht in de zin van artikel 3, lid 2, tweede streepje, van deze richtlijn vormen.

Artikel 2, onder c), van richtlijn 95/46 moet in die zin worden uitgelegd dat onder het in deze bepaling gebruikte begrip „bestand” ook valt een geheel van in het kader van een van-huis-tot-huisverkondiging verzamelde persoonsgegevens, bestaande uit de naam en het adres van en andere informatie over de aan huis bezochte personen, wanneer deze gegevens zijn gestructureerd volgens specifieke criteria die het in de praktijk mogelijk maken deze gegevens gemakkelijk terug te vinden voor een later gebruik ervan. Om onder dit begrip te vallen hoeft een dergelijk geheel geen steekkaarten, specifieke lijsten of andere ordeningssystemen te omvatten.

Artikel 2, onder d), van richtlijn 95/46, gelezen tegen de achtergrond van artikel 10, lid 1, van het Handvest, moet in die zin worden uitgelegd dat een geloofsgemeenschap samen met haar leden-verkondigers kan worden beschouwd als verantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens die laatstgenoemden in het kader van een door deze gemeenschap georganiseerde, gecoördineerde en aangemoedigde van-huis-tot-huisverkondiging verrichten, zonder dat daartoe nodig is dat die gemeenschap toegang heeft tot die gegevens of dat wordt aangetoond dat zij haar leden schriftelijke richtsnoeren of instructies voor die verwerking heeft gegeven.

____________

1 PB C 86 van 20.3.2017.