Language of document :

Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 28 februari 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landesarbeitsgericht Bremen - Duitsland) – Hubertus John / Freie Hansestadt Bremen

(Zaak C-46/17)1

(Prejudiciële verwijzing – Sociale politiek – Richtlijn 1999/70/EG – Raamovereenkomst EVV, UNICE en CEEP inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd – Opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd – Clausule 5, punt 1 – Maatregelen ter voorkoming van misbruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd – Richtlijn 2000/78/EG – Artikel 6, lid 1 – Verbod op discriminatie op grond van leeftijd – Nationale regeling op grond waarvan het einde van de arbeidsovereenkomst, dat op de normale pensioenleeftijd is vastgesteld, kan worden uitgesteld om de enkele reden dat de werknemer een recht op ouderdomspensioen verkrijgt)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Landesarbeitsgericht Bremen

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Hubertus John

Verwerende partij: Freie Hansestadt Bremen

Dictum

Artikel 2, lid 2, van richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep, moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling als die welke aan de orde is in het hoofdgeding, die het uitstellen van de beëindiging van de beroepswerkzaamheid van werknemers die de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt, afhankelijk stelt van een akkoord van de werkgever dat wordt gegeven voor bepaalde tijd.

Clausule 5, punt 1, van de op 18 maart 1999 gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die is opgenomen in de bijlage bij richtlijn 1999/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, moet aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzet tegen een nationale regeling als die welke aan de orde is in het hoofdgeding, die partijen bij een arbeidsovereenkomst in staat stelt om zonder verdere voorwaarden en beperking in de tijd, de overeengekomen beëindiging van de arbeidsverhouding door het bereiken van de normale pensioenleeftijd bij overeenkomst tijdens de arbeidsverhouding, in voorkomend geval ook herhaaldelijk, uit te stellen, enkel omdat de werknemer door het bereiken van de normale pensioenleeftijd aanspraak kan maken op ouderdomspensioen.

____________

1 PB C 144 van 8.5.2017.