Language of document :

Arrest van het Hof (Grote kamer) van 3 december 2019 – Tsjechische Republiek / Europees Parlement, Raad van de Europese Unie

(Zaak C-482/17)1

(Beroep tot nietigverklaring – Onderlinge aanpassing van de wetgevingen – Richtlijn (EU) 2017/853 – Controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens – Geldigheid – Rechtsgrondslag – Artikel 114 VWEU – Wijziging van een bestaande richtlijn – Evenredigheidsbeginsel – Geen effectbeoordeling – Aantasting van het recht op eigendom – Evenredigheid van de vastgestelde maatregelen – Maatregelen die belemmeringen voor de interne markt creëren – Rechtszekerheidsbeginsel – Beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen – Maatregelen waardoor de lidstaten een wettelijke regeling met terugwerkende kracht moeten vaststellen – Non-discriminatiebeginsel – Afwijking voor de Zwitserse Bondsstaat – Discriminatie ten aanzien van lidstaten van de Europese Unie of andere lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) dan deze staat)

Procestaal: Tsjechisch

Partijen

Verzoekende partij: Tsjechische Republiek (vertegenwoordigers: M. Smolek, O. Serdula en J. Vláčil, gemachtigden)

Interveniënten aan de zijde van verzoekende partij: Hongarije (vertegenwoordiger: M. Z. Fehér, G. Koós en G. Tornyai, gemachtigden), Republiek Polen (vertegenwoordigers: B. Majczyna, M. Wiącek en D. Lutostańska, gemachtigden)

Verwerende partijen: Europees Parlement (vertegenwoordigers: O. Hrstková Šolcová en R. van de Westelaken, gemachtigden), Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: aanvankelijk A. Westerhof Löfflerová, E. Moro en M. Chavrier, vervolgens A. Westerhof Löfflerová en M. Chavrier, gemachtigden)

Interveniëntes aan de zijde van verwerende partijen: Franse Republiek (vertegenwoordigers: A. Daly, E. de Moustier, R. Coesme en D. Colas, gemachtigden), Europese Commissie (vertegenwoordigers: M. Šimerdová, Y. G. Marinova en E. Kružíková, gemachtigden)

Dictum

Het beroep wordt verworpen.

De Tsjechische Republiek wordt verwezen in haar eigen kosten en in die van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie.

De Franse Republiek, Hongarije, de Republiek Polen en de Europese Commissie dragen hun eigen kosten.

____________

1 PB C 357 van 23.10.2017.