Language of document : ECLI:EU:C:2020:270

ARREST VAN HET HOF (Zevende kamer)

2 april 2020 (*)

„Prejudiciële verwijzing – Richtlijn 2003/55/EG – Gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas – Bescherming van de consument – Artikel 3, lid 3, en bijlage A, onder b) – Transparantie van de contractvoorwaarden – Verplichting om de consument tijdig en rechtstreeks te informeren over een tariefverhoging”

In zaak C‑765/18,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het Landgericht Koblenz (rechter in eerste aanleg Koblenz, Duitsland) bij beslissing van 1 oktober 2018, ingekomen bij het Hof op 6 december 2018, in de procedure

Stadtwerke Neuwied GmbH

tegen

RI,

wijst

HET HOF (Zevende kamer),

samengesteld als volgt: P. G. Xuereb (rapporteur), kamerpresident, T. von Danwitz en A. Kumin, rechters,

advocaat-generaal: H. Saugmandsgaard Øe,

griffier: A. Calot Escobar,

gezien de stukken,

gelet op de opmerkingen van:

–        Stadtwerke Neuwied GmbH, vertegenwoordigd door J. Müller, Rechtsanwalt,

–        de Europese Commissie, vertegenwoordigd door O. Beynet en M. Noll-Ehlers als gemachtigden,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

Arrest

1        Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 3, lid 3, juncto bijlage A, onder b) en c), van richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van richtlijn 98/30/EG (PB 2003, L 176, blz. 57).

2        Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Stadtwerke Neuwied GmbH, als gasleverancier, en haar afnemer RI betreffende de betaling van achterstallige bedragen ingevolge verschillende gasprijsverhogingen.

 Toepasselijke bepalingen

 Unierecht

3        De overwegingen 2 en 3 van richtlijn 2003/55 luiden als volgt:

„(2)      Uit de ervaring die met de uitvoering van deze richtlijn is opgedaan, blijkt dat de interne markt voor gas voordelen kan opleveren in de vorm van verbeterde efficiëntie, prijsverlagingen, kwalitatief betere dienstverlening en toegenomen concurrentie. Er zijn evenwel nog belangrijke tekortkomingen en mogelijkheden tot verbetering van de werking van de markt, met name door het vaststellen van concrete maatregelen om gelijke concurrentievoorwaarden te waarborgen en het risico van marktdominantie en marktondermijnend gedrag te beperken, niet-discriminerende transmissie en distributietarieven te garanderen doordat toegang tot het net wordt verleend op basis van tarieven die gepubliceerd worden voordat ze in werking treden, en de rechten van kleine en kwetsbare afnemers te beschermen.

(3)      Tijdens zijn bijeenkomst van 23 en 24 maart 2000 in Lissabon heeft de Europese Raad gevraagd om een snelle voortgang van de voltooiing van de interne markt voor de elektriciteits- en gassector en om een versnelling van de liberalisering in deze sectoren met het oog op de totstandbrenging van een volledig operationele interne markt op deze gebieden. In zijn resolutie van 6 juli 2000 over het tweede verslag van de Commissie betreffende de stand van de liberalisering van de energiemarkten heeft het Europees Parlement de Commissie verzocht een gedetailleerd tijdschema vast te leggen voor de verwezenlijking van nauwkeurig omschreven doelstellingen met het oog op een geleidelijke maar volledige liberalisering van de energiemarkt.”

4        Overweging 27 van deze richtlijn luidt:

„Naleving van de eisen inzake openbare dienstverlening is een fundamentele eis van deze richtlijn, en het is belangrijk dat in deze richtlijn gemeenschappelijke, door alle lidstaten nageleefde minimumnormen worden vastgesteld waarbij rekening wordt gehouden met de doelstellingen op het gebied van consumentenbescherming, leverings- en voorzieningszekerheid, milieubescherming en gelijkwaardige mededingingsniveaus in alle lidstaten. Het is belangrijk dat de voorschriften inzake openbare dienstverlening op nationale basis kunnen worden geïnterpreteerd, rekening houdend met de nationale omstandigheden en met inachtneming van de [Uniewetgeving].”

5        Artikel 2 van richtlijn 2003/55 bevat de volgende definities:

„Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

[...]

25)      ‚huishoudelijke afnemers’: afnemers die aardgas kopen voor eigen huishoudelijk gebruik;

[...]

27)      ‚eindafnemers’: afnemers die aardgas kopen voor eigen gebruik;

[...]”

6        Artikel 3 van die richtlijn, met als opschrift „Openbaredienstverplichtingen en bescherming van de afnemer”, bepaalt in lid 3:

„De lidstaten nemen passende maatregelen om eindafnemers te beschermen en om een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen en waarborgen in het bijzonder een passende bescherming van kwetsbare afnemers, met inbegrip van passende maatregelen om hen te helpen voorkomen dat zij worden afgesloten. In dit verband kunnen zij passende maatregelen nemen ter bescherming van op het gassysteem aangesloten afnemers in afgelegen gebieden. De lidstaten kunnen een noodleverancier aanwijzen voor op het gasnet aangesloten afnemers. Zij zorgen voor een hoog niveau van consumentenbescherming, met name met betrekking tot de transparantie van algemene contractvoorwaarden, algemene informatie en mechanismen ter beslechting van geschillen. De lidstaten zorgen ervoor dat een in aanmerking komende afnemer daadwerkelijk de mogelijkheid heeft op een nieuwe leverancier over te stappen. Wat ten minste de huishoudelijke afnemers betreft, omvatten deze maatregelen de in bijlage A beschreven maatregelen.”

7        Bijlage A bij diezelfde richtlijn bevat de voorschriften inzake consumentenbescherming en luidt:

„Onverminderd de [Unievoorschriften] inzake consumentenbescherming, met name richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad [van 20 mei 1997 betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten – Verklaring van de Raad en van het Parlement ad artikel 6, lid 1 – Verklaring van de Commissie ad artikel 3, lid 1, eerste streepje (PB 1997, L 144, blz. 19)] en richtlijn 93/13/EG van de Raad [van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB 1993, L 95, blz. 29)], houden de in artikel 3 bedoelde maatregelen in dat ervoor wordt gezorgd dat de afnemers:

[...]

b)      op toereikende wijze in kennis worden gesteld van ieder voornemen om de contractvoorwaarden te wijzigen en op de hoogte worden gesteld van hun recht op opzegging wanneer zij van een dergelijk voornemen in kennis worden gesteld. Dienstverleners stellen hun abonnees rechtstreeks in kennis van tariefstijgingen en doen dit binnen een redelijke termijn die een normale factureringsperiode na het invoeren van de stijging niet overschrijdt. De lidstaten zorgen ervoor dat afnemers de mogelijkheid krijgen contracten op te zeggen indien zij de hun door de gasleverancier aangemelde nieuwe voorwaarden niet aanvaarden;

c)      transparante informatie ontvangen over geldende prijzen en tarieven en over standaardvoorwaarden met betrekking tot de toegang tot en het gebruik van gasdiensten;

[...]”

 Duits recht

8        § 36 van het Energiewirtschaftsgesetz (wet energiedistributie; hierna: „EnWG”) bepaalt in de leden 1 en 2:

„Basisleveringsverplichting

(1)      De energieleveranciers moeten met betrekking tot de gebieden van het netwerk waarvoor zij de basislevering aan de huishoudelijke afnemers verzekeren, de algemene voorwaarden en prijzen van de laagspannings- of lagedrukvoorziening bekendmaken en publiceren op internet, en aan alle huishoudelijke afnemers onder die voorwaarden en tegen die prijzen leveren. De basisleveringsverplichting geldt niet wanneer de levering voor de energieleverancier om economische redenen niet mogelijk is.

(2)      De in lid 1 bedoelde basisleveranciers zijn de energieleveranciers die in een algemene leveringszone leveren aan het grootste aantal huishoudelijke afnemers [...]”

9        § 1, lid 1, van de Verordnung über allgemeine Bedingungen für die Gasversorgung von Tarifkunden (besluit inzake de algemene voorwaarden voor gaslevering aan klanten met een standaardtarief) van 21 juni 1979 (BGBl. 1979 I, blz. 676) (hierna: „AVBGasV”) luidt:

„De voorwaarden waaronder de gasbedrijven verplicht zijn [...] eenieder op hun distributienet aan te sluiten en aan eenieder gas te leveren tegen algemene tarieven, worden bepaald in de §§ 2 tot en met 34 van dit besluit. Deze voorwaarden maken integraal deel uit van het leveringscontract.”

10      Volgens § 4, lid 2, AVBGasV treden wijzigingen van de algemene tarieven en voorwaarden pas in werking nadat deze officieel zijn bekendgemaakt.

11      § 32 AVBGasV bepaalt in de leden 1 en 2:

„(1)      Het contract blijft ononderbroken gelden tot ontbinding door een van de partijen na een opzeggingstermijn van één maand, te rekenen vanaf het einde van een kalendermaand [...].

(2)      Indien de gasleverancier de algemene tarieven of algemene voorwaarden in het kader van dit besluit wijzigt, heeft de klant de mogelijkheid het contract op te zeggen met een opzeggingstermijn van twee weken vanaf het einde van de kalendermaand die volgt op de officiële bekendmaking.

[...]”

12      AVBGasV is ingetrokken bij de Gasgrundversorgungsverordnung (besluit inzake de basislevering van gas) van 26 oktober 2006 (BGBl. 2006 I, blz. 2396), zoals gewijzigd bij de wet van 29 augustus 2016 (BGBl. 2016 I, blz. 2034). § 5 van het besluit inzake de basislevering van gas bepaalt in de leden 2 en 3:

„(2)      Wijzigingen van de algemene prijzen en de aanvullende voorwaarden treden in werking aan het begin van de maand en pas na officiële bekendmaking, die ten minste zes weken voorafgaand aan de voorgenomen wijziging dient plaats te vinden. Tegelijkertijd met de officiële bekendmaking zendt de basisleverancier de klanten een schriftelijke mededeling over de voorgenomen wijzigingen en publiceert hij deze op zijn website; hierbij moet hij op overzichtelijke wijze de omvang, de redenen en de voorwaarden van de wijziging vermelden, kennisgeven van de in lid 3 genoemde rechten van de klant en de in § 2, lid 3, eerste volzin, punt 7, genoemde inlichtingen verstrekken.

(3)      Indien de algemene prijzen of de aanvullende voorwaarden worden gewijzigd, heeft de klant het recht om het contract bij de inwerkingtreding van die wijziging op te zeggen zonder opzeggingstermijn [...].”

 Hoofdgeding en prejudiciële vragen

13      Stadtwerke Neuwied is een aardgasleverancier die de vorm heeft van een Duitse privaatrechtelijke vennootschap maar die, als gemeentebedrijf dat diensten van algemeen belang verricht ten behoeve van een overheidslichaam, onder toezicht staat van de overheid. De stad Neuwied (Duitsland) is haar enige aandeelhouder, en de burgemeester van deze stad is lid van haar raad van commissarissen.

14      RI is sinds 28 juli 2004 afnemer van Stadtwerke Neuwied. Deze gasleverancier heeft zijn diensten verleend via een basisleveringscontract. Tussen januari 2005 en september 2011 heeft Stadtwerke Neuwied tariefverhogingen doorgevoerd vanwege de stijging van de aankoopkosten van aardgas, maar ook rekening houdend met besparingen op andere terreinen van de gassector. Thans eist zij van RI 1 334,71 EUR aan achterstallige betalingen die door die tariefwijzigingen nog verschuldigd zijn. RI is niet persoonlijk op de hoogte gebracht van die wijzigingen, met dien verstande dat Stadtwerke Neuwied haar prijzen, haar algemene tarieven alsook de contractaanpassingen heeft bekendgemaakt op haar website. Ook werden de tariefverhogingen gepubliceerd in de regionale pers.

15      RI heeft bij de verwijzende rechter aangevoerd dat de leveringsovereenkomst met Stadtwerke Neuwied geen geldige indexeringsclausule bevatte en heeft de aanspraken van Stadtwerke Neuwied betwist. Volgens hem had zij met name niet het recht om haar prijzen aan te passen, was de gevraagde verbruiksprijs onredelijk en was het recht – gesteld al dat het bestond – om krachtens § 4 AVBGasV eenzijdig de prijzen te bepalen, niet transparant. Hij leidt daaruit af dat de gasprijsverhogingen ongeldig waren. Ook heeft RI een vordering in reconventie ingediend om te doen vaststellen dat de door de leverancier bepaalde prijzen onredelijk en ongeldig waren, en om terugbetaling te verkrijgen van een deel van de bedragen die hij tussen 1 januari 2005 en 31 december 2011 aan Stadtwerke Neuwied heeft betaald.

16      De verwijzende rechter is van oordeel dat de oplossing van het hem voorgelegde geschil afhangt van de uitlegging van de bepalingen van richtlijn 2003/55.

17      Volgens hem kan de omstandigheid dat Stadtwerke Neuwied de consument niet tijdig en rechtstreeks heeft geïnformeerd over de gasprijsverhogingen, de geldigheid van deze verhogingen op losse schroeven zetten. De uit artikel 3, lid 3, van richtlijn 2003/55 en bijlage A, onder b) en c), daarbij voortvloeiende transparantievereiste kan immers rechtstreeks worden ingeroepen in een geding als het hoofdgeding, ondanks het feit dat deze richtlijn in de litigieuze periode niet was omgezet in Duits recht.

18      De verwijzende rechter preciseert evenwel dat zijn zienswijze, gelet op dit gebrek aan omzetting, vooronderstelt dat de transparantievereiste uit richtlijn 2003/55 rechtstreeks toepasselijk is en door een particulier kan worden ingeroepen tegen een privaatrechtelijke vennootschap als Stadtwerke Neuwied, en dat de naleving van deze vereiste een voorwaarde voor de geldigheid zelf van de prijsverhoging is.

19      Hij benadrukt in dit verband dat het Bundesgerichtshof (hoogste federale rechter in burgerlijke en strafzaken, Duitsland) heeft geoordeeld dat de nationale bepalingen die ten tijde van de feiten in het hoofdgeding van kracht waren, niet conform richtlijn 2003/55 konden worden uitgelegd. Het heeft ook geoordeeld dat deze richtlijn niet rechtstreeks toepasselijk was, en is aldus tot de slotsom gekomen dat die situatie niet leidde tot de ongeldigheid van de litigieuze prijsverhogingen en dat Stadtwerke Neuwied volgens een aanvullende uitlegging van het gasleveringscontract het recht had om haar prijzen aan te passen.

20      De verwijzende rechter vraagt zich af of artikel 3, lid 3, juncto bijlage A, onder b) en c), van richtlijn 2003/55 aldus moet worden uitgelegd dat de afnemer rechtstreeks moet worden ingelicht over de tariefverhoging opdat die verhoging geldig is. Ook vraagt hij zich af of deze bepalingen rechtstreeks toepasselijk zijn omdat ze volgens de rechtspraak van het Hof zouden kunnen worden geacht onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig te zijn en omdat ze worden ingeroepen tegen een entiteit – Stadtwerke Neuwied – die eveneens volgens de rechtspraak van het Hof zou kunnen worden geacht onder gezag of toezicht van de staat te staan of te beschikken over bijzondere bevoegdheden die verder gaan dan die welke voortvloeien uit de regels die in betrekkingen tussen particulieren gelden.

21      In die omstandigheden heeft het Landgericht Koblenz (rechter in eerste aanleg Koblenz, Duitsland) de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:

„1)      Moet artikel 3, lid 3, juncto bijlage A, onder b) en c), van richtlijn [2003/55] aldus worden uitgelegd dat de uitgebleven tijdige en rechtstreekse informatie van de afnemers van gas aangaande de voorwaarden, aanleiding en omvang van een ophanden zijnde tariefwijziging voor de levering van gas, in de weg staat aan de geldigheid van een dergelijke tariefwijziging?

2)      Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord:

Is artikel 3, lid 3, juncto bijlage A, onder b) en c), van richtlijn [2003/55] sedert 1 juli 2004 rechtstreeks van toepassing op een privaatrechtelijk (in de vorm van een Duitse GmbH) georganiseerd leveringsbedrijf, aangezien de genoemde bepalingen van deze richtlijn inhoudelijk gezien onvoorwaardelijk zijn en dus zonder verdere omzettingshandeling kunnen worden toegepast, en de burger rechten verlenen ten aanzien van een organisatie die, ondanks haar privaatrechtelijke rechtsvorm, onder gezag van de staat staat omdat deze de enige aandeelhouder van de onderneming is?”

 Beantwoording van de prejudiciële vragen

 Eerste vraag

22      Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 3, lid 3, juncto bijlage A, onder b) en c), van richtlijn 2003/55 aldus moet worden uitgelegd dat wanneer een noodleverancier van gas tariefwijzigingen doorvoert, niet om winst te maken maar louter om de stijging van de aankoopkosten van aardgas door te berekenen, zonder die wijzigingen persoonlijk mee te delen aan de afnemers, de naleving door de leverancier van de in die bepalingen bedoelde transparantie‑ en informatievereisten een voorwaarde is voor de geldigheid van die tariefwijzigingen.

23      Er moet aan worden herinnerd dat richtlijn 2003/55 tot doel heeft de werking van de interne markt voor gas te verbeteren. Voor de voltooiing van de interne gasmarkt en voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het net niet-discriminerend en transparant is en wordt verleend tegen redelijke prijzen (arrest van 23 oktober 2014, Schulz en Egbringhoff, C‑359/11 en C‑400/11, EU:C:2014:2317, punt 39).

24      In deze context ligt het streven om de consument te beschermen ten grondslag aan de bepalingen van richtlijnen 2003/55. Dit streven houdt nauw verband met zowel de liberalisering van de betrokken markten als de – door deze richtlijn eveneens nagestreefde – doelstelling om een stabiele gasvoorziening te waarborgen (arrest van 23 oktober 2014, Schulz en Egbringhoff, C‑359/11 en C‑400/11, EU:C:2014:2317, punt 40).

25      In het licht van deze doelstelling en dit streven bepaalt artikel 3 van richtlijn 2003/55, dat gaat over openbaredienstverplichtingen en de bescherming van de afnemer, in lid 3 dat de lidstaten passende maatregelen nemen om eindafnemers te beschermen en om een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen. Verder kunnen de lidstaten een noodleverancier aanwijzen om de leverings- en voorzieningszekerheid te waarborgen voor op het gasnet aangesloten afnemers. Hoe dan ook omvatten deze maatregelen, wat ten minste de huishoudelijke afnemers betreft, de in bijlage A bij deze richtlijn beschreven maatregelen.

26      In bijlage A, onder b), bij richtlijn 2003/55 wordt gepreciseerd dat de in artikel 3, lid 3, bedoelde maatregelen met name inhouden dat ervoor wordt gezorgd dat dienstverleners hun abonnees rechtstreeks in kennis stellen van tariefstijgingen en dit doen binnen een redelijke termijn die een normale factureringsperiode na het invoeren van de stijging niet overschrijdt. Ook moeten de lidstaten volgens die bepaling ervoor zorgen dat afnemers de mogelijkheid krijgen contracten op te zeggen indien zij de nieuwe gasleveringsvoorwaarden niet aanvaarden. Volgens bijlage A, onder c), bij deze richtlijn moeten de afnemers transparante informatie ontvangen over de geldende prijzen en tarieven.

27      Geconstateerd moet worden dat uit de tekst van deze bepalingen echter niet blijkt of de naleving van de op de gasleveranciers rustende transparantie‑ en informatieverplichtingen een geldigheidsvoorwaarde is voor de tariefwijzigingen voor gaslevering.

28      Het Hof heeft evenwel geoordeeld dat de afnemers, teneinde hun rechten volledig en daadwerkelijk te kunnen doen gelden en met volledige kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen over een eventuele opzegging van de overeenkomst dan wel betwisting van de wijziging van de prijzen van de leveringen, tijdig en vóór de inwerkingtreding van deze wijziging op de hoogte dienen te worden gebracht van de reden, de voorwaarden en de omvang ervan (arrest van 23 oktober 2014, Schulz en Egbringhoff, C‑359/11 en C‑400/11, EU:C:2014:2317, punt 47).

29      Hieruit volgt dat de in bijlage A, onder b) en c), bij richtlijn 2003/55 voorgeschreven transparantie‑ en informatieverplichtingen in overeenstemming met de doelstelling van consumentenbescherming beogen te garanderen dat de afnemer zijn recht van opzegging van de overeenkomst of van betwisting van de wijziging van de leveringsprijs kan uitoefenen.

30      De uitoefening van dit recht door de afnemers zou niet kunnen worden gegarandeerd, en de bepalingen van bijlage A, onder b) en c), bij richtlijn 2003/55 zouden hun nuttige werking verliezen, indien de gasleverancier zijn transparantie‑ en informatieverplichtingen niet zou nakomen door met name zijn afnemers niet persoonlijk in te lichten over de voorgenomen tariefwijziging.

31      Er zij evenwel aan herinnerd dat Stadtwerke Neuwied in de bijzondere omstandigheden in het hoofdgeding als „noodleverancier” in de zin van artikel 3, lid 3, van richtlijn 2003/55 optrad en zij de opeenvolgende tariefwijzigingen niet uit winstbejag doorvoerde maar uitsluitend om de stijging van de aankoopkosten van aardgas door te berekenen.

32      Het Hof heeft geoordeeld dat aangezien een dergelijke gasleverancier in het kader van de bij de nationale regeling opgelegde verplichtingen gehouden is om overeenkomsten te sluiten met de afnemers die daarom hebben verzocht en die voor de bij deze regeling vastgestelde voorwaarden in aanmerking komen, de economische belangen van deze leverancier in aanmerking dienen te worden genomen, aangezien hij de andere contractpartij niet kan kiezen en de overeenkomst niet vrijelijk kan beëindigen (arrest van 23 oktober 2014, Schulz en Egbringhoff, C‑359/11 en C‑400/11, EU:C:2014:2317, punt 44).

33      In die omstandigheden moet worden aangenomen dat wanneer de gasleverancier de tarieven wijzigt louter om de stijging van de aankoopkosten van gas door te berekenen in de leveringsprijs, zonder enige winst na te streven, diens economische belangen ernstig in gevaar kunnen komen indien die wijzigingen ongeldig zijn omdat deze de afnemers niet persoonlijk zijn meegedeeld.

34      Aangezien de leverancier de leverings- en voorzieningszekerheid van zijn afnemers moet waarborgen, kan de geldigheid van een tariefverhoging waarmee de stijging van de aankoopkosten van gas wordt doorberekend, dus niet afhangen van de vraag of de afnemers persoonlijk zijn ingelicht. Anders zou het economisch risico dat hierdoor voor de gasleverancier zou ontstaan, niet alleen de verwezenlijking van de met richtlijn 2003/55 nagestreefde doelstelling van leverings- en voorzieningszekerheid in gevaar kunnen brengen maar ook de economische belangen van deze leverancier onevenredig kunnen schaden.

35      Daar het achterwege blijven van een persoonlijke mededeling van tariefwijzigingen, zelfs in een dergelijke situatie, toch een aantasting van de bescherming van de consument vormt, is het van belang dat de afnemers van een dergelijke leverancier het contract te allen tijde kunnen opzeggen en dat zij, wanneer er gas wordt geleverd tegen een tarief waarvan zij van tevoren geen kennis hebben kunnen nemen, over gepaste beroepsmogelijkheden beschikken om vergoeding te kunnen vorderen van de schade die zij eventueel hebben geleden doordat zij hun recht om van leverancier te veranderen en zo een voordeliger tarief te verkrijgen, niet tijdig hebben kunnen uitoefenen. Het staat aan de verwijzende rechter om deze punten na te gaan.

36      Gelet op het voorgaande moet op de eerste vraag worden geantwoord dat artikel 3, lid 3, juncto bijlage A, onder b) en c), van richtlijn 2003/55 aldus moet worden uitgelegd dat wanneer een noodleverancier van gas tariefwijzigingen doorvoert, niet om winst te maken maar louter om de stijging van de aankoopkosten van aardgas door te berekenen, zonder die wijzigingen persoonlijk mee te delen aan de afnemers, de naleving door de leverancier van de in die bepalingen bedoelde transparantie‑ en informatievereisten geen voorwaarde is voor de geldigheid van die tariefwijzigingen, mits de afnemers het contract te allen tijde kunnen opzeggen en over gepaste beroepsmogelijkheden beschikken om vergoeding te verkrijgen voor de schade die zij eventueel hebben geleden doordat de wijzigingen hun niet persoonlijk werden meegedeeld.

 Tweede vraag

37      Gelet op het antwoord op de eerste prejudiciële vraag, hoeft de tweede vraag niet te worden beantwoord.

 Kosten

38      Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Het Hof (Zevende kamer) verklaart voor recht:

Artikel 3, lid 3, juncto bijlage A, onder b) en c), van richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van richtlijn 98/30/EG moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een noodleverancier van gas tariefwijzigingen doorvoert, niet om winst te maken maar louter om de stijging van de aankoopkosten van aardgas door te berekenen, zonder die wijzigingen persoonlijk mee te delen aan de afnemers, de naleving door de leverancier van de in die bepalingen bedoelde transparantie en informatievereisten geen voorwaarde is voor de geldigheid van die tariefwijzigingen, mits de afnemers het contract te allen tijde kunnen opzeggen en over gepaste beroepsmogelijkheden beschikken om vergoeding te verkrijgen voor de schade die zij eventueel hebben geleden doordat de wijzigingen hun niet persoonlijk werden meegedeeld.

ondertekeningen


*      Procestaal: Duits.