Language of document : ECLI:EU:C:2018:415

Zaak C44/17

Scotch Whisky Association

tegen

Michael Klotz

(verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Landgericht Hamburg)

„Prejudiciële verwijzing – Bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken – Verordening (EG) nr. 110/2008 – Artikel 16, onder a) tot en met c) – Bijlage III – Geregistreerde geografische aanduiding ‚Scotch Whisky’ – Whisky die wordt vervaardigd in Duitsland en verhandeld onder de benaming ‚Glen Buchenbach’”

Samenvatting – Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 7 juni 2018

1.        Harmonisatie van wetgevingen – Eenvormige wettelijke regelingen – Definitie, aanduiding, presentatie, etikettering en bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken – Verordening nr. 110/2008 – Bescherming van geografische aanduidingen – Bescherming tegen rechtstreeks of indirect commercieel gebruik – Beoordelingscriteria – Noodzaak van gebruik in een vorm die identiek is aan of vergelijkbaar met het gebruik van de geregistreerde aanduiding

[Verordening nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad, art. 16, a)]

2.        Harmonisatie van wetgevingen – Eenvormige wettelijke regelingen – Definitie, aanduiding, presentatie, etikettering en bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken – Verordening nr. 110/2008 – Voorstelling van een beschermde geografische aanduiding – Begrip – Draagwijdte – Beoordeling door de nationale rechter – Criteria

[Verordening nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad, art. 16, b)]

3.        Harmonisatie van wetgevingen – Eenvormige wettelijke regelingen – Definitie, aanduiding, presentatie, etikettering en bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken – Verordening nr. 110/2008 – Bescherming van geografische aanduidingen – Bescherming tegen onjuiste of misleidende aanduidingen – Beoordelingscriteria – Inaanmerkingneming van de context van het gebruik van onjuiste of misleidende aanduidingen – Daarvan uitgesloten

[Verordening nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad, art. 16, c)]

1.      Artikel 16, onder a), van verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken en tot intrekking van verordening (E[E]G) nr. 1576/89 van de Raad, moet aldus worden uitgelegd dat voor de vaststelling van „indirect commercieel gebruik” van een geregistreerde geografische aanduiding vereist is dat het litigieuze bestanddeel in een vorm wordt gebruikt die identiek is aan of vanuit fonetisch en/of visueel oogpunt vergelijkbaar is met deze aanduiding. Het volstaat derhalve niet dat dit bestanddeel bij het doelpubliek op enigerlei wijze een associatie met de geregistreerde geografische aanduiding of het ermee verbonden geografische gebied oproept.

(zie punt 39, dictum 1)

2.      Artikel 16, onder b), van verordening nr. 110/2008 moet aldus worden uitgelegd dat de verwijzende rechterlijke instantie voor de vaststelling van een „voorstelling” van een geregistreerde geografische aanduiding dient te beoordelen of de normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde Europese consument bij het zien van de litigieuze benaming als referentiebeeld het artikel waarvoor de beschermde geografische aanduiding geldt, voor de geest zal komen. In het kader van deze beoordeling moet deze rechterlijke instantie – nu er ten eerste geen fonetische en/of visuele gelijkenis tussen deze benaming en deze beschermde geografische aanduiding bestaat en ten tweede de bestreden benaming geen deel van een beschermde geografische aanduiding bevat – in voorkomend geval ermee rekening houden dat deze benaming en de genoemde aanduiding conceptueel dicht bij elkaar liggen.

Artikel 16, onder b), van verordening nr. 110/2008 moet aldus worden uitgelegd dat voor de vaststelling van een „voorstelling” van een geregistreerde geografische aanduiding geen rekening hoeft te worden gehouden met de context waarin het litigieuze bestanddeel wordt gebruikt, en met name niet met het feit dat dit bestanddeel vergezeld gaat van een vermelding van de werkelijke oorsprong van het betrokken product.

(zie punten 56, 60, dictum 2)

3.      Artikel 16, onder c), van verordening nr. 110/2008 moet aldus worden uitgelegd dat, teneinde vast te stellen of er sprake is van een in deze bepaling verboden „onjuiste of misleidende vermelding”, geen rekening hoeft te worden gehouden met de context waarin het litigieuze bestanddeel wordt gebruikt.

(zie punt 71, dictum 3)