Language of document : ECLI:EU:C:2022:353

ARREST VAN HET HOF (Derde kamer)

5 mei 2022 (*)

„Prejudiciële verwijzing – Bescherming van de consument – Richtlijn 2011/83/EU – Artikel 6, lid 1, onder m) – Overeenkomst op afstand tussen een consument en een handelaar – Verplichting van de handelaar om de consument op de hoogte te stellen van het bestaan van een commerciële garantie van de producent en van de voorwaarden ervan – Voorwaarden waaronder een dergelijke verplichting ontstaat – Inhoud van de informatie die aan de consument moet worden meegedeeld over de commerciële garantie van de producent – Invloed van artikel 6, lid 2, van richtlijn 1999/44/EG”

In zaak C‑179/21,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het Bundesgerichtshof (hoogste federale rechter in burgerlijke en strafzaken, Duitsland) bij beslissing van 11 februari 2021, ingekomen bij het Hof op 23 maart 2021, in de procedure

absoluts -bikes and more- GmbH & Co. KG

tegen

the-trading-company GmbH,

wijst

HET HOF (Derde kamer),

samengesteld als volgt: K. Jürimäe, kamerpresident, N. Jääskinen, M. Safjan (rapporteur), N. Piçarra en M. Gavalec, rechters,

advocaat-generaal: G. Pitruzzella,

griffier: A. Calot Escobar,

gezien de stukken,

gelet op de opmerkingen van:

–        absoluts -bikes and more- GmbH & Co. KG, vertegenwoordigd door C. Rohnke, Rechtsanwalt,

–        the-trading-company GmbH, vertegenwoordigd door A. Rinkler, Rechtsanwalt,

–        de Tsjechische regering, vertegenwoordigd door M. Smolek, J. Vláčil en S. Šindelková als gemachtigden,

–        de Europese Commissie, vertegenwoordigd door M. Noll-Ehlers, N. Ruiz García en I. Rubene als gemachtigden,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

Arrest

1        Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 85/577/EEG en van richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB 2011, L 304, blz. 64), en van artikel 6, lid 2, van richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen (PB 1999, L 171, blz. 12).

2        Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen absoluts ‑bikes and more‑ GmbH & Co. KG (hierna: „absoluts”) en the-trading-company GmbH over de vraag of absoluts verplicht is haar klanten informatie te verstrekken over de commerciële garantie die wordt geboden door derden voor producten die zij verkoopt.

 Toepasselijke bepalingen

 Unierecht

 Richtlijn 1999/44

3        Overweging 21 van richtlijn 1999/44 luidt:

„Overwegende dat het voor bepaalde categorieën goederen vaste praktijk is dat verkopers en producenten garanties geven voor gebreken die zich binnen een bepaalde termijn manifesteren; dat deze praktijk kan bijdragen tot versterking van de concurrentie; dat dergelijke garanties weliswaar een legitiem marketinginstrument zijn, doch de consument niet mogen misleiden; dat teneinde te verzekeren dat de consument niet misleid wordt, de garanties bepaalde gegevens moeten bevatten, onder meer een verklaring dat zij de rechten van de consument onverlet laten”.

4        Artikel 1 van deze richtlijn luidt als volgt:

„1.      Deze richtlijn beoogt de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen, teneinde in het kader van de interne markt een eenvormig minimumniveau van consumentenbescherming te verzekeren.

2.      Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

[...]

e)      garantie: elke door een verkoper of producent tegenover de consument zonder bijkomende kosten aangegane verbintenis om de betaalde prijs terug te betalen, of om de consumptiegoederen te vervangen of te herstellen, of om zich er op enigerlei wijze om te bekommeren, indien de goederen niet overeenstemmen met de beschrijving in het garantiebewijs of in de desbetreffende reclame;

[...]”

5        Artikel 6, lid 2, van die richtlijn luidt:

„In de garantie:

–        moet vermeld staan dat de consument krachtens de toepasselijke nationale wetgeving betreffende de verkoop van consumptiegoederen wettelijke rechten heeft en moet duidelijk worden gesteld dat de garantie die rechten onverlet laat;

–        moeten in duidelijke en begrijpelijke taal de inhoud van de garantie en de essentiële gegevens vermeld staan die noodzakelijk zijn om van de garantie gebruik te kunnen maken, met name de duur en het geografische toepassingsgebied van de garantie, alsmede de naam en het adres van de garant.”

 Richtlijn 2011/83

6        De overwegingen 4, 5 en 7 van richtlijn 2011/83 luiden als volgt:

„(4)      De interne markt dient volgens artikel 26, lid 2, van het VWEU een ruimte zonder binnengrenzen te omvatten waarin het vrije verkeer van goederen en diensten en de vrijheid van vestiging zijn gewaarborgd. Harmonisatie van bepaalde aspecten van overeenkomsten op afstand en buiten verkoopruimten gesloten consumentenovereenkomsten is noodzakelijk voor de bevordering van een echte interne markt voor de consument, waarbij een juist evenwicht ontstaat tussen een hoog beschermingsniveau voor de consument en het concurrentievermogen van het bedrijfsleven, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel.

(5)      [...] De volledige harmonisatie van consumenteninformatie en van het herroepingsrecht voor overeenkomsten op afstand en buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten zal dan ook bijdragen tot een hoog beschermingsniveau voor de consument en een beter functioneren van de b2c‑interne markt.

[...]

(7)      Volledige harmonisatie van een aantal centrale regelgevingsaspecten moet de rechtszekerheid voor zowel de consumenten als de handelaren aanzienlijk verbeteren. Zowel de consumenten als de handelaren moeten kunnen vertrouwen op één enkel regelgevend kader, dat op basis van duidelijk omschreven rechtsbegrippen bepaalde aspecten van b2c‑overeenkomsten in de gehele Unie regelt. Het effect van dergelijke harmonisatie zou moeten zijn de barrières op te heffen die het gevolg zijn van de versnippering van de regelgeving en de interne markt op dit terrein te voltooien. Het wegnemen van die barrières is alleen mogelijk door uniforme regels op Unieniveau vast te stellen. Bovendien moeten de consumenten een hoog gemeenschappelijk niveau van bescherming genieten in de gehele Unie.”

7        Artikel 1 van deze richtlijn bepaalt:

Het doel van deze richtlijn is om door de verwezenlijking van een hoog niveau van consumentenbescherming bij te dragen aan de goede werking van de interne markt door bepaalde aspecten van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake tussen consumenten en handelaren gesloten overeenkomsten onderling aan te passen.”

8        Artikel 2, punten 2, 7 en 14, van deze richtlijn bepaalt:

„Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

[...]

2.      ‚handelaar’: iedere natuurlijke persoon of iedere rechtspersoon, ongeacht of deze privaat of publiek is, die met betrekking tot onder deze richtlijn vallende overeenkomsten handelt, mede via een andere persoon die namens hem of voor zijn rekening optreedt, in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts‑ of beroepsactiviteit;

[...]

7.      ‚overeenkomst op afstand’: iedere overeenkomst die tussen de handelaar en de consument wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van handelaar en consument en waarbij, tot op en met inbegrip van het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meer middelen voor communicatie op afstand;

[...]

14.      ‚commerciële garantie’: iedere verbintenis van de handelaar of een producent (de ‚garant’) om boven hetgeen hij wettelijk verplicht is uit hoofde van het recht op conformiteit, aan de consument de betaalde prijs terug te betalen of de goederen op enigerlei wijze te vervangen, herstellen of onderhouden, wanneer die niet voldoen aan specificaties of aan enige andere vereisten die geen verband houden met de conformiteit, die vermeld zijn in de garantieverklaring of in de desbetreffende reclameboodschappen ten tijde van of vóór de sluiting van de overeenkomst”.

9        Artikel 3, lid 1, van die richtlijn bepaalt:

„Deze richtlijn is van toepassing, onder de voorwaarden en in die mate als aangegeven in de bepalingen ervan, op alle tussen een handelaar en een consument gesloten overeenkomsten. Zij is ook van toepassing op overeenkomsten voor de levering van water, gas, elektriciteit of stadsverwarming, ook door openbare leveranciers, voor zover deze producten op een contractuele basis worden geleverd.”

10      Artikel 5, lid 1, aanhef en onder e), van richtlijn 2011/83 luidt als volgt:

„Voordat de consument door enige andere overeenkomst dan een overeenkomst op afstand of een buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst, dan wel een daarmee overeenstemmend aanbod is gebonden, verstrekt de handelaar de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze de volgende informatie, indien die informatie al niet duidelijk is uit de context:

[...]

e)      naast een herinnering aan het bestaan van de wettelijke waarborg van conformiteit van de goederen, het bestaan en de voorwaarden van diensten na verkoop en commerciële garanties, voor zover van toepassing;

[...]”

11      In artikel 6 van deze richtlijn wordt bepaald:

„1.      Voordat de consument door een overeenkomst op afstand of een buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst, dan wel een daarmee overeenstemmend aanbod daartoe is gebonden, verstrekt de handelaar de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze de volgende informatie:

a)      de voornaamste kenmerken van de goederen of de diensten, voor zover aangepast is aan de gebruikte drager en de goederen of diensten;

[...]

l)      een herinnering aan het bestaan van de wettelijke waarborg van conformiteit van de goederen;

m)      voor zover van toepassing, het bestaan en de voorwaarden van bijstand aan de consument na verkoop, diensten na verkoop en commerciële garanties;

[...]”

 Duits recht

12      § 312d van het Bürgerliche Gesetzbuch (burgerlijk wetboek; hierna: „BGB”), met het opschrift „Informatieverplichtingen”, bepaalt in lid 1 ervan:

„Bij buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten en bij overeenkomsten op afstand is de handelaar verplicht de consument overeenkomstig artikel 246a van het Einführungsgesetz zum Bürgerlichen Gesetzbuch [(wet tot invoering van het burgerlijk wetboek; hierna: ‚EGBGB’)] te informeren. [...]”

13      In de versie die van toepassing was ten tijde van de feiten van het hoofdgeding bepaalde § 479 BGB („Bijzondere bepalingen betreffende garanties”) in lid 1:

„Een garantieverklaring (§ 443) moet eenvoudig en begrijpelijk zijn. Zij moet de volgende onderdelen bevatten:

1.      een verwijzing naar de wettelijke rechten van de consument en het gegeven dat zij door de garantie niet worden beperkt, en

2.      de inhoud van de garantie en alle essentiële gegevens die voor het inroepen ervan noodzakelijk zijn, met name de duur en het geografische toepassingsgebied van de garantie, alsmede de naam en het adres van de garant.

[...]”

14      Artikel 246a EGBGB, met het opschrift „Informatieverplichtingen voor buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten en overeenkomsten op afstand, met uitzondering van overeenkomsten met betrekking tot financiële diensten”, bepaalt in § 1:

„(1) De handelaar dient de consument overeenkomstig § 312d, lid 1, [BGB] de volgende informatie te verstrekken:

[...]

9.      voor zover van toepassing, het bestaan en de voorwaarden van bijstand aan de consument na verkoop, diensten na verkoop en garanties;

[...]”

 Hoofdgeding en prejudiciële vragen

15      absoluts bood op het platform voor internethandel Amazon een zakmes aan van de Zwitserse fabrikant Victorinox. De pagina van de Amazonsite met dat aanbod bevatte geen informatie over eventuele garanties geboden door absoluts of een derde, maar een link met het opschrift „Betriebsanleitung” (handleiding), in een rubriek „Weitere technische Informationen” (overige technische informatie). Als de gebruiker op die link klikte, werd een bestand met twee pagina’s informatie geopend dat door de producent van het mes was opgesteld en opgemaakt. De tweede pagina bevatte onder meer een verklaring over de „Victorinox-Garantie” (garantie van Victorinox), die als volgt was geformuleerd: „De Victorinox-garantie dekt alle materiaal‑ of fabricagefouten voor onbepaalde tijd (voor elektronische onderdelen 2 jaar). Schade als gevolg van normale slijtage of onvakkundig gebruik wordt door de garantie niet gedekt.”

16      the-trading-company, een vennootschap die concurreert met absoluts, is van mening dat absoluts onvoldoende informatie heeft verstrekt over de garantie die door de producent van het mes wordt geboden. Zij heeft dientengevolge op grond van de Duitse regeling omtrent oneerlijke mededinging een vordering ingesteld om absoluts te doen gelasten dergelijke aanbiedingen te staken indien niet tegelijkertijd de aandacht van de consument wordt gevestigd op diens wettelijke rechten en op het feit dat de garantie van de producent deze rechten onverlet laat, met opgave van het geografische toepassingsgebied van deze garantie.

17      In eerste aanleg is the-trading-company in het ongelijk gesteld maar in tweede aanleg is haar vordering door het Oberlandesgericht Hamm (rechter in tweede aanleg Hamm, Duitsland) toegewezen. Deze rechterheeft overwogen dat een informatieplicht omtrent de garantie overeenkomstig § 312d, lid 1, eerste volzin, BGB, gelezen in samenhang met artikel 246a, § 1, lid 1, eerste volzin, punt 9, EGBGB, waarbij artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 in Duits recht is omgezet, op de verkoper rust zodra zijn aanbod een verwijzing bevat, in welke vorm dan ook, naar het bestaan van een garantie, zoals in dit geval. Deze rechter heeft nader verklaard dat de omvang van die informatieplicht moest worden bepaald met toepassing van § 479, lid 1, BGB, waarbij artikel 6, lid 2, van richtlijn 1999/44 in Duits recht is omgezet, en heeft tevens vastgesteld dat het aanbod van absoluts geen van de door deze bepaling van het BGB vereiste gegevens bevatte en dat geen enkel processtuk in het dossier overigens een aanwijzing bevatte dat de consument die informatie in een later stadium van het bestelproces had ontvangen.

18      absoluts heeft bij het Bundesgerichtshof (hoogste federale rechter in burgerlijke en strafzaken, Duitsland) beroep in Revision ingesteld tegen het arrest van het Oberlandesgericht Hamm tot herstel van het vonnis in eerste aanleg.

19      De verwijzende rechter vraagt zich ten eerste af of een handelaar in de situatie van absoluts op grond van artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 gehouden is de consument ervan op de hoogte te stellen dat de producent een commerciële garantie biedt en wat de voorwaarden daarvan zijn. Meer bepaald vraagt deze rechter zich af of het loutere bestaan van een garantie van de producent (in casu de garantie van Victorinox), gelet op de uitdrukking „voor zover van toepassing” in deze bepaling van richtlijn 2011/83, een informatieplicht doet ontstaan voor handelaren die het betrokken product verkopen, dan wel of deze verplichting enkel ontstaat indien de handelaar een garantie van de producent in zijn aanbod vermeldt.

20      In het licht van de opzet en het doel van richtlijn 2011/83 maar ook van het feit dat er rekening moet worden gehouden met de noodzaak om de fundamentele rechten van handelaren niet onevenredig te beperken, neigt de verwijzende rechter ertoe artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 aldus uit te leggen dat het loutere bestaan van een garantie van de producent geen verplichting voor de handelaar doet ontstaan om zijn klanten informatie over die garantie te verstrekken.

21      Uitgaande van die hypothese vraagt de verwijzende rechter zich ten tweede af of de in artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 bedoelde informatieplicht ontstaat door de enkele vermelding van een garantie van de producent in het aanbod van de handelaar, ongeacht de vorm ervan en het feit of de garantie uitdrukkelijk onder de aandacht wordt gebracht of niet, of dat het voor een dergelijke informatieplicht van de handelaar tevens noodzakelijk is dat een dergelijke vermelding voor de consument duidelijk kenbaar is en het bovendien voor de consument niet duidelijk is dat de vermelding van de garantie van de producent niet afkomstig is van de handelaar maar van de producent zelf.

22      Indien een handelaar als absoluts uit hoofde van artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 gehouden is een consument informatie te verstrekken over de commerciële garantie van de producent, vraagt de verwijzende rechter zich ten derde af wat die informatie moet inhouden. Meer bepaald wenst hij te vernemen of die informatie inhoudelijk gelijk moet zijn aan de informatie die is voorgeschreven in artikel 6, lid 2, van richtlijn 1999/44 of dat met minder gegevens kan worden volstaan.

23      In deze omstandigheden heeft het Bundesgerichtshof de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen gesteld:

„1)      Ontstaat de informatieplicht als bedoeld in artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn [2011/83] alleen al door het enkele bestaan van een fabrieksgarantie?

2)      Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord: ontstaat de informatieplicht als bedoeld in artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn [2011/83] door de enkele vermelding van een fabrieksgarantie in het aanbod van de handelaar of ontstaat die plicht wanneer de vermelding voor de consument duidelijk kenbaar is? Bestaat de informatieplicht ook wanneer het voor de consument duidelijk kenbaar is dat de handelaar slechts informatie van de fabrikant over de garantie toegankelijk maakt?

3)      Moet de volgens artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn [2011/83] vereiste informatie over het bestaan van en de voorwaarden voor een fabrieksgarantie dezelfde gegevens bevatten als een garantie als bedoeld in artikel 6, lid 2, van richtlijn [1999/44] of kan met minder gegevens worden volstaan?”

 Beantwoording van de prejudiciële vragen

 Eerste twee vragen

24      Met zijn eerste en tweede vraag, die tezamen moeten worden behandeld, wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 aldus moet worden uitgelegd dat de informatieplicht omtrent de commerciële garantie van de producent die krachtens deze bepaling op de handelaar rust, ontstaat door het enkele feit dat deze garantie bestaat of dat de handelaar slechts onder bepaalde omstandigheden gehouden is de consument te informeren over het bestaan van een dergelijke garantie en over de voorwaarden daarvan.

25      Vooraf moet worden opgemerkt dat een overeenkomst op afstand in artikel 2, punt 7, van richtlijn 2011/83 is gedefinieerd als „iedere overeenkomst die tussen de handelaar en de consument wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van handelaar en consument en waarbij, tot op en met inbegrip van het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meer middelen voor communicatie op afstand”. Daaruit volgt dat een overeenkomst omtrent de verkoop van een goed die is gesloten tussen een handelaar en een consument op een platform voor onlinehandel wordt bestreken door het begrip overeenkomst op afstand. Indien de uitsluitingen van artikel 3, leden 2 tot en met 4, van richtlijn 2011/83 niet van toepassing zijn, valt een dergelijke overeenkomst dus binnen de werkingssfeer van deze richtlijn zoals die is omschreven in artikel 3, lid 1, ervan.

26      Vervolgens moet eraan worden herinnerd, in de eerste plaats, dat een handelaar, voordat de consument door een overeenkomst op afstand of een buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst dan wel een daarmee overeenstemmend aanbod gebonden is, die consument uit hoofde van artikel 6, lid 1, van richtlijn 2011/83 op duidelijke en begrijpelijke wijze bepaalde informatie moet verstrekken. Deze bepaling beoogt ervoor te zorgen dat aan de consument, voordat een overeenkomst wordt gesloten, informatie wordt verstrekt over de contractvoorwaarden en de gevolgen van de sluiting van de overeenkomst, zodat hij kan beslissen of hij met een handelaar een overeenkomst wil aangaan, alsook informatie die vereist is voor de goede uitvoering van deze overeenkomst en vooral voor de uitoefening van zijn rechten (arrest van 21 oktober 2020, Möbel Kraft, C‑529/19, EU:C:2020:846, punt 26 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

27      Wat betreft, meer bepaald, de precontractuele informatieplicht van artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83, moet de handelaar de consument, „voor zover van toepassing”, informeren over „het bestaan en de voorwaarden van bijstand aan de consument na verkoop, diensten na verkoop en commerciële garanties”.

28      Met betrekking tot commerciële garanties blijkt uit de bewoordingen van deze bepaling en uit de uitdrukking „voor zover van toepassing” dat een handelaar die zelf een commerciële garantie biedt, gehouden is de consument te informeren over het bestaan en de voorwaarden van die garantie.

29      Daarentegen kan op basis van de bewoordingen van deze bepaling niet worden vastgesteld of een handelaar, ingeval de producent een commerciële garantie biedt, gehouden is de consument te informeren over het bestaan en de voorwaarden van die garantie.

30      De uitdrukking „voor zover van toepassing” in artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 dient er namelijk enkel toe om nader te bepalen dat de in die bepaling bedoelde precontractuele informatieplicht van toepassing is indien er een commerciële garantie bestaat, zonder dat daaruit aanwijzingen kunnen worden afgeleid die dienstig zijn voor het antwoord op de vraag of een handelaar, als er naast de garantie van de handelaar een commerciële garantie van de producent is en de commerciële garantie van de producent niet het voorwerp van de overeenkomst tussen de consument en de handelaar uitmaakt, enkel omdat die garantie bestaat, de consument niet alleen informatie moet verstrekken over zijn eigen garantie maar ook over die garantie van de producent.

31      Voorts kan de uitdrukking „commerciële garanties” in het meervoud in artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 aldus worden opgevat dat daaronder zowel de verschillende commerciële garanties vallen die een handelaar voor eenzelfde goed of verschillende goederen kan bieden als de commerciële garanties die door een handelaar en een producent afzonderlijk worden geboden.

32      Op basis van louter de bewoordingen van artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 kan dus niet worden geantwoord op de vragen van de verwijzende rechter, zodat bij de uitlegging van deze bepaling moet worden gelet op de context en de doelstellingen ervan (zie in die zin arrest van 10 juli 2019, Amazon EU, C‑649/17, EU:C:2019:576, punten 35 en 37 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

33      Met betrekking tot, in de eerste plaats, de context van artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 moet worden opgemerkt dat het begrip commerciële garantie in artikel 2, punt 14, van richtlijn 2011/83 is gedefinieerd als „iedere verbintenis van de handelaar of een producent [...] aan de consument”. Daaruit volgt dat het begrip commerciële garantie in de zin van richtlijn 2011/83 niet alleen de commerciële garanties van de handelaar dekt, maar ook de garanties die door de producent worden geboden.

34      Bovendien blijkt uit de begrippen handelaar en commerciële garantie in respectievelijk de punten 2 en 14 van artikel 2 van richtlijn 2011/83, in hun onderlinge samenhang, dat het geen zin zou hebben gehad voor de wetgever van de Unie om de uitdrukking „of een producent” in artikel 2, punt 14, van richtlijn 2011/83 te gebruiken als de in artikel 6, lid 1, onder m), van deze richtlijn bedoelde precontractuele informatieplicht niet – ten minste onder bepaalde omstandigheden – de commerciële garantie van de producent zou dekken.

35      Wanneer een producent namelijk rechtstreeks of via een tussenpersoon die namens hem en voor zijn rekening optreedt, zijn product aan een consument verkoopt, moet hij worden beschouwd als een handelaar in de zin van artikel 2, punt 2, van richtlijn 2011/83. De commerciële garantie die hij biedt, moet dus wel overeenkomen met de „verbintenis van de handelaar” in de zin van artikel 2, punt 14, van deze richtlijn en niet met de verbintenis van „een producent” in de zin van die bepaling.

36      Onder deze omstandigheden verwijst de uitdrukking „of een producent” in artikel 2, punt 14, van richtlijn 2011/83 naar een situatie waarin de persoon van de handelaar niet samenvalt met die van de producent. Gelet op het feit dat de uitdrukking „commerciële garantie” enkel wordt gebruikt in artikel 6, lid 1, onder m), van deze richtlijn en in de analoge bepaling voor andere overeenkomsten dan overeenkomsten op afstand of buiten verkoopruimten in artikel 5, lid 1, onder e), van de richtlijn, kan de uitdrukking „of een producent” enkel zin hebben indien een handelaar in het kader van de in die twee bepalingen bedoelde precontractuele informatieplicht gehouden is een consument ten minste onder bepaalde omstandigheden niet alleen informatie te verstrekken over zijn eigen commerciële garantie maar ook over de garantie die de producent biedt.

37      In een situatie waarin het eigenlijke voorwerp van de contractuele verhouding een goed is dat is vervaardigd door een andere persoon dan de handelaar, moet de in artikel 6, lid 1, van richtlijn 2011/83 genoemde precontractuele informatieplicht alle essentiële informatie over dat voorwerp (namelijk het betrokken goed) behelzen, zodat de consument overeenkomstig de in punt 26 van het onderhavige arrest genoemde rechtspraak kan beslissen of hij een overeenkomst over dat voorwerp wenst aan te gaan met de handelaar. Naast de uitdrukkelijk in artikel 6, lid 1, onder a), van richtlijn 2011/83 genoemde „voornaamste kenmerken van de goederen” omvat dergelijke informatie in beginsel ook het geheel van de garanties die intrinsiek verbonden zijn met het goed, waaronder de commerciële garantie die wordt geboden door de producent.

38      Aangaande, in de tweede plaats, de doelstelling van richtlijn 2011/83, moet in herinnering worden geroepen dat deze richtlijn – zoals blijkt uit artikel 1 ervan, gelezen in het licht van de overwegingen 4, 5 en 7 ervan – een hoog niveau van consumentenbescherming beoogt te waarborgen door ervoor te zorgen dat consumenten geïnformeerd en beschermd zijn bij transacties met handelaren. Voorts is consumentenbescherming in het beleid van de Unie zowel in artikel 169 VWEU als in artikel 38 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verankerd (arrest van 10 juli 2019, Amazon EU, C‑649/17, EU:C:2019:576, punt 39).

39      Het Hof heeft echter geoordeeld dat bij de uitlegging van de bepalingen van richtlijn 2011/83 een juist evenwicht moet worden gewaarborgd tussen een hoog beschermingsniveau voor de consument en het concurrentievermogen van het bedrijfsleven, zoals uiteengezet in overweging 4 van deze richtlijn, en dat daarbij de vrijheid van ondernemerschap voor de ondernemer, neergelegd in artikel 16 van het Handvest van de grondrechten, moet worden gewaarborgd (zie in die zin arrest van 10 juli 2019, Amazon EU, C‑649/17, EU:C:2019:576, punt 44).

40      In dat kader waarborgt het verstrekken van informatie aan de consument over de commerciële garantie van de producent, als gegeven dat intrinsiek verbonden is met het goed dat het voorwerp is van de contractuele verhouding met de handelaar, weliswaar een hoog niveau van bescherming van de consument, maar een onvoorwaardelijke verplichting om onder alle omstandigheden dergelijke informatie te verstrekken is onevenredig, met name in de economische context van de exploitatie van bepaalde ondernemingen, met name de kleinste (zie naar analogie arrest van 14 mei 2020, EIS, C‑266/19, EU:C:2020:384, punt 35 en aldaar aangehaalde rechtspraak). Een dergelijke onvoorwaardelijke verplichting zou handelaren namelijk dwingen om een aanzienlijke hoeveelheid werk te verrichten om de informatie over een dergelijke garantie te verzamelen en bij te houden, terwijl zij niet noodzakelijkerwijs een rechtstreekse contractuele verhouding hebben met de producenten en de kwestie van de commerciële garantie van de producenten in beginsel niet wordt bestreken door de overeenkomst die zij wensen te sluiten met consumenten.

41      Onder deze omstandigheden moet het evenwicht tussen een hoog niveau van consumentenbescherming en het concurrentievermogen van het bedrijfsleven, zoals genoemd in overweging 4 van richtlijn 2011/83, ertoe leiden te overwegen dat een handelaar slechts gehouden is precontractuele informatie aan een consument te verstrekken over de commerciële garantie van de producent indien het legitieme belang van de gemiddelde, normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende consument bij een hoog niveau van bescherming met het oog op zijn beslissing of hij een overeenkomst met de handelaar wenst aan te gaan of niet, de overhand moet hebben.

42      Uit de letterlijke, systematische en teleologische analyse in de punten 27 tot en met 41 van het onderhavige arrest volgt dat de in artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 bedoelde precontractuele informatieplicht de commerciële garantie van de handelaar en die van de producent dekt indien de consument, gelet op het hoge beschermingsniveau waarnaar deze richtlijn streeft, een legitiem belang heeft bij informatie daarover om te kunnen beslissen of hij een overeenkomst met de handelaar wenst aan te gaan, zoals volgt uit punt 41 van het onderhavige arrest. Daaruit volgt dat een handelaar gehouden is een consument precontractuele informatie te verstrekken over de commerciële garantie van de producent, niet vanwege het enkele feit dat deze garantie bestaat, maar vanwege het feit dat er sprake is van een dergelijk legitiem belang.

43      Dientengevolge moet, in de tweede plaats, worden bepaald of de consument er in omstandigheden als die van de aanbiedingen van de handelaar in het hoofdgeding een legitiem belang bij heeft om van de handelaar precontractuele informatie te verkrijgen over de commerciële garantie die door de producent wordt geboden en over de voorwaarden van deze garantie.

44      In dat verband moet een dergelijk legitiem belang worden aangenomen wanneer de handelaar van de commerciële garantie die door de producent wordt geboden, een centraal of beslissend onderdeel van zijn aanbod maakt.

45      Dit houdt meer bepaald in dat de in artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 bedoelde informatieplicht van toepassing wordt wanneer de handelaar uitdrukkelijk de aandacht van de consument vestigt op het bestaan van een commerciële garantie van de producent op een zodanige manier dat die garantie als verkoopargument of reclameboodschap fungeert en aldus het concurrentievermogen en de aantrekkingskracht van zijn aanbod verbetert ten opzichte van de aanbiedingen van zijn concurrenten.

46      Dergelijke informatie is namelijk in termen van bescherming van de consument onmisbaar om te zorgen dat zij niet worden misleid met onduidelijke, meerduidige of onvolledige informatie over de verschillende garanties en over hun onderlinge verhouding, en om te zorgen dat zij met name in staat zijn te begrijpen dat de commerciële garantie die door de producent wordt geboden, niet afkomstig is van de handelaar en of zij in voorkomend geval via de handelaar kan worden ingeroepen. Voorts kan een dergelijke informatieplicht niet worden beschouwd als een onevenredige last voor de handelaar, voor zover hij zelf, met volledige kennis van zaken, beslist om de aandacht van de consument daarop te vestigen en hij er een concurrentievoordeel uit wil trekken.

47      Als daarentegen het aanbod van de handelaar op een bijkomstige, onbeduidende of verwaarloosbare wijze de commerciële garantie van de producent vermeldt zodanig dat deze garantie, gelet op de inhoud en de configuratie van het aanbod, objectief gezien niet kan worden beschouwd als een commercieel argument van de handelaar, noch als een kunstgreep die de consument kan misleiden, kan de handelaar vanwege die enkele vermelding niet worden gehouden om uit hoofde van artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 de consument precontractuele informatie over deze garantie te verstrekken.

48      Om te bepalen of de commerciële garantie van de producent een centraal of beslissend onderdeel van het aanbod van de handelaar in de zin van punt 44 van het onderhavige arrest vormt, moet rekening worden gehouden met de inhoud en de algemene configuratie van het aanbod van het betrokken goed, het belang van de vermelding van de commerciële garantie van de producent in termen van verkoopargument of reclameboodschap, de plaats van deze mededeling in het aanbod, het risico dat de gemiddelde, normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende consument door de vermelding wordt misleid of in verwarring gebracht over de verschillende garantierechten die hij kan inroepen of over de werkelijke identiteit van de garant, de aanwezigheid van een toelichting in het aanbod op de andere garanties voor het goed en elke andere factor op grond waarvan vast kan komen te staan dat er een objectieve behoefte is aan bescherming van de consument.

49      In het licht van deze criteria is het aan de verwijzende rechter om te toetsen of de vermelding van de commerciële garantie van de producent in het aanbod van de handelaar in het hoofdgeding kon worden beschouwd als een centraal of beslissend onderdeel van het aanbod van die handelaar waardoor de in artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 bedoelde precontractuele informatieplicht kon ontstaan. Het staat weliswaar uitsluitend aan de verwijzende rechter om dat na te gaan, maar het Hof kan in zijn uitspraak op een verzoek om een prejudiciële beslissing in voorkomend geval de nationale rechterlijke instantie richtsnoeren voor haar beslissing verstrekken (arrest van 3 februari 2021, FIGC en Consorzio Ge.Se.Av., C‑155/19 en C‑156/19, EU:C:2021:88, punt 59 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

50      In casu moet worden opgemerkt dat de commerciële garantie van de producent niet rechtstreeks werd genoemd in de tekst van het aanbod zelf en door de handelaar niet merkbaar is gebruikt als een verkoopargument of voor een reclameboodschap.

51      Met name moet worden vastgesteld, om te beginnen, dat deze garantie enkel bijkomstig was vermeld in het aanbod, namelijk op de tweede pagina van een informatiebestand van de producent, waartoe toegang werd geboden door middel van een link met het opschrift „Betriebsanleitung” in de rubriek „Weitere technische Informationen”, termen die in beginsel duiden op informatie van de producent over het betrokken goed. Voorts kwam deze garantie naar voren in een informatiebestand dat niet was opgesteld door de handelaar maar door de producent en waarin de garantie uitdrukkelijk werd omschreven als een garantie van de producent. Tot slot is het risico dat de consument kon worden misleid of in verwarring gebracht over de aard van de garantie en over de werkelijke identiteit van de garant des te meer te verwaarlozen daar nergens in het aanbod een garantie was vermeld die concurreerde met de garantie die door de producent werd geboden.

52      Onder deze omstandigheden lijkt een vermelding van de commerciële garantie van de producent zoals die in het hoofdgeding, onder voorbehoud van toetsing door de verwijzende rechter, niet te kunnen worden beschouwd als een centraal of beslissend onderdeel van het aanbod van de handelaar.

53      Gelet op een en ander moet op de eerste en de tweede vraag worden geantwoord dat artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 aldus moet worden uitgelegd dat de informatieplicht omtrent de commerciële garantie van de producent die krachtens deze bepaling op de handelaar rust, niet ontstaat door het loutere feit dat deze garantie bestaat, maar enkel indien de consument een legitiem belang heeft bij informatie over die garantie om te kunnen beslissen of hij een overeenkomst met de handelaar wenst aan te gaan. Een dergelijk legitiem belang komt met name vast te staan indien de handelaar van de commerciële garantie van de producent een centraal of beslissend onderdeel van zijn aanbod maakt. Om te bepalen of de garantie een dergelijk centraal of beslissend onderdeel van het aanbod vormt, moet rekening worden gehouden met de inhoud en de algemene configuratie van het aanbod van het betrokken goed, het belang van de vermelding van de commerciële garantie van de producent in termen van verkoopargument of reclameboodschap, de plaats van deze vermelding in het aanbod, het risico dat de gemiddelde, normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende consument door de vermelding wordt misleid of in verwarring gebracht over de verschillende garantierechten die hij kan inroepen of over de werkelijke identiteit van de garant, de aanwezigheid van een toelichting in het aanbod op de andere garanties voor het goed en elke andere factor op grond waarvan vast kan komen te staan dat er een objectieve behoefte is aan bescherming van de consument.

 Derde vraag

54      Met zijn derde vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 aldus moet worden uitgelegd dat de informatie die aan de consument moet worden verstrekt over de voorwaarden van de commerciële garantie van de producent overeenkomt met de in artikel 6, lid 2, van richtlijn 1999/44 genoemde informatie.

55      In dat verband moet in herinnering worden gebracht dat richtlijn 1999/44 volgens artikel 1, lid 1, ervan beoogt de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen onderling aan te passen, teneinde in het kader van de interne markt een eenvormig minimumniveau van consumentenbescherming te verzekeren.

56      Met betrekking tot, meer bepaald, artikel 6, lid 2, van richtlijn 1999/44 volgt uit de bewoordingen van deze bepaling, gelezen in samenhang met artikel 1, lid 2, onder e), van deze richtlijn en overweging 21 ervan, dat zowel de garanties van de verkoper als de garanties van de producent de gegevens moeten bevatten die zijn opgesomd in artikel 6, lid 2, van deze richtlijn, teneinde te verzekeren dat de consument niet wordt misleid.

57      Er moet worden benadrukt dat artikel 6, lid 2, van richtlijn 1999/44 en artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 weliswaar beide zien op commerciële garanties die worden geboden door de verkoper of handelaar en door de producent, maar verschillende doelstellingen nastreven. De eerste bepaling geeft namelijk nadere bepalingen over de informatie die in deze garanties moet worden opgenomen, en de tweede strekt ertoe aan de consument precontractuele informatie te verstrekken over het bestaan van dergelijke garanties en de voorwaarden ervan, zoals volgt uit de bewoordingen ervan.

58      In gevallen waarin de handelaar is gehouden de consument precontractuele informatie te verstrekken over de commerciële garantie van de producent, moet hij uit hoofde van artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 enkel informatie doen toekomen over het bestaan en de voorwaarden van deze garantie en niet over de gehele inhoud ervan.

59      Dientengevolge moet worden bepaald welke van de onderdelen die zijn opgesomd in artikel 6, lid 2, van richtlijn 1999/44 betrekking hebben op „de voorwaarden van” commerciële garanties in de zin van artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83.

60      In dit verband heeft artikel 6, lid 2, eerste streepje, van richtlijn 1999/44 geen betrekking op de voorwaarden die van toepassing zijn op de commerciële garantie in de zin van artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83, maar het ziet op een verwijzing naar het bestaan van de wettelijke garantie van overeenstemming, zoals de Commissie in haar schriftelijke opmerkingen onderstreept.

61      Wat betreft artikel 6, lid 2, tweede streepje, van richtlijn 1999/44 moet worden opgemerkt dat de „inhoud van de garantie” en de „essentiële gegevens [...] die noodzakelijk zijn om van de garantie gebruik te kunnen maken, met name de duur en het geografische toepassingsgebied” ervan noodzakelijkerwijs de voorwaarden van de commerciële garantie in de zin van artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 dekken. Overigens vallen „de naam en het adres van de garant” onder de voorwaarden van de garantie, voor zover de identiteit en de geografische locatie van de garant, naargelang de omstandigheden, relevante aanvullende informatie over de voorwaarden van de garantie zijn.

62      Gelet op, enerzijds, de algemene aard van de uitdrukkingen „inhoud van de garantie” en „essentiële gegevens [...] die noodzakelijk zijn om van de garantie gebruik te kunnen maken” in artikel 6, lid 2, van richtlijn 1999/44 en, anderzijds, de niet-uitputtende lijst van de onderdelen die daarin zijn opgesomd, kan het begrip „voorwaarden van” commerciële garanties in de zin van artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83 niet beperkt zijn tot de duur en het geografische toepassingsgebied van de garantie of tot de naam en het adres van de garant.

63      Dit begrip omvat noodzakelijkerwijs het geheel van de voorwaarden voor de toepassing en de gebruikmaking van commerciële garanties, waarbij eraan moet worden herinnerd dat de precontractuele informatie over de commerciële garantie van de producent enkel hoeft te worden verstrekt om de consument in staat te stellen te beslissen of hij een overeenkomst met de handelaar wenst aan te gaan, zoals volgt uit punt 53 van het onderhavige arrest.

64      Derhalve is de handelaar gehouden uit hoofde van artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83, gelezen in samenhang met artikel 6, lid 2, tweede streepje, van richtlijn 1999/44, de consument met het oog op zijn legitieme belang in de zin van punt 53 van het onderhavige arrest, alle gegevens te verstrekken over de voorwaarden voor de toepassing en de gebruikmaking van de betrokken commerciële garantie, waaronder mogelijk niet alleen de plaats waar in geval van schade de reparatie wordt verricht of de eventuele beperkingen op de garantie, zoals de Commissie in haar schriftelijke opmerkingen uiteenzet, maar ook de naam en het adres van de garant, zoals in punt 61 van het onderhavige arrest is overwogen.

65      Gelet op een en ander moet op de derde vraag worden geantwoord dat artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83, gelezen in samenhang met artikel 6, lid 2, tweede streepje, van richtlijn 1999/44, aldus moet worden uitgelegd dat de informatie die aan de consument moet worden verstrekt over de voorwaarden van de commerciële garantie van de producent alle gegevens omvat die betrekking hebben op de voorwaarden voor de toepassing en de gebruikmaking van een dergelijke garantie aan de hand waarvan de consument kan beslissen of hij een overeenkomst met de handelaar wenst aan te gaan.

 Kosten

66      Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Het Hof (Derde kamer) verklaart voor recht:

1)      Artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 85/577/EEG en van richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad, moet aldus worden uitgelegd dat de informatieplicht omtrent de commerciële garantie van de producent die krachtens deze bepaling op de handelaar rust, niet ontstaat door het loutere feit dat deze garantie bestaat, maar enkel indien de consument een legitiem belang heeft bij informatie over die garantie om te kunnen beslissen of hij een overeenkomst met de handelaar wenst aan te gaan. Een dergelijk legitiem belang komt met name vast te staan indien de handelaar van de commerciële garantie van de producent een centraal of beslissend onderdeel van zijn aanbod maakt. Om te bepalen of de garantie een dergelijk centraal of beslissend onderdeel van het aanbod vormt, moet rekening worden gehouden met de inhoud en de algemene configuratie van het aanbod van het betrokken goed, het belang van de vermelding van de commerciële garantie van de producent in termen van verkoopargument of reclameboodschap, de plaats van deze vermelding in het aanbod, het risico dat de gemiddelde, normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende consument door de vermelding wordt misleid of in verwarring gebracht over de verschillende garantierechten die hij kan inroepen of over de werkelijke identiteit van de garant, de aanwezigheid van een toelichting in het aanbod op de andere garanties voor het goed en elke andere factor op grond waarvan vast kan komen te staan dat er een objectieve behoefte is aan bescherming van de consument.

2)      Artikel 6, lid 1, onder m), van richtlijn 2011/83, gelezen in samenhang met artikel 6, lid 2, tweede streepje, van richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen, moet aldus worden uitgelegd dat de informatie die aan de consument moet worden verstrekt over de voorwaarden van de commerciële garantie van de producent alle gegevens omvat die betrekking hebben op de voorwaarden voor de toepassing en de gebruikmaking van een dergelijke garantie aan de hand waarvan de consument kan beslissen of hij een overeenkomst met de handelaar wenst aan te gaan.

ondertekeningen


*      Procestaal: Duits.