Language of document :

Arrest van het Hof (Grote kamer) van 2 september 2021 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour d’appel de Paris - Frankrijk) – Republiek Moldavië/Komstroy LLC, rechtsopvolger van Energoalians

(Zaak C-741/19)1

(Prejudiciële verwijzing – Verdrag inzake het Energiehandvest – Artikel 26 – Niet-toepasselijkheid tussen lidstaten – Arbitraal vonnis – Rechterlijke toetsing – Bevoegdheid van een gerecht van een lidstaat – Geschil tussen een marktdeelnemer van een derde land en een ander derde land – Bevoegdheid van het Hof – Artikel 1, punt 6, van het Verdrag inzake het Energiehandvest – Begrip „investering”)

Procestaal: Frans

Verwijzende rechter

Cour d’appel de Paris

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Republiek Moldavië

Verwerende partij: Komstroy LLC, rechtsopvolger van Energoalians

Dictum

Artikel 1, punt 6, en artikel 26, lid 1, van het Verdrag inzake het Energiehandvest, ondertekend te Lissabon op 17 december 1994 en goedgekeurd namens de Europese Gemeenschappen bij besluit 98/181/EG, EGKS, Euratom van de Raad en de Commissie van 23 september 1997, moeten aldus worden uitgelegd dat de verwerving door een onderneming van een verdragsluitende partij bij dat verdrag van een vordering die voortvloeit uit een contract voor de levering van elektriciteit dat geen verband houdt met een investering en die een onderneming van een staat die geen partij bij dat verdrag is, heeft jegens een overheidsbedrijf van een andere verdragsluitende partij bij dat verdrag, geen „investering” in de zin van die bepalingen is.

____________

1 PB C 413 van 9.12.2019.